Doet u beiden evenveel in het huishouden?

Ik wil niet in gelukkige huwelijken of samenlevingscontracten stoken, maar ik vraag me wel eens af hoe volmaakt de balans is die de lezers van NRC Handelsblad in hun samenwonende leven hebben gevonden. Op het gebied van de zorgtaken, bedoel ik.

Alles naar wens?

Het volgende ideaalbeeld zweeft mij voor ogen.

Man en vrouw werken ieder vier dagen, de vijfde dag zorgt een van hen voor het huishouden. De man laat zich op zijn zogenaamde papadag van zijn allerbeste kant zien. Hij heeft het kindje ’s middags nog niet op bed gelegd of hij stort zich met een flacon wc-eend (‘extra parfum, actieve frisse gel’) op het porselein en hanteert de borstel met een verbetenheid alsof het zijn afdelingschef is. Daarna stofzuigt hij zingend het huis van onder tot boven, doet tussen de bedrijven door een wasje en sluit de middag af met een even zwierige als secure afhandeling van het strijkgoed.

Als mama thuiskomt, valt haar mond níét open – want zij is het zo gewend.

Fijn. Nu de andere dagen nog.

Het is nog veel simpeler dan het lijkt: de taken worden gewoon eerlijk verdeeld. Manlief slaapt zaterdag een beetje uit, vrouwlief zondag, of andersom, ze koken om beurten en ze doen samen de boodschappen, want dat is zo leuk en zo gezellig. Zo gaat het alle dagen.

Natuurlijk mag hij af en toe best even gaan tennissen of voetballen, ‘dollen met de jongens’ zoals hij dat noemt, maar zij mag op haar beurt het recht claimen om haar leesclubje op te zoeken voor een opzienbarende analyse van het laatste meesterwerk van Saskia Noort.

Hij mag ook naar het café, als het maar niet een café is „waar veel vrouwen komen”. Zij moet niet te vaak naar lezingen van Kluun gaan.

Heeft u het samen inderdaad zo fantástisch geregeld? Dan hoeft u niet te reageren. Het gaat mij om de afwijkingen van het ideaal. Uw achternaam hoeft er niet onder.

Reacties naar kwesties@nrc.nl of via het weblog nrc.nl/kwesties

    • Frits Abrahams