Man van formaat

De naam Boellaard viel vaak als mijn vader over zijn vroegere bazen vertelde. Boellaard zei dit, Boellaard zei dat. Het was geen makkelijke man geweest, die Boellaard, maar mijn vader had wel respect voor hem gehad.

Mijn vader praatte graag over zijn werk. Hij werkte in de buitendienst van de verzekeringsmaatschappij De Nederlanden van 1845, later Nationale-Nederlanden.

Tussen binnendienst en buitendienst bestaat bij dergelijke grote bedrijven altijd een min of meer gezonde spanning. De binnendienst is voor de buitendienst een stel hardleerse bureaucraten, die de hele dag onpraktische dingen bedenken die ‘wij in het veld’ moeten uitvoeren.

Omgekeerd bestaat de buitendienst voor de binnendienst uit een zooi snelle jongens, die laat uit hun bed komen en dankzij hun provisie te veel verdienen.

Mijn vader maakte van zijn hart doorgaans geen moordkuil. Hij had weinig vrees voor autoriteiten en kon stevig uitpakken als iets hem niet aanstond.

Omdat hij goed was in zijn werk, kon hij zich dat wel veroorloven, maar er waren ook momenten dat hij tot inschikkelijkheid werd gedwongen.

Dan toog hij naar Den Haag, waar de bureaucratie ook toen al zetelde, voor ‘een openhartig gesprek’ waarin hij te verstaan kreeg wie er de baas was – hij niet dus. Zijn loyaliteit voor het bedrijf waarop hij zeer trots was – hij heeft nooit voor een ander bedrijf gewerkt – gaf altijd de doorslag.

Boellaard stond voor ‘Den Haag’. Een naam als metafoor.

Zoals de Bint van Bordewijk discipline betekent, zo was Boellaard voor mijn vader, en dus ook voor mij als kind, het gezag. Daar kwam je tegen in opstand en daar legde je je uiteindelijk bij neer – de klassieke volgorde.

Boellaard verdween uit mijn leven, mijn vader – veel later – helaas ook. Maar de namen van de grote mensen leven soms voort. Zo ook die van Boellaard. De sociologe Jolande Withuis schreef onlangs een boeiende biografie over hem: Weest manlijk, zijt sterk, Pim Boellaard (1903-2001) het leven van een verzetsheld. (De afgelopen week zond de KRO-tv op basis van dit boek een documentaire uit.)

Het boek was één grote verrassing voor mij. De grimmige gestalte uit de verhalen van mijn vader werd opeens een man van vlees en bloed. Een moedige man die zijn verzetswerk had moeten bekopen met gevangenschap in de concentratiekampen van Natzweiler en Dachau.

Ook daar had hij zich als een groot leider ontpopt. „Een man van een zeldzaam formaat en een zeldzame allure”, schrijft Withuis.

Op de cover van haar boek staat een typerende foto: Boellaard die na de bevrijding in Dachau namens de gevangenen ongebroken de pers te woord staat.

Maar, inderdaad, ook een moeilijke man. Autoritair, prikkelbaar, hard voor zijn personeel. Daarin had mijn vader niet overdreven. Boellaard keerde na de oorlog terug in de top van De Nederlanden van 1845, maar hij maakte in 1954 de overstap naar de directiezetel van de Olveh, een kleinere maatschappij.

„U bent meer geschikt voor koning in een klein koninkrijk dan voor stadhouder in een keizerrijk”, zei de hoofddirecteur van de Nederlanden tegen hem.

Heeft mijn vader van zijn verzetsverleden geweten? Ik hoop het. Het is, hoe dan ook, vreselijk jammer dat hij dit boek niet meer heeft kunnen lezen.

    • Frits Abrahams