Onstuimige Händel

Rolando Villazón Foto Reuters Mexican tenor Rolando Villazon sings during the German TV show "Wetten dass...?" (Bet that) in Erfurt March 29, 2008. REUTERS/Jens Meyer/Pool (GERMANY) REUTERS

cd klassiek

Rolando Villazón: Handel *

Het was een enorme teleurstelling voor de fans van Rolando Villazón. De Mexicaanse tenor heeft een cyste op een van zijn stembanden en zijn concert afgelopen zaterdag in het Amsterdamse Concertgebouw werd afgelast. Ook alle andere optredens voor dit jaar heeft hij afgezegd. Op het programma stonden aria’s van Händel, die Villazón op zijn nieuwste cd met de Gabrieli Players en stilistische scherpslijper Paul McCreesh heeft opgenomen. Voor de fans kan het een troost zijn dat bij het luisteren naar de cd snel duidelijk wordt dat zij mogelijk niet al te veel hebben gemist.

Villazón is op dit moment een van de beroemdste tenoren ter wereld. Dat is hij om zijn prachtige, helder vloeiende stem, maar ook om zijn onvoorwaardelijke inzet op het toneel. De levendige en geloofwaardige manier waarop hij zijn personages speelt, heeft hem de bijnaam ‘Mr. Bean van de opera’ opgeleverd. Zijn interpretaties van Alfredo in La traviata in Salzburg 2005 of van Don Carlo in de gelijknamige opera in Amsterdam in hetzelfde jaar zijn legendarisch. Maar voor Händel-aria’s, die hij nu zingt, lijkt deze onstuimige manier van zingen juist de verkeerde te zijn.

Villazón sluit aan bij de traditie van lyrische tenoren van de negentiende eeuw – bij Puccini en Verdi – waarin het gaat om een directe, expressieve, onopgesmukte uitdrukking van gevoelens. Barokke muziek functioneert anders. Hoewel Händel natuurlijk ook een professionele theaterman was en vele muzikale effecten heeft gecomponeerd, gaan deze noordelijke, protestantse klanken toch stuk als je die met zo’n zuidelijk machismo benadert als Villazón hier al in het eerste nummer Ciel e terra armi di sdegno uit de opera Tamerlano doet. Een van Händels bekendste en fragielste aria’s – Ombra mai fu uit Serse – klinkt alsof een oceaanstomer zich door een klein kanaal perst.

Andere aria’s komen uit de opera’s Rodelinda en Ariodante en het oratorium La Resurrezione. De selectie lijkt puur de persoonlijke smaak van Villazón te volgen. Het is duidelijk dat hij met deze cd aan wilde tonen dat hij mee kon doen aan de festiviteiten rondom de 250ste sterfdag van Händel dit jaar. Nu moeten we blij zijn als Villazón (36), die in 2007 al een lange periode niet zong, überhaupt op het podium terugkeert. Vroeger duurde de carrière van een grote zanger – dat is hij ongetwijfeld – decennia. Maar tegenwoordig is dat niet meer vanzelfsprekend. De muziekwereld zal zich hoe dan ook op zijn comeback verheugen. Er zijn andere uitdagingen dan Händel.

    • Udo Badelt