Van fout tot compromisloos

Kweekvijver voor beeldend kunstenaars De Ateliers toont veelbelovend talent op de tentoonstelling Offspring 2009.

„Als De Ateliers niet hadden bestaan, hadden we het moeten uitvinden.” Dat zei Ronald Plasterk, minister van Cultuur, gisteravond in de toespraak bij de opening van de jaarlijkse Ateliers-tentoonstelling in Amsterdam. Excellence is waar de minister naar streeft. Dat is volgens hem waar De Ateliers voor staat.

Van de drie post-academische werkplaatsen op het gebied van beeldende kunst in Nederland heeft De Ateliers in Amsterdam de zwaarste tijd achter de rug. In 2004 werd de subsidie stopgezet – een besluit dat werd teruggedraaid. Vorig jaar pas oordeelde de Raad voor de Kunst weer gematigd positief. In vergelijking tot de netwerkende en luidruchtiger collega-instelling De Rijksakademie, richt De Ateliers zich sinds haar oprichting in 1963 op inhoud en verdieping. Een hoog getalenteerd groepje kunstenaars mag hier, begeleid door het puikje van de internationale kunstwereld, zijn werk tot wasdom brengen.

Mede onder druk van de politiek laat ook De Ateliers meer rumoer toe binnen haar muren. Er is een interessant lezingenprogramma gekomen en de tien studenten die jaarlijks worden aangenomen – in 2008 waren er 612 gegadigden – krijgen één dag in de week uitputtend bezoek van vier gastdocenten. En ook is er – in navolging van de Open Dagen van de Rijksakademie – een jaarlijkse in plaats van een vijfjaarlijkse tentoonstelling, met werk van de studenten die hun tweejarige periode bijna hebben afgerond.

Curator Bregje van Woensel koos met de tentoonstelling Offspring 2009 voor een traditionele opzet. Elke student kreeg een solopresentatie in een smetteloos atelier met de omvang van een kleine museumzaal. Zonder afleidende muziek, of rumoer van elkaar beconcurrerende video-installaties.

De aantrekkingskracht van de tentoonstelling schuilt in de ontdekking. Welke kunstenaar ken je niet? Wie heeft potentie en wie torent boven alles uit? Op Offspring hebben zeker vijf van de twaalf deelnemers potentie: de Nederlanders Anami Schrijvers en Hans Hoekstra, de Tsjech Ondrej Brody, de Britse Esiri Erheriene-Essi, en de Duitser Christian Friedrich. Uit al hun werk – of het nu opzettelijk ‘fout’ is geschilderd zoals Hoekstra doet, of juist abstract en super esthetisch zoals Schrijvers, spreekt een compromisloosheid die nieuwsgierig maakt. In het atelier van Erhieriene-Essie moet het doorgaans een herrie van jewelste zijn. Want voor deze schilder is punk en hiphop een essentieel onderdeel van het werkproces. Erhiene-Essie had het daarbij kunnen laten en haar schilderijen ruig kunnen laten zijn en heftig – je ziet de pompende beats in verf vertaald. Maar haar onderwerpen zijn breder: racisme en geweld.

Ook de Tsjech Ondrej Brody is een beloftevolle kunstenaar. Brody kiest voor de weg van de shock art, met zijn bij Chinese schildersfabrieken bestelde schilderijenreeks van gemartelde Chinezen – beelden die in China verboden zijn – en met zijn gemanipuleerde foto’s van een geamputeerde penis. Het is de vraag of Brody’s weg de goede is, maar vooralsnog is het werk confronterend genoeg. Het hoogtepunt vormt de Duitse multimediakunstenaar Christian Friedrich. Friedrich heeft in zijn atelier een Wagneriaans totaalkunstwerk gemaakt. Er zijn woeste keramische objecten, ontbeende en afgebroken kruisvormige beelden in zilver en ultramarijn, en een film die via sensoren aan- en uitflikkert. Die film – een hels, teder en wreed beeldwoordenboek over liefde, afhankelijkheid en eenzaamheid – zuigt de kijker mee. Daarom was het gisteravond bijna voortdurend dringen in dit atelier. Friedrich toont wat zijn Duitse landgenoot Günter Grass eens mooi heeft gezegd: „Kunst kent geen compromis, terwijl het leven er vol van is.” Het is mooi dat De Ateliers dit aan het licht brengt.

Offspring 2009. T/m 23 mei. Do t/m za 13-18u. Stadhouderskade 89, Amsterdam. Cat € 19,50.