Leer lak te hebben aan je eigen belachelijkheid

Clarín: Zijn eniggeboren zoon. Vertaling en nawoord Bart Peperkamp. Prometheus, 320 blz. € 25,-

Clarín: Zijn eniggeboren zoon. Vertaling en nawoord Bart Peperkamp. Prometheus, 320 blz. € 25,-

Slechts twee romans heeft de Spaanse schrijver Leopoldo Alas geschreven, net als de rest van zijn werk onder het pseudoniem Clarín. La regenta, uit 1884, geldt sinds ruim een halve eeuw als de belangrijkste getuigenis van het Spaanse realisme. Claríns zeven jaar later gepubliceerde roman Zijn eniggeboren zoon werd er geheel door overvleugeld.

Van die laatste is nu een Nederlandse vertaling verschenen, zestien jaar na die van La regenta. Daarmee werd op een dubbele manier recht gedaan aan Claríns nalatenschap. Want Zijn eniggeboren zoon is een boek dat het verdient gelezen te worden. Maar wel ná La regenta, waarbij het ver achter blijft: in omvang, in reikwijdte en in rijkdom aan karakters – zij het niet in psychologische diepte.

Het stadje waarin het verhaal zich afspeelt, zou het Vetusta van La regenta kunnen zijn, getekend naar de Asturiaanse stad Oviedo waarin Clarín een groot deel van zijn leven heeft gewoond. Provinciaal, overzichtelijk en tweederangs kent het een duidelijke hiërarchie, waarin iedereen die iets voorstelt ieder ander kent die óók iets voorstelt. In die kringen komt de hoofdpersoon Bonifacio Reyes terecht, wanneer hij trouwt met de even vermogende Emma Valcárcel, die met haar wispelturige egoïsme iedereen het leven zuur maakt, om te beginnen dat van haar echtgenoot.

Wanneer een troep artiesten het stadje bezoekt, krijgt het leven van Bonifacio een nieuwe dimensie. Hij wordt de minnaar van de sopraan uit het gezelschap en begint het geld van zijn vrouw over de balk te gooien. Hij wordt ‘romanticus’, althans datgene wat hij daarvoor houdt. Want voor Bonifacio – zo schrijft Clarín met een meesterlijke observatie – ‘kon een mens niet volmaakt gelukkig zijn wanneer zijn voeten niet rustten in het zachte, soepele laken van zijn sloffen’.

Het is vooral in de schildering van deze pantoffelheld dat Clarín zijn psychologische vaardigheid laat zien. Terwijl La regenta nog een hele kleinsteedse samenleving wilde weerspiegelen, is de focus van Zijn eniggeboren zoon gericht op het zieleleven van de ene hoofdpersoon. Zelfs de mystieke wanen waarin Bonifacio zich ten slotte verliest, worden door Clarín geloofwaardig beschreven.

Want wanneer Emma – op haar beurt betoverd door een lid van het kunstenaarstroepje – uiteindelijk zwanger wordt, ziet Bonifacio daarin een teken van de hemel. Hij zal zich wijden aan zijn enige zoon: zijn eniggeboren zoon, zoals Bram Peperkamp terecht vertaalt, met een woord dat in het Nederlands alleen gebruikt wordt voor de Godszoon. Bonifacio ziet in zijn zoon een soort Jezusfiguur – en zichzelf daarmee dus als een heilige Jozef, die alleen in naam de vader van de Verlosser mocht zijn.

Of Bonifacio helemaal beseft wat de wonderbaarlijke zwangerschap van Emma precies bewerkt heeft, laat Clarín wijselijk in het midden. Aan het slot van het boek is Bonifacio vastbesloten een goede vader te zijn voor ‘zijn eniggeboren zoon’, zonder zich het hoofd te willen breken over ongemakkelijke vragen.

Daarmee neemt hij voor het eerst zélf een besluit en is hij werkelijk groots. Wellicht heeft Clarín daarin een bredere religieuze boodschap willen laten doorklinken, maar vandaag de dag hebben wij aan die psychologische wending genoeg. Bonifacio is uiteindelijk niet alleen ridicuul, maar ook ontroerend geworden, misschien wel het meest in de wijze waarop hij lak heeft aan zijn eigen belachelijkheid. Dat maakt Zijn eniggeboren zoon tot een boek dat zich zeer wel kan handhaven in de schaduw van La regenta – maar daar toch nooit helemaal onder vandaan komt.

    • Ger Groot