'Parasieten' in een zwetend badhuis

Theater Parasieten door het Nationale Toneel. Gezien 7 mei NT-Gebouw, Den Haag. Aldaar en in Amsterdam t/m 6 juni. Inl: www.nationaletoneel.nl * * * *

Zwetende, stinkende stilstand. Dat ademt het toneelstuk Parasieten. Net als in zijn andere werk portretteert de Duitse toneelschrijver Marius von Mayenburg hierin onaangename jonge mensen die elkaar en zichzelf de verschrikkelijkste dingen aandoen.

Een vrouw en haar verlamde echtgenoot krijgen haar labiele zus op bezoek die zwanger is, en zegt dat ze door haar man is mishandeld. Die man komt langs om te huilen als een hond op de deurmat. Verder krijgen ze bezoek van een oude man die het ongeluk veroorzaakte waardoor de echtgenoot in een rolstoel zit. Als parasieten klampen ze zich aan elkaar vast, en zuigen elkaar leeg: „Ik wil mij in een andere mens storten als in een afgrond.”

Dat de misantropische toon toch draaglijk blijft, komt door Mayenburgs zwarte humor, die bijvoorbeeld zit in de kleurrijke, plastische beledigingen en het extreem ver doorvoeren van de beleden levenshaat.

Regisseur Susanne Kennedy zet haar spelers met natte lijven in een Oost-Europees badhuis van vuilgele tegels, met in de achterwand twee langgerekte glazen bakken vol huisvliegen. De rolstoelman (Jorre Vandenbusche) draagt een polyester beenzak die hem op een zeemeerman doet lijken. Zijn echtgenote (Çigdem Teke) draagt een fluorescerend geel badpak. Haar zus (Anniek Pheifer) draagt een witte winterjas met bijpassende laarsjes. Haar man (Bas Keijser) draagt versleten sportkleding met smerige bruine vlekken. De oude man (Jobst Schnibbe) is nog het meest misplaats in zijn goedkope bruine pak.

De zwetende sfeer past mooi bij de apocalyptische sfeer van het stuk. Steeds weer beschrijft Mayenburg hoe drukkend warm het is. De rolstoelman levert profetieën over het verval: „En iedere dag werpt de Hemel een nieuw mens naar beneden op de Aarde, verbrijzelt het op de grond.”

Kennedy streeft naar een statisch tableau, waarin de spelers hun heftige teksten redelijk onderkoeld brengen, weinig bewegen en veel stiltes laten vallen. Vooral Çigdem Teke past deze afstandelijke, mechanische wijze van tekst zeggen goed. Bas Keijser mag zich als enige juist erg laten gaan in zijn liefdesverdriet. In de voorstelling zit sowieso weinig beweging, wat vreemd genoeg geen bezwaar is. Je kunt eindeloos naar dit plaatje vol misvormden kijken, en je laven aan lelijke triestheid.