IN DE ZANDBAK

IN DE ZANDBAK Rintje illustratie Sieb Posthuma Posthuma, Sieb

‘Kom je in de zandbak spelen?” vraagt Rintje aan Tobias. Samen zitten ze in de grote zandbak.

„Ik wil best een kuil graven, of zo”, zegt Tobias. „Maar ik kan niet zo snel graven als jij. Ik heb maar korte pootjes.”

„Dat geeft niks”, zegt Rintje. „Weet je wat het leukste is?”

„Ik kan het wel raden”, zegt Tobias. „Je wil zeker een tunnel graven, en dat we ieder aan een kant beginnen. Dat vind ik ook het allerleukste!”

Rintje begint te graven aan de ene kant van de zandbak en Tobias aan de andere kant.

Ze graven ieder een lange tunnel, maar Rintje gaat veel sneller dan Tobias.

„Duurt het nog lang voordat onze voorpoten elkaar raken?” roept Rintje.

„Ik doe mijn best, hoor!” gilt Tobias van de andere kant. „Maar ik kan echt niet sneller.”

Rintje stopt even met graven, want anders heeft hij straks de tunnel helemaal alleen gemaakt.

„Wat zit jij voor je uit te staren”, zegt Henriette die aan komt lopen.

„Ik heb even pauze. Tobias en ik zijn een tunnel aan het graven, maar ik ga te snel.

Doe je ook mee?”

Henriette trekt nu een vies gezicht. „He nee, bah!” zegt ze. „Ik haat al dat zand tussen mijn haren!”

„Joh”, zegt Rintje. „Dat spoel je er toch zo weer uit! Het is echt heel erg leuk hoor, want straks komen Tobias’ voorpoten en mijn voorpoten elkaar tegen onder het zand. Dan is de tunnel klaar!”

„Nee, graven is niets voor mij”, zegt Henriette. „Maar ik weet wel een manier waarop ik toch mee kan doen! Maar ik verklap nog niet hoe. Dat is een verrassing!”

Ondertussen is Tobias druk bezig met graven. Hij is al best een heel eind opgeschoten.

Nu begint Rintje ook weer en het duurt niet lang voor ze elkaars voorpoten kunnen voelen.

„Hoera!” roept Rintje. „De tunnel is klaar!”

Ook Tobias is blij en hij steekt zijn kop boven de berg opgegraven zand uit.

Zijn neus zit helemaal onder het zand.

„En nu komt mijn verrassing”, zegt Henriette. „Ik ga de tunnel dopen. Dat is net echt.”

Uit de prullenbak naast de zandbal heeft ze een plastic flesje gepakt en daar heeft ze wat water in gedaan.

„Welkom, dames en heren”, zegt Henriette met een plechtige stem. „Nu ga ik de nieuwe tunnel dopen.” Ze giet de fles water leeg over de plek waar de tunnel gegraven is. „En ik noem hem de Henriette-tunnel!” Met een stralende glimlach feliciteert ze de twee bouwers van de tunnel en ze geeft ze ieder een kus.

    • Sieb Posthuma