Onzekerheid blijft na stresstest

Opluchting in de VS over de uitslag van stresstesten bij de grootste banken. Maar Europeanen kunnen het voorbeeld beter niet volgen. „Het is schijnzekerheid.”

Na weken van nervositeit keert de rust bij de Amerikaanse banken en hun beleggers weer even terug. De resultaten van de stresstesten door de Amerikaanse overheid zijn bekend. De bancaire sector in de VS is er veel beter aan toe dan velen hadden gevreesd, zo lijkt het.

Van de 19 grootste banken is er bij bijna de helft niets aan de hand. Tien anderen moeten wel een buffer aanleggen van in totaal 74,6 miljard dollar (56 miljard euro) voor het geval de economische omstandigheden verder verslechteren, maar dat is veel minder dan verwacht. De Amerikaanse minister van Financiën Timothy Geithner schetste gisteren dat er een nieuw begin gemaakt kan worden, al zei hij zich te realiseren dat de weg nog lang is.

Maar er heerst nog veel pessimisme. „Deze testen bieden schijnzekerheid”, zegt partner Leo Dekkema van KPMG. „Het is heel opvallend dat juist de consumentenbanken zwaar geraakt worden en de zakenbanken niet of veel minder”, zegt hij. „Door één test voor alle banken te doen, krijg je een verwrongen beeld. Het is appels met peren vergelijken, waarbij het nu lijkt of de zakenbanken veel gezonder zijn. Ik weet niet of dat de goede conclusie is.”

Ook in de VS is veel kritiek op de testen. De resultaten zijn intern al lang bekend, maar banken konden nog in discussie gaan of de kapitaalbuffers wel zo hoog moesten zijn als aanvankelijk vastgesteld. De Financial Times voert vandaag ingewijden op die zeggen dat Citigroup de extra buffer omlaag heeft kunnen krijgen van ruim 30 miljard dollar naar de 5,5 miljard die nu is vastgesteld.

Ook zijn er grote twijfels over de economische inschattingen die zijn gemaakt. Zo gaat de Amerikaanse test uit van een werkloosheid die oploopt tot 10 procent volgend jaar. Economen vrezen dat die 10 procent dit jaar al zal worden bereikt en volgend jaar nog verder zal stijgen.

Zij vrezen dat als zwartere scenario’s uitkomen de banken alsnog in de problemen komen en het vertrouwen een nieuwe, en veel diepere deuk oploopt. „Het is niet echt stressvol, dus hoe kan dit nu een stresstest zijn”, zei hoogleraar Simon Johnson van topuniversiteit MIT gisteren tegen persbureau AP. De hele stresstestenoperatie wordt zo gedegradeerd tot een pr-stunt van de overheid om het vertrouwen in de banken weer op te vijzelen.

Moet er in Europa dan wel eenzelfde stresstest onder de banken gehouden worden? De kapitaalsbehoefte bij Europese banken kan groter zijn dan die van Amerikaanse, stelde het IMF vorige maand in het Financial Stability Report. Niet alleen zullen Europese banken meer miljarden op hun giftige bezittingen moeten afboeken, als de economische omstandigheden verder verslechteren zijn de banken in de Eurolanden ook genoodzaakt om voor 375 tot 725 miljard euro aan extra kapitaalbuffers aan te leggen.

De Finse regering drong eerder deze week bij de Europese Commissie aan op Europese stresstesten. Minister Bos van Financiën zei er ook iets voor te voelen.

Dekkema van KPMG zou het een slechte stap vinden. „Stresstesten zijn op zich een goed concept. Maar je moet de modellen voor de testen veel verder differentiëren. Je moet eigenlijk voor elke bank een op maat gemaakte stresstest hebben, waarbij er een soort keurmerk komt van de toezichthouders waar die testen aan moeten voldoen.” Sommige banken voeren al zelf stresstests uit, waarbij ze verder gaan dan ze vroeger deden. ING heeft al aangekondigd bij de presentatie van zijn eerste kwartaalcijfers op 13 mei de resultaten daarvan bekend te maken.

Voor de Amerikaanse banken die nu extra kapitaal nodig hebben, wordt het zaak te bewijzen dat ze dat ook binnen kunnen slepen. Zij willen vrijwel allemaal nieuwe aandelen uitgeven en doen daarmee een groot beroep op beleggers waarvan maar de vraag is of ze zo bereidwillig zijn meer geld in banken te steken.

Lang niet alle twijfel is weg. Nieuw kapitaal of niet, de banken hebben nog steeds voor vele miljarden aan giftige bezittingen op hun balans staan. In de stresstesten is niet opgenomen dat deze tot op marktwaarde moeten worden afgeboekt. Die ligt, bij gebrek aan handel, nog steeds extreem laag.

Verschillende economen zeggen dat de banken pas echt weer gezond zijn als deze giftige bezittingen van hun balans zijn verdwenen. Zonder die ingreep zijn veel banken in feite failliet, betoogden de Amerikaanse economen Nouriel Roubini en Matthew Richardson deze week nog op de opiniepagina van de Financial Times.

Andere economen, zoals Nobelprijswinnaar Paul Krugman, pleiten al langer voor opsplitsing in goede en slechte banken. In de laatste worden dan de giftige bezittingen ondergebracht. Pas dan kunnen de goede banken het vertrouwen volledig terugkrijgen van de financiële markten. Maar het creëren van slechte banken gaat overheden veel geld kosten.

De Amerikaanse overheid is daar nog niet aan toe, en kiezen met hun testen nu voor een schijn van zekerheid. De Europese regeringen blijven ook wars van ‘slechte banken’ en hebben dus eigenlijk geen enkele zekerheid.

    • Daan van Lent