Voor Fikriye (76) is de woongroep ideaal

Ouderen willen graag zo lang mogelijk zelfstandig blijven. Voor Turkse en Marokkaanse Nederlanders ontstaan woongroepen. „Dat is veel beter dan bij de kinderen wonen.”

Bewoners van de woongroep Tweede Lente. Op de voorgrond Nuran Kaya (67): „Als we naar de dokter moeten, nemen we een van onze kinderen mee.” Foto Ilvy Njiokiktjien Njiokiktjien, Ilvy

„Waarom zou ik teruggaan naar Turkije?” Hamiyet Atasever (61) zet zijn theeglas terug op tafel, zucht licht en leunt dan achterover in zijn stoel. „Heel mijn familie woont hier”, zegt hij. „Bovendien, de mensen die ik nog ken in Turkije zijn inmiddels ook op leeftijd. Zij kunnen niet voor mij zorgen als dat nodig is.”

Het is donderdagochtend, iets na elf uur. In de kleine gemeenschappelijke ruimte van de Amsterdamse woongroep voor Turkse ouderen Ikinci Bahar (Tweede Lente) staan de aan elkaar geschoven tafels vol met broodjes, beleg, Turkse zoetigheden en thee. De muren zijn kaal en wit, twee rode bankjes staan langs de muur en naast het keukentje hangt een nieuwe flatscreentelevisie. Alle stoelen zijn bezet. Zoals elke donderdag zijn de bewoners – zeven stellen en drie alleenstaande vrouwen – bij elkaar gekomen voor het gezamenlijk ontbijt. De mannen aan de ene kant van de tafel, de vrouwen aan de andere kant.

De bewoners van de Tweede Lente zijn exemplarisch voor de steeds groter wordende groep allochtone ouderen in Nederland. Volgens cijfers van het CBS zijn er in 2010 meer dan 190.000 niet-westerse 55-plussers, en in 2020 ruim 350.000.

De allochtone vergrijzing zorgt voor een groei aan nieuwe woonvormen. „Het is een groep die veel gebruikmaakt van huurwoningen en bovendien in toenemende mate een beroep zal doen op zorg”, zegt Yvonne Witter, specialist oudere migranten bij het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg. „Het is niet meer vanzelfsprekend dat de ouderen bij hun kinderen intrekken, zij willen langer zelfstandig blijven wonen. Dus zie je dat woningcorporaties, zorgorganisaties en gemeenten meer initiatieven ontwikkelen voor deze snelgroeiende groep. Steeds vaker op initiatief van de ouderen zelf.”

Het grootste deel van deze groep ouderen bestaat uit Surinamers, Antillianen, Marokkanen en Turken, maar vooral voor de laatste twee groepen zie je de laatste tijd veel initiatieven, vertelt Witter. „Zij zijn de eerste generatie die in Nederland blijft wonen, dat vereist een andere aanpak. Islamitische ouderen willen bijvoorbeeld graag een woning met een afsluitbare keuken, een toilet dat niet tegenover de woonkamer ligt, en soms ook twee ruimten zodat mannen en vrouwen elkaar apart kunnen ontmoeten. Daar komt bij dat de Turkse en Marokkaanse ouderen de laatste jaren steeds beter de zorgorganisaties en woningcorporaties weten te vinden.”

De eerste speciale woonvormen voor Marokkaanse en Turkse ouderen zijn al uitgevoerd. De Tweede Lente in de wijk Bos en Lommer bestaat sinds één jaar. Binnenkort komt er in Amsterdam Slotervaart een woongroep voor Marokkaanse ouderen, en de gemeente Eindhoven maakte in maart bekend dat het plannen maakt voor kleine woon-zorgcomplexen voor oudere allochtonen.

Ook voor ouderen die gerichte zorg nodig hebben zijn er nieuwe initiatieven. In 2001 opende het Rotterdamse verpleeghuis De Rustenburg de eerste verpleegafdeling voor moslims in Nederland. Eind 2007 richtte een zorgcentrum in Utrecht een gebedsruimte voor moslims in, en een verpleeghuis in Utrecht Overvecht heeft plannen om binnenkort een speciale afdeling voor Marokkaanse ouderen te openen.

„Woongroepen voor allochtone ouderen bestaan al langer”, zegt Beebs Looman, manager bijzondere huisvesting bij Stadgenoot, de Amsterdamse woningcorporatie die onder meer de Tweede Lente realiseerde. In de jaren negentig kwamen er woongroepen voor Surinaamse en Antilliaanse ouderen. Daarvoor vooral voor Indonesische, Molukse en Chinese ouderen. En nu zijn de Marokkanen en Turken aan de beurt.

Looman benadrukt dat allochtonen en autochtonen dezelfde trend volgen. „De meeste ouderen willen zo lang mogelijk zelfstandig blijven wonen, liefst in de nabijheid van zorg. Het is eigenlijk niet meer van nu om mensen in groten getale onder te brengen.”

Terug naar de ontbijtzaal van de Tweede Lente. Een paar vrouwen hebben net hun woning laten zien. In totaal zijn het tien appartementen gevestigd in het nieuwbouwcomplex De Buskenblaser tegenover het verzorgingstehuis De Boeg. In de woningen van 75 vierkante meter is een halletje, huiskamer, keuken, slaapkamer, badkamer, logeerkamer en apart toilet.

„We gaan vaak bij elkaar op bezoek. Elke dag lopen we wel bij elkaar binnen”, vertelt Matbule Süne (65). „We kenden elkaar wel van zien hier uit de buurt, maar nu zijn we echt buren geworden. We weten elkaar te vinden als er iets is.”

„Dat is veel beter dan bij de kinderen wonen”, zegt Fikriye Sanli-Dogan, met 76 jaar de oudste bewoonster. Ze staat op, wijst naar de televisie en beweegt haar duim op en neer alsof ze zapt. „De hele dag kijken de kinderen televisie. En maar praten en praten. Het is te veel herrie voor mij. Ik ga hier niet meer weg.” En als ze toch zorg nodig mocht hebben, later, dan hoopt ze dat haar kinderen hier in huis voor haar komen zorgen.

Zit er nog een minpunt aan het wonen in deze woongroep? „Misschien”, zegt Nuran Kaya (67) na enige aarzeling. „Ons Nederlands is slecht geworden, we praten alleen nog Turks. Maar als we naar de dokter moeten of zo, nemen we een van onze kinderen mee, of iemand van de buurtparticipatie.” Aan de ‘overkant’, zoals ze het verzorgingstehuis De Boeg noemen, moeten de drie vrouwen nog lang niet denken. Ze hebben zich ook niet ingeschreven voor een bejaardentehuis of een andere zorginstelling. Matbule Süne: „Daar zijn we nog veel te jong voor.”

„Allochtone ouderen vinden het doorgaans prettig om bij mensen met dezelfde cultuur te wonen”, zegt Yvonne Witter van het Kenniscentrum Wonen-Zorg. „Het is logisch dat zij terugvallen op oude gewoontes en veiligheid zoeken in een vertrouwde omgeving. Dat zie je overal ter wereld, bij alle culturen. En misschien is dit juist ook wel integratie, nu ze net als alle ouderen langer zelfstandig willen blijven wonen.”

Witter: „De groeiende groep allochtone ouderen zou meer structurele aandacht moeten krijgen dan nu het geval is. Corporaties, zorgorganisaties en gemeenten weten dat het meer behelst dan een kleedje neerleggen voor een gebedsruimte, maar hoe het wel moet, is vaak nog onduidelijk.”

Aan beide kanten is nog onbekendheid. Zo heeft een groot deel van de allochtone ouderen een negatief beeld van verzorgings- en verpleegtehuizen, aldus Witter. Ze lopen zorg mis omdat ze niet goed op de hoogte zijn.

Bij de corporaties en zorgorganisaties denkt men soms nog te licht over deze nieuwe groep. De aandacht voor allochtone ouderen neemt weliswaar toe, maar er is nog een lange weg te gaan. „Een Turkse oudere in een regulier verzorgingstehuis loopt nu de kans om te vereenzamen, omdat er geen allochtoon personeel is dat hem of haar kan ondersteunen”, zegt Witter. „Ook is bijvoorbeeld dementie onder allochtone groepen nog steeds een taboe. Zorginstelling Cordaan kijkt nu of er een aparte woongroep voor Marokkaanse demente ouderen kan komen. Het zou goed zijn als dergelijke problemen veel breder besproken zouden worden.”

Lees deel één van dit tweeluik op nrc.nl/binnenland

    • Jessica van Geel