De zwaluw van 07.56 uur

Hoera, de gierzwaluwen zijn er weer! De eerste waarneming is voor mij altijd een kortstondig moment van geluk. Meestal is dat rond Koninginnedag. Dan verschijnen de sikkelvormige silhouetten boven de stad, terug uit hun winterverblijf in Congo, Tanzania of Zimbabwe. De trektelpost op de dijk bij Breskens in Zeeuws-Vlaanderen is doorgaans de plek waar vroege gierzwaluwen worden opgemerkt. Dit jaar was dat op 8 april. De eerste grote golf kwam – bij een zwak zuidoostenwindje – binnen op 25 april. Tussen 06.00 en 14.40 uur werden er 3.566 geteld. De foto toont de gierzwaluw van 07.56 uur.

Eind juli trekken ze weer weg. In de krap drie maanden dat ze hier zijn, brengen ze één broedsel groot. Tot ze na drie jaar geslachtsrijp zijn, komen ze nooit aan de grond. Daarna alleen om te broeden, onder daken. Foerageren, slapen en paren doen ze in de lucht. Ze leven van luchtplankton: kleine, vliegende insecten en spinachtigen waarvan één gierzwaluw er tot 1.500 per dag vangt. De naar schatting 45.000 Nederlandse broedparen verschalken dagelijks dus zo’n 135 miljoen insecten. Dat ruimt op.

    • Kees Moeliker