De spurt om de beleggers

Met de aantrekkende beurskoersen keert de speculatieve belegger terug naar zijn favoriete speeltjes: de Turbo en de Sprinter. Intussen heeft de Turbo een nieuwe moeder gekregen.

Feest aan de Zuidas! De Turbo bestaat vijf jaar.

Een raceauto? Een kickbokser? Een grasmaaier? Nee, deze jarige Turbo is dat ingenieuze beleggingsspeeltje dat in 2004 door ABN Amro op de markt werd gezet. Terwijl het rumoer rond de aandelenleaseaffaire toen nog volop klonk, ontwikkelde het laboratorium van de bank, ABN Amro Markets, een nieuw product waarmee particuliere beleggers met geleend geld een soort van opties op allerhande aandelen, indices en grondstoffen kon nemen.

Het sloeg aan. De belegger heeft een kort geheugen.

Sinds de Turbo op de markt kwam, in juni 2004, heeft ABN Amro op zo’n tweehonded derivaten Turbo’s in de markt gezet. Van een Turbo Long op Akzo Nobel (die speculeert op stijging van het aandeel Akzo Nobel) tot een Turbo Short op Royal Dutch Shell (die speculeert op daling van het aandeel Shell), als ook turbo’s op maïs-futures en turbo’s op de Japanse Nikkei-inex. Etcetera. Etcetera. [Zie de inzet hoe het werkt].

Wereldwijd worden er gemiddeld 15.000 transacties per dag in de apart op de beursgenoteerde Turbo’s uitgevoerd, waarvan gemiddeld 5.000 in Nederland. Naar schatting 300.000 Nederlandse particuliere beleggers trachten middels de Turbo’s meer rendement op hun vermogen te maken dan met het sec beleggen in aandelen. Door het optiekarakter van de Turbo, kan er ook geld mee worden verdiend in tijden dat de koersen dalen.

Volgens Jean-Paul van Oudheusden, de grote man achter de Turbo, is de particuliere belegger in het afgelopen, dramatische beursjaar helemaal niet weggerend. Per saldo is het aantal toegenomen – al kan hij zijn bewering niet staven met harde cijfers. Natuurlijk zijn er beleggers afgehaakt, maar inmiddels zijn er weer vele, vooral jonge beleggers bijgekomen. „Zij vermoeden dat de bodem van de beurscrisis wel zo’n beetje bereikt is.”

Niet alleen het eerste lustrum van de Turbo is aanleiding voor een feestje, ook de (noodgedwongen) naamsverandering. Dat deel van ABN Amro Markets dat de Turbo’s op de markt brengt behoort sinds de overname van de bank eind 2007 tot de boedel van Royal Bank of Scotland. Het is een buitenbeentje omdat RBS zich in Nederland niet op consumentenbankieren richt – geen eigen kantorennet – en de producten van ABN Amro Markets wel exclusief op de particuliere doe-het-zelf-belegger zijn gericht.

Het sinds gisteren herdoopte RBS Markets is dan ook meer een fabriek of een groothandel – in de woorden van Van Oudheusden een Kijkshop – voor banken waar de particuliere klant wel een beleggersrekening kan openen, zoals Binck, Alex of... ABN Amro.

Van Oudheusden blijft nauw samenwerken met zijn oude moederbedrijf. Klanten met een beleggersrekening bij ABN Amro mogen, ter ere van de verjaardag, de komende weken gratis in Turbo’s handelen. ABN Amro mag aan deze producten als enige bank in Nederland ook nog de eigen merknaam koppelen.

Voor RBS Markets (220 werknemers, waarvan twaalf in Amsterdam) is de blijvende band met de naaste buur aan de Zuidas zo vreemd nog niet. Van Oudheusden: „Na de overname door het consortium hebben we bedacht dat het beter is samen te werken dan elkaar de tent uit te vechten.”

De liefde voor de Turbo’s onder de speculatieve particuliere belegger wordt in het enigszins opklarende beursklimaat herkend door Binckbank, de grootste internetbroker. Bestuurslid Nick Bortot ziet een rechtstreeks verband tussen de aantrekkende koersen de terugkeer van Jan Belegger, hoewel die met Turbo’s en putopties toch in een neergaande markt kan verdienen. „Die meeste beleggers zien vooral kansen bij stijgende koersen.” Bortot beaamt dat de Turbo populair is. Maar, benadrukt hij, de vorig najaar geïntroduceerde concurrent is dat ook. Het duurde ruim vier jaar voor ING zich waagde aan een rivaliserend beleggingsproduct: de ING Sprinter. Die werkt precies hetzelfde als de Turbo van ABN Amro/RBS.

In de afgelopen zes maanden, heeft ING met de Sprinter een marktaandeel van 40 procent weten te veroveren, schat Arjen de Blécourt, de verantwoordelijke man bij die bank. Bij Binck is volens Bortot de verhouding tussen Turbo- en Sprintertransacties inmiddels fifty-fifty. Maar, zegt de directeur er eerlijk bij , ze hebben flink veel reclame voor de Sprinter gemaakt. „We hebben op dit gebied een samenwerking met ING”. Op dit moment, zeggen de banken zelf, heeft RBS ruim 1.500 Turbo’s in de markt, en ING ruim vijfhonderd Sprinters.

Grootste voordeel van de komst van de Sprinter is volgens Binckbaas Bortot dat de markt er „behoorlijk” door is opgeschud. De tarieven zijn scherper geworden, omdat de zogeheten spread is teruggebracht van 6 cent naar 1 tot 2 cent. Dat is het verschil tussen de bied- en laatprijs waarop een bank een onderliggend aandeel koopt. Daarmee betaalt de klant op een gemiddelde transactie al snel tientallen euro’s minder.