Wat gebeurt er met een condoleanceregister?

Ruim vierduizend mensen hebben het condoleanceregister in Apeldoorn getekend. Micky Bakker uit Rotterdam wil weten wat er met een condoleanceregister gebeurt als het gesloten is. „En waar gaat het register van Apeldoorn naartoe?”

Het condoleanceregister in het stadhuis van Apeldoorn kan vandaag nog tot vijf uur worden getekend. Daarna verhuizen de drie boeken naar het bureau van burgemeester Fred de Graaf. „Hij wil de registers zelf nog even inzien. De kans is groot dat de burgemeester ze de komende dagen geregeld even open zal slaan”, vertelt Irma Vogels van gemeente Apeldoorn. Wat daarna met de condoleanceboeken gebeurt is nog niet bekend, zegt Vogels. De registers zijn gericht aan alle nabestaanden.

Doorgaans wordt een condoleanceregister aangeboden aan de familie van de overledene. Het ministerie van Defensie heeft dit bijvoorbeeld ook gedaan met het register van Azdin Chadli, de 20-jarige soldaat die begin april werd gedood bij een raketaanval op Kamp Holland.

Op internet kan Chadli’s condoleanceregister nog altijd worden getekend. Roel Willemse van Internet Today, eigenaar van condoleanceregister.com, vertelt dat online registers in principe oneindig op internet blijven staan en ook te tekenen blijven. Vanaf vandaag is de site vernieuwd. Nabestaanden kunnen nu een pdf-bestand laten maken met daarin alle berichten. En voortaan beheren ze zelf het register. De nabestaanden beslissen dus hoelang het open blijft en wat ze er daarna mee doen.

De andere grote Nederlandse condoleancesite, condoleance.nl, wil wel wat gaan doen met alle binnengestroomde reacties over het drama in Apeldoorn. Oprichter Peter van Schaik: „Als koningin Beatrix ook haar handtekening wil zetten, lijkt het ons een mooi gebaar de reacties te bundelen en te laten drukken als boek. Als dit lukt, zullen we het aanbieden aan De Rijksvoorlichtingsdienst. Die kan vervolgens beslissen of de boeken naar de nabestaanden moeten. Hopelijk putten de nabestaanden troost uit de vele berichten, en voelen ze zich gesterkt wanneer ze lezen hoeveel mensen in heel Nederland met hen meeleven.”