Bloedwraak, een machodaad of een complot

In de zoektocht naar het motief van de moordpartij in het zuidoosten van Turkije sluiten analyses en politieke belangen naadloos op elkaar aan.

Er waren 44 doden, onder wie zes kinderen, zestien vrouwen, de bruid, de bruidegom. Bijna een kwart van de gasten op het verlovingsfeest in het dorpje Bilge in het overwegend Koerdische zuidoosten van Turkije kwam maandagnacht om het leven toen gemaskerde mannen het vuur openden op alle aanwezigen. Er waren tien verdachten, die kort na het drama bij het lokale politiebureau werden binnengebracht, samen met hun wapens.

Die verdachten droegen, opvallend genoeg, dezelfde achternaam als de meeste slachtoffers en de voormalige dorpsleider (muhtar) en vader van de vermoorde bruid.

Na het bekend worden van deze feiten, volgden onherroepelijk de meningen over het motief van de moordpartij. Terwijl de Turkse tv-zenders dagen en nachten vullen met beelden van rouwende nabestaanden aan de rand van een massagraf en van dorpelingen die uit angst voor wraak op de vlucht slaan, buitelen bewindvoerders, deskundigen en hulporganisaties over elkaar heen met hun verklaringen. Vaak blijken die analyses naadloos aan te sluiten bij hun (politieke) agenda’s.

„Dit is het gevolg van bloedwraak”, sprak minister van Binnenlandse Zaken Besir Atalay al bij het krieken van de dag, nog voor een getuige was verhoord. „Dit incident is niet het gevolg van terreur maar van een twist tussen twee families”, wist premier Erdogan een aantal uren later. Beestachtig, onmenselijk noemde hij het drama. „Geen traditie kan dit handelen rechtvaardigen.”

Zijn uitspraken werden kracht bijgezet door verklaringen van getuigen dat er daags voor de verloving zou zijn geruzied over de partnerkeuze van de bruid. Bovendien boterde het al ruim twintig jaar niet tussen sommige leden van dezelfde clan.

Die bloedwraakanalyse is merkwaardig, vinden kenners van het feodale leven van veel Koerden in het zuidoosten van Turkije. „Bij alle gevallen van bloedwraak die ik ken, is er sprake van een of twee doden en altijd zijn de slachtoffers mannen. Nog nooit hebben we een massaslachting van deze omvang gezien. Nooit gebeurde dat tijdens het bidden, zoals in Bilge. Nog nooit werden vrouwen en kinderen vermoord. En nooit droegen de daders maskers”, zegt mensenrechtenadvocaat Abdülbaki Boga. Hij is zelf Koerd en komt uit een dorp dat krap 70 kilometer van de plek van het misdrijf ligt. „Het punt van bloedwraak is dat de dader wil laten zien dat hij, en niemand anders, wraak neemt in naam van zijn familie.”

Volgens de mensenrechtenactivist is ‘bloedwraak’ en ‘incident’ de verklaring die de AK-regering van premier Erdogan het beste uitkomt. Zo hoeft niemand te denken dat de regering geen controle heeft over het verpauperde oosten van het land waar al 25 jaar strijd woedt met de Koerdische afscheidingsbeweging PKK.

De advocaat gelooft zelf in een samenzweringscomplot van het ondergrondse netwerk dat in Turkije bekend staat als ‘de diepe staat’ of ‘Ergenekon’. Dat zijn militairen, politici en academici die de werkelijke macht in Turkije zouden hebben en van wie een deel nu terecht staat wegens het beramen van een staatsgreep. „Zij hebben alle belang bij chaos en conflict. Hoe meer onrust in het land, des te wankeler de positie van de regering.”

Hij wijst op een verklaring precies 24 uur voor de moordpartij waarin de PKK zei te willen werken aan een vreedzame oplossing voor het conflict. „Vrede is het laatste wat Ergenekon wil. Het lijkt erop dat degenen die deze moordpartij regisseerden ons wilden laten geloven dat de PKK erachter zat”, zegt de Koerdische advocaat. Zijn baan: strijden tegen de (on)zichtbare hand van militairen en nationalisten in Turkije.

„Allemaal onzin, de moordpartij is het gevolg van een patriarchale machocultuur”, reageert Hülya Gülbahar, voorzitter van een organisatie die opkomt voor vrouwenrechten. De daders waren allemaal mannen, veel slachtoffers waren vrouwen. „Dit is het onherroepelijke gevolg van een eeuwenoude geweldscultuur gecombineerd met de steeds meer geavanceerde wapens die in de regio voorhanden zijn. Die strijd gaat over land, over geld, over erfrecht en mondt uiteindelijk uit in onderdrukking van vrouwen.”

Ze gruwelt van de verklaring van een plaatselijke gouverneur. Die legde de schuld bij een falend onderwijssysteem, dat volgens hem alleen zou kunnen werken als jongens en meisjes strikt van elkaar gescheiden worden.

In de afgelopen dagen ging veel aandacht uit naar het feit dat alle mannen in het dorp lid waren van de zogeheten Dorpswacht. In 1985 besloot de Turkse regering dorpelingen in het zuidoosten te bewapenen in de strijd tegen de PKK. De in totaal 57.000 leden van die Dorpswacht hebben het recht om verdachte ‘terroristen’ aan te geven of desnoods te vermoorden.

De moordpartij in Bilge zou opnieuw het bewijs zijn dat de wapens van de Dorpswacht te vaak worden misbruikt om plaatselijke vetes uit te vechten. De vicepremier kondigde gisteren aan dat de Dorpswachten spoedig zullen worden afgeschaft of drastisch hervormd.

Dat is een besluit waar de grootste politieke partij voor Koerden, de DTP, al jaren voor pleit. „De hele regio moet worden ontwapend”, zegt Halil Aksoy, de voorzitter van de lokale afdeling van de partij in Istanbul. „De hele regio wil een einde aan die geweldscultuur. Ons probleem is dat te veel partijen profiteren van de chaos die er heerst.” Want na de 44 doden van Bilge zijn de emotionele reacties even talrijk als de belangen die er voor zorgen dat het drama zich kan blijven herhalen.