Wijs besluit van Unilever om winstverwachtingen te stoppen

Vreemd genoeg ziet Unilever er plotseling uit als een toonaangevende onderneming. De Brits-Nederlandse consumentengoederenproducent heeft jarenlang achterop gelegen bij de concurrentie, maar zijn besluit om voorlopig geen winst- en omzetverwachtingen meer uit te spreken, getuigt van een vooruitziende blik. Andere bedrijven doen er goed aan dit voorbeeld te volgen. Het bevrijden van het management van kortetermijndenken zou een goede manier zijn om uit de huidige crisis te komen.

Unilever is een bijzonder goed voorbeeld van de futiliteit van het formuleren van een eindeloze stroom kwartaaldoelstellingen. De verplichting om daaraan te voldoen heeft er niet toe bijgedragen dat de jaaromzet de afgelopen tien jaar de 40 miljard euro heeft overtroffen.

Maar Unilevers nieuwe topman Paul Polman is niet de enige die deze koers heeft ingezet. Ook de Franse cosmeticaproducent L’Oréal heeft de winstverwachtingen geschrapt. Coca-Cola had ze voorlopig opgeschort, maar heeft ze inmiddels weer hervat. Polman zei tegen de Financial Times dat hij wordt gesteund door niemand minder dan superbelegger Warren Buffett, en door Amerikaanse topmanagers die ook graag zouden worden verlost uit de tredmolen van de kwartaalverwachtingen.

Hun frustratie is begrijpelijk. Zeker, veel beleggers zijn verslaafd geraakt aan de driemaandelijkse cyclus van uitgesproken intenties, gefluisterde cijfers en uitgebreide analyses van zorgvuldig opgestelde winstrapportages. Maar zelfs in goede tijden leiden dergelijke kortetermijndoelstellingen tot een beperkt gezichtsveld en twijfelachtige boekhoudkundige praktijken.

Tijdens een recessie kunnen voorspellingen de indruk wekken dat managers slecht geïnformeerd zijn. Neem Martin Sorrell, de baas van reclamebureau WPP. Hij heeft in een tijdsbestek van nog geen zes weken een volte-face moeten maken ten aanzien van de winstverwachtingen, door ze op één lijn te brengen met de minder optimistische verwachtingen van de markt.

Het doen van voorspellingen is ook een steeds zwaardere opgave geworden. Aanvankelijk voorspelden de topmanagers alleen de winst per aandeel en de omzet. Maar nu moeten ze ook de aangepaste omzetcijfers en de operationele winstmarges per divisie geven. De kredietcrisis voegt daar nog allerlei andere zaken aan toe, zoals de dekking van de schuldenlast en de werkkapitaalstromen.

Beleggers hebben gelijk als ze zo veel mogelijk willen weten. Unilever is zo verstandig om in plaats van de winstverwachtingen gedetailleerde informatie te verstrekken over de prijzen. Maar Polman heeft gelijk als hij het analytische werk aan de markt overlaat – en zichzelf niet laat gijzelen door onbetrouwbare voorspelingen te doen die niemand helpen. Managers, beleggers – en financiële journalisten – hebben belangrijkere zaken om zich zorgen over te maken.