Olievlek Pakistan

Voor wie zijn ze eigenlijk op de vlucht, die tienduizenden inwoners die de benen nemen uit de Swat-vallei in het noordwesten van Pakistan? Voor de Talibaan, die in deze grensregio met Afghanistan de dienst uitmaken en hun macht successievelijk als een olievlek richting het centrum van Pakistan weten uit te breiden? Of voor het reguliere leger dat het gebied gewapenderhand zegt te willen heroveren?

Vermoedelijk vluchten ze gewoon voor de onttakeling van hun land. Het leger mag de indruk wekken te strijden voor de nationale eenheid, Pakistan wordt met één offensief niet gered. Het is zelfs de vraag of de krijgsmacht het gebied echt wil pacificeren. Tot nu toe heeft het leger altijd geweigerd de militaire aanwezigheid in deze regio te versterken ten koste van de troepen die zijn gelegerd in de frontlinie Kashmir.

Het lijkt er eerder op dat het tegenoffensief de zoveelste geste is om de VS, als subsidiënt van deze atoommacht, wat milder te stemmen. President Obama heeft zijn ambtgenoten Zardari (Pakistan) en Karzai (Afghanistan) eergisteren niet toevallig getweeën ontboden. Wat al jaren sluimert, is door de oprukkende Talibaan de afgelopen weken namelijk openlijk aan de orde gekomen. Vergeleken met de dreigende desintegratie van Pakistan lijkt Afghanistan een zij-toneel.

Obama wil dit gevaar niet te lijf gaan met troepen. De „diepe spijt” die minister Clinton van Buitenlandse Zaken eergisteren aanbood voor de burgers die bij een Amerikaans bombardement in het westen van Afghanistan omkwamen, illustreert dat in Washington het vertrouwen in een louter militaire oplossing afneemt. Minister Gates van Defensie heeft zelfs ontkend dat er plannen zijn soldaten in Pakistan te legeren.

De VS gokken op een soort totaalpakket met militaire hulp, onder meer om de Pakistaanse atoombom in veilige handen te houden, en civiele assistentie. Dat moet komende vijf jaar 17,5 miljard dollar kosten. Het is twijfelachtig of het Congres deze budgetten zomaar ter beschikking zal stellen. Tot nu toe hebben de Amerikaanse subsidies de sociale en politieke instabiliteit er eerder bestendigd dan verminderd.

Maar ook als Obama het geld mag besteden, is het de vraag of het zal werken. Want Zardari heeft onvoldoende macht om verbale beloften gestand te doen. Als puntje bij paaltje komt, is hij een fictief staatshoofd van een, slechts in naam, federale staat. Karzai is er amper beter aan toe. Dat betekent dat het „verslaan van Al-Qaeda en zijn extremistische bondgenoten”, het doel waartoe Obama, Zardari en Karzai zich eergisteren in Washington hebben verbonden, niet met dit driemanschap kan worden gerealiseerd. Verdere regionalisering, waarover de Amerikaanse regering al langer spreekt, wordt onvermijdelijk. Want intussen dienen zich nieuwe zij-tonelen aan. Zoals de ex-Sovjetrepubliek Oezbekistan, dat een steeds vruchtbaardere rekruteringsgrond is voor Al-Qaeda. India, China en Rusland zijn dus onontbeerlijke gesprekspartners voor de VS aan het worden.

Simpeler wordt het daarmee niet.