Marionettten van het literaire effectbejag

Elvis Peeters: Wij. Podium, 172 blz. € 16,50

Elvis Peeters: Wij. Podium, 172 blz. € 16,50

Dat onschuldige kinderen maar al te snel kunnen ontsporen, weten we uit Lord of the Flies, William Goldings inktzwarte variatie op het oude schipbreukelingenverhaal. Dat de jeugd van tegenwoordig excelleert in verdorvenheid en zinloos geweld, kunnen we lezen in romans als A Clockwork Orange van Anthony Burgess. En dat tieners tot de gruwelijkste misdaden in staat zijn, wordt duidelijk uit honderden boeken, waarvan Iain Banks’ The Wasp Factory niet eens de ontregelendste is. Een schrijver moet dus van goeden huize komen om nog wat aan het thema van juvenile delinquency toe te voegen. Een scherpe morele visie bijvoorbeeld; een oorspronkelijke stijl; of empathie met de daders.

In Wij, de her en der razend enthousiast besproken roman van Jos Verlooy alias Elvis Peeters, is van geen van deze kwaliteiten sprake. En dat terwijl de Vlaamse auteur ontegenzeggelijk van goeden huize is en drie jaar geleden nog op de Libris-shortlist stond met De ontelbaren.

In Wij geeft Peeters het woord aan jongeren met een extremistische van-kwaad-tot-ergermentaliteit. Al in het begin van het boek, dat beurtelings door een van de acht personages wordt verteld, zien we hoe voorlijke meisjes hun kutten ontbloten op een viaduct om zo een verschrikkelijk auto-ongeluk te veroorzaken. In een volgend hoofdstuk sterft een lid van de gang doordat ze bij een seksspelletje schrikt van een in haar geslacht geduwde ijspegel. En zo gaat het door: twee pestkopjes zetten een man aan tot zelfmoord en verheugen zich in het resultaat, een abortus wordt opgewekt door hand-en-spandiensten met een honkbalknuppel, en onderwijl is door de jongens een prostitutie-, voyeurisme- en afpersingsnetwerk opgezet waarin de meisjes zich met liefde volledig laten uitwonen.

Het is allemaal behoorlijk walgelijk, en ik geef zonder gêne toe dat ik Wij allesbehalve in één adem kon uitlezen. Dat mag het boek dan gemeen hebben met het even controversiële als indrukwekkende American Psycho van Bret Easton Ellis. Maar Elvis mist de sardonische humor en heeft hij door middel van zijn seriemonoloog van amorele types geen intelligent spel willen spelen met de conventies van de moderne roman.

Peeters doet zijn best om de jeugdige delinquenten een motief mee te geven. Hun acties zijn een rebellie tegen ‘altijd dat een en hetzelfde leven’. Ze worden gepresenteerd als Titaantjes van de jaren nul, maar dat maakt ze nog niet geloofwaardig of sympathiek. Jens, Thomas, Karl, Ena, Liesl en de anderen zijn bordkartonnen constructies, op geen enkele manier ingebed in een herkenbare werkelijkheid. Hen exponenten van een doorgeschoten hedonisme noemen, is op zijn zachtst gezegd te veel eer. Marionetten van literair effectbejag komt dichter in de buurt.

De misselijkmakende scènes en de ongeloofwaardige personages zouden geen enkel bezwaar zijn als Wij origineel en goed was geschreven. Maar de roman is gedrenkt in het soort kortademig enterproza (gekenmerkt door alinea’s-van-één-zin) dat een jaar of tien geleden modieus was.

Pieter Steinz