Socialisten aan de macht in Baskenland

Voor het eerst heeft Spaans Baskenland een niet-Baskisch-nationalistische regering. Gisteren werd de nieuwe, socialistische regiopresident Patxi López beëdigd.

De socialistische partijleider Patxi López legt bij de eik van Guernica de eed af als president van de regioregering van Spaans Baskenland. Foto Reuters Basque Socialist Party (PSE) leader Patxi Lopez swears in as Lehendakari (president) of the Basque government next to the Oak of Guernica at the Casa de Juntas in Guernica May 7, 2009. REUTERS/Vincent West (SPAIN POLITICS) REUTERS

Patxi López moet er toch even van schrikken. Als de nieuwe, socialistische lehendakari ofwel regiopresident van Spaans Baskenland na afloop van zijn beëdiging op pesterig aandringen van zijn partijgenoten de zilveren knop losdraait van zijn makila, de traditionele staf die zijn leiderschap van Baskenland symboliseert, komt er een vlijmscherpe punt tevoorschijn. „Nog gevaarlijk ook”’, grapt de nieuwe regiopresident.

De plechtige ceremonie bij de eik van Guernica, waar de Castilliaanse koningen en de edelen van Biskaje al sinds de Middeleeuwen wederzijdse trouw beloven, bevestigde dat er een nieuwe wind in Baskenland waait. Voor het eerst sinds de eerste regionale verkiezingen in 1980 heeft het gebied een niet-Baskisch-nationalistische president. En López besloot meteen op het sterk van nationalistische symboliek doortrokken ritueel zijn stempel te zetten. De wachters in middeleeuwse kostuums en het Baskische dansje bleven, maar anders dan zijn voorgangers beloofde López trouw aan de geldende Spaanse wet. Verder legde de niet-gelovige López de eed af op het regiostatuut in plaats op de Bijbel.

Er was meer. Voor het eerst waren er bij de inhuldiging vertegenwoordigers uitgenodigd van de organisaties van de slachtoffers van de Baskische afscheidingsbeweging ETA die met geweld dezelfde doelen nastreeft als de afgelopen jaren werden uitgedragen door de vertrokken nationalistische regiopresident Ibarretxe. Een geëmotioneerde Maite Pagazaurtundua, wiens broer door de ETA werd vermoord: „Dit is voor ons een heel belangrijke erkenning tegenover het fanatisme waar we hier voortdurend mee te maken hebben.”

En ook – strikt taboe op het traditionele nationalistische lijstje van genodigden – pontificaal aanwezig: een kolonel van de Spaanse strijdkrachten, de hoofdcommandant van de nationale politie en een generaal van de Guardia Civil. Voorts: twee vice-premiers van de centrale regering, vertegenwoordigers van de socialistische en de conservatieve partij uit Madrid.

De vertegenwoordigers van de Baskisch-nationalistische partij, de PNV, waren na afloop snel vertrokken bij de eik van Guernica. Na bijna dertig jaar regeren verbannen naar de oppositie: het viel duidelijk niet mee dat er dit keer geen parlementsmeerderheid was te vinden. De druiven zijn vooral zuur omdat de PNV bij de verkiezingen wel als grootste partij uit de bus kwam. Maar mede doordat de politieke tak van de ETA, iedere keer weer in een ander jasje, dit keer definitief werd verboden, was het gedaan met de nationalistische meerderheid. Bij wijze van protest werd een substantieel deel van de stemmen ongeldig uitgebracht.

Oud-regiopresident Ibarretxe trok in de beëdigingsdebatten de democratische legitimiteit van de nieuwe socialistische minderheidsregering in twijfel. Er is in Baskenland nog steeds een meerderheid van nationalistische patriotten die afscheiding wil, aldus Ibarretxe, die vervolgens geslagen zijn vertrek uit de politiek aankondigde.

Een belangrijk deel in zijn eigen partij is niet al te droevig over dit afscheid. Dat is de PNV-factie die best kan leven met het huidige model van autonomie en niet wakker ligt van het gebrek aan onafhankelijkheid. Het was echter de radicale vleugel die het onder Ibarretxe voor het zeggen kreeg en de afgelopen jaren hoe langer hoe blinder werd voor de grenzen van de politieke draagkracht voor zijn nationalisme. Niet alleen leed het zogenaamde ‘plan Ibarretxe’ voor onafhankelijkheid tot twee keer toe schipbreuk, de PNV vervreemdde zich ook van coalitiepartners in het politieke midden. Doordat Ibarretxe bleef gehandhaafd als lijsttrekker, werden de socialisten in de armen van de conservatieve Partido Popular gedreven. Dit is de aartsvijand, met wie ze echter wel gemeen hebben dat hun politici op de dodenlijst van de ETA staan. De PP steunt de nieuwe regioregering, maar maakt er geen deel van uit.

Terwijl de PNV nadenkt over een nieuwe koers, is nu de grote vraag hoe de minderheidsregering van López het gaat redden. Nergens in Spanje regeert links met de steun van de Partido Popular, die in het nationale parlement de regering van de socialistische premier Zapatero bij voorkeur tot de grond toe afbreekt.

Socialisten en conservatieven hebben een minimumovereenkomst om de politieke en sociale steun aan de ETA aan te pakken, een aantal voorschriften voor gebruik van het Baskisch te schrappen en de pluriformiteit van de Baskische bevolking te onderstrepen. „Ik geloof in dit pact”, zegt Baskische conservatieve leider Antonio Basagoiti. „We zitten niet te wachten om de boel hier op te blazen.”

In socialistische kring wordt onderstreept dat de uit noodzaak geboren regering van niet-nationalisten wel eens aanzienlijk stabieler kan zijn dan menigeen gelooft. Daarvoor betalen de socialisten wel een hoge prijs: op landelijk niveau kan de krappe minderheidsregering van premier Zapatero nu wel fluiten naar de steun van de PNV. Zij heeft daardoor vanaf heden de grootste moeite om voor haar voorstellen een meerderheid bijeen te sprokkelen.