Vanwaar die latrelatie van John Constable?

Martin Gayford: Constable in Love. Love, Landscape, Money and the Making of a Great Painter. Penguin, 384 blz. €27,-

Eind 1811 reisde John Constable (1776- 1837) halsoverkop van Londen naar Worcestershire waar zijn geliefde Maria Bicknell verbleef. Hij had net een brief van haar ontvangen waarin stond dat ze geen toekomst meer zag in hun relatie. Immers, haar ouders vonden de toen nog onbekende en onbemiddelde schilder ongeschikt als echtgenoot. Mede daarom hadden ze de knappe en pientere Maria naar een buitenhuis gestuurd, ver weg van haar minnaar. De deur werd geopend door Maria’s halfzuster en haar beslissing om Constable binnen te laten was een cruciaal moment in het leven van de dolverliefde schilder. Alle hoop was nog niet verloren.

In zijn boek Constable in Love gaat Martin Gayford nog verder door te beweren dat het halfzusje de kunstgeschiedenis, op z’n minst de Britse, een ander aanzien heeft gegeven. De hoop dat hij met zijn amodieuze landschappen ooit genoeg zou verdienen om goedgekeurd te worden door Maria’s ouders en opa, alsmede van zijn eigen vader, hield de emotionele Constable op de been.

Gedetailleerd en met veel gevoel beschrijft kunsthistoricus Gayford, die eerder in The Yellow House de turbulente vriendschap tussen Van Gogh en Gauguin belichtte, de zeven lange jaren waarin Constable en Maria een lat-relatie hadden. Zij woonde afwisselend in Londen en Worcestershire, en hij verdeelde zijn tijd tussen Londen en East Bergholt, het dorpje in het zuiden van Suffolk waar de Constable-familie vandaan kwam, waar Maria’s opa de invloedrijke dominee was en waar – rond Dedham Vale, langs de Stour – het zogenaamde Constable Country is te vinden.

Zelfs wanneer ze samen in de hoofdstad verbleven, zagen de twee elkaar weinig vanwege het huisarrest waar Maria vaak toe veroordeeld was. Haar lot was te vergelijken met dat van Prinses Amalia van Hannover, haar tragische tijdgenote. Schrijven was de enige vorm van regelmatig contact en de brieven waren Constables waardevolste bezit. Toen zijn Londense driehoog-achter afbrandde, redde hij eerst haar brieven, wat een kleine twee eeuwen later een geschenk zou zijn voor Gayford.

Een belangrijk element in Gayfords studie is het verschil tussen stad en platteland, dat op de achtergrond van dit Austenachtige liefdesdrama speelt. Maria’s vader was advocaat van de marine en behoorde tot het gevolg van de Prins van Wales. Hiermee bekleedden de Bicknells een vooraanstaande positie binnen de Regency. Men keek neer op Constable als zoon van een molenaar, terwijl diezelfde betrekking op het platteland juist bewondering oproept. Op zijn beurt verafschuwde Constable niet alleen de stedelijke stank en smog, maar ook de gegoede burgerij met haar decadentie, verkleedpartijen en formele omgangsvormen.

Constable stuitte ook op weerstand van de gezaghebbende Royal Academy, waar hij lid van probeerde te worden. De academici zagen aanvankelijk weinig in de pittoreske, ‘onaffe’ schilderijen van het boerenleven in Suffolk, een typische miskenning van een vernieuwer.

Als hij zich volledig zou hebben gericht op het schilderen van portretten – wat hem goed afging, getuige een tentoonstelling die tot 14 juni in de National Portrait Gallery in Londen te zien is – had Constable wellicht genoeg verdiend om eerder met Maria (zelf een amateur- schilder) samen te zijn. Koppig koos hij voor zijn artistieke, op Ruysdael geënte idealen en daarom konden de twee pas trouwen toen de erfenissen van hun (groot)ouders vrijkwamen.

Voor het huwelijk toont Gayford overigens weinig belangstelling, gezien de bescheiden aandacht die hij eraan schenkt. Het echtpaar kreeg trouwens zeven kinderen en niet veel later kwam Maria aan tuberculose te overlijden.

    • Patrick van Ijzendoorn