Auto komt verder op bio-elektriciteit dan op alcohol of biodiesel

In a December 2006 photo provided by the Oak Ridge National Laboratory, Derick Hopkins is shown cutting switchgrass, a potential biofuel, at the University of Tennessee's Agricultural Institute in Knoxville, Tenn. The federal lab is partnering with UT and several other universities and companies in a bid to host a $125 million bio-energy center. (AP Photo/Oak Ridge National Lab, Charles Brooks) ** NO SALES ** Associated Press

Niet alcohol, niet biodiesel, maar bio-elektriciteit is de energiebron van de toekomst voor het wegverkeer. Het levert de automobilist per hectare bouwland de meeste autokilometers op. Na een bureaustudie zijn Amerikaanse onderzoekers tot deze conclusie gekomen. (Science Express, 7 mei).

In de VS wordt veel mais geteeld waaruit op een klassieke manier (vergisting van zetmeel) alcohol wordt geproduceerd. Die wordt bijgemengd in benzine en maakt het land minder afhankelijk van aardolie. Steeds duidelijker wordt dat per hectare bouwland meer alcohol kan worden geproduceerd als niet mais, maar switchgrass (Panicum virgatum) wordt verbouwd. Deze aan gierst verwante grassoort haalt onder Amerikaanse groeiomstandigheden wel een opbrengst van 13,5 ton droge stof per hectare per jaar en met een chemische voorbewerking en cellulose-splitsende enzymen kan ook daaruit veel alcohol worden gewonnen: cellulose-alcohol. Anderzijds is het switchgrass-hooi ook zonder meer in een elektriciteitscentrale te verbranden, desgewenst door het bij te stoken in een kolencentrale. Op de geproduceerde elektriciteit kan een elektrische auto rijden.

Het zijn de twee toepassingen van switchgrass die de onderzoekers vergeleken. De studie is een tussenbalans, want het procédé voor bereiding van cellulose-alcohol is nog in ontwikkeling en er komen ook steeds betere accu’s. Maar de verschillen zijn zo groot dat geen twijfel mogelijk lijkt: inzetten op productie van bio-elektriciteit is het best. Het zit hem in het hoge energieverbruik van de alcoholproductie en -destillatie en het lage rendement van de explosiemotor waarin de alcohol wordt verbrand. Als de centrale de afvalwarmte ook nog weet af te zetten, kan het aantal autokilometers uit elektriciteit wel twee keer zo hoog zijn als uit alcohol. Aantrekkelijk is dat voor bio-elektriciteit geen bijzondere infrastructuur nodig is. Ook kan de centrale besluiten de geproduceerde CO2 af te vangen en in de diepe ondergrond op te slaan (CCS). Dan zou het autoverkeer netto CO2 aan de atmosfeer onttrekken.

Karel Knip

    • Karel Knip