Blaasklare pluizebollen

Route: Nisse – Hansweert

Afstand: 18 km

Je hebt hier weidegrond. Ver reikend en stormachtig groen. En er is akkerland. Is ook veel en gaat ook ver. Het wordt geploegd, troepjes meeuwen cirkelen in het kielzog van de tractor. Of zo’n akker bestaat uit afgeplatte richels. Daar zitten aardappels in, denk ik, aardappels in de dop. „Asperges”, beweert man. (Maar man weet ook niet alles.)

Landschappelijke ruimte kan opdringerig zijn. Hij slaat je met zijn leegte, of hij bedrukt je doordat hij te veel is.

Op Zuid-Beveland wordt de ruimte bedwongen. Door heggen. Zo’n twee meter hoog en wild van structuur, met aan hun wortels braamstruiken en sappige bossen brandnetels. De heggen trekken lijntjes in het land, rechtuit, diagonaal, dubbel met een pad ertussen. Met een bocht kan ook. Of haaks op een rij populieren, hoog op een grasdijk. Ze zitten vol meidoorn en vlier, die bloeien met bloemetjes van gebleekte katoen. Dat betekent dat ik wandel door een landschap dat de hemel beantwoordt met guirlandes.

De zon, de wind en het balorige wolkendek zorgen samen voor schuifschaduwen. En ook voor het mengsel van koel en warm waar wandelaars zo veel van houden dat ze, bête grijnzend, roepen „Lekker wandelweer hè?” als ze elkaar passeren over de wegjes van grind of grasgrond of schelpengruis.

Koekoek! Koekoek! Ja, we hebben je gehoord. Ga nou maar op zoek naar gastouders voor je ei. Dat ei moet komen, want de vroege lente is voorbij. De lammeren hebben al stevige bouten. De paardenbloemen houden het geel voor gezien, het grasland staat vol met blaasklare pluizebollen. De bomen zijn uitgelopen, een rij knotwilgen draagt afrokapsels.

Daar is de dijk. Erop is hier verboden. Erachter verplicht. Na een kilometer wandelcorvee onderlangs mogen we, ter hoogte van de elektriciteitscentrale, eindelijk naar de zeezijde van het talud. Daar ligt de Westerschelde in het zinkende middaglicht, met water dat tolt van het grijs. Een roestbruin zeil roetsjt over de rimpelingen. De lompe schuit in de vaargeul achter de zandbank schuift steeds een stukje op als ik even niet kijk. Maakt de dijk een bocht dan is er een strandje, waar eenden als kruimeldieven met hun snavels plat over de blubber struinen. Zou het land aan de andere kant van de dijk zo eentonig gebleven zijn? Misschien. Maar het staat me vrij om te denken van niet.

Informatie, routekaartje, gps-punten en foto’s op www.nrc.nl/wandel

    • Joyce Roodnat