Er wonen meer Chinezen dan Tibetanen in Lhasa

Ian Buruma schrijft dat de westerse sympathie voor de Tibetaanse zaak niet vrij is van vals sentiment (Opinie & Debat, 2 mei). De Tibetaanse steden zouden moderner zijn dan vroeger en het vrijheidsstreven van de Tibetanen is te vergelijken met dat van de Welshmen, Basken en Koerden. Zijn opmerkingen raken kant noch wal. Inderdaad heeft de Chinese regering haar best gedaan Tibet te moderniseren. De Chinese overheid beschouwt namelijk Tibet als een Chinese provincie. Bovendien heeft de Chinese overheid in de jaren vijftig van de vorige eeuw tienduizenden Chinezen verplicht om naar Tibet te verhuizen. Op dit moment wonen er in Lhasa dan ook meer Chinezen dan Tibetanen. Maar Tibetanen vergelijken met Welshmen, Basken en Koerden is een hoogleraar onwaardig. Tibetanen leven in een land dat is bezet door de Chinezen, en worden op dezelfde manier onderdrukt als Nederlanders door de Duitsers tussen 1940 en 1945. Ook onder Hitler zijn mooie autowegen aangelegd, maar daarmee is het nationaal-socialisme nog geen te rechtvaardigen overheidssysteem.

Onlangs heb ik kunnen ervaren hoe de Chinese onderdrukking van Tibet, waarover Buruma niet of nauwelijks rept, in haar werk gaat. In geheel Tibet heeft de Chinese overheid kazernes opgericht en vrijwel dagelijks rijden er colonnes met groene legervoertuigen door het land. Aan weerszijden zijn die voertuigen, zonder enige lading, bedekt met rode spandoeken waarop met grote gele Chinese karakters teksten staan waarmee de loftrompet wordt gestoken over het grote machtige China. Dit is een dagelijkse vernedering. Een nog grotere vernedering vormen de tolpoortjes die langs alle hoofdwegen zijn opgericht. Elke Tibetaan die Lhasa, of een andere stad, uitrijdt, moet zich na enkele kilometers melden aan zo’n poortje, hij moet papieren laten zien aan een jonge Chinese soldaat en een klein bedragje afrekenen om te mogen doorrijden. In eigen land zijn de Tibetanen dus niet vrij om te gaan en te staan waar zij willen. Buruma studeerde Chinese literatuur, laat hij zich daarbij houden.

Dr. H.C. Greven

Doorn

    • Dr. H.C. Greven Doorn