Het leek wel een popquiz in Paradiso, afgelopen zaterdag

De afgelopen dagen spookte Blurs Girls and Boys door mijn hoofd – vanwege de titel en het onuitwisbare refrein. Meisjes en jongens, vroeg ik me af, maken ze wezenlijk andere muziek?

Die vraag was onbedoeld opgeworpen door het hoofd muziek van de Zweedse publieke radio, Pia Kalischer. Gevraagd naar de formule achter het alomtegenwoordige muzikale succes van Zweedse vrouwen had ze geantwoord: „Zij creëren een unieke, niet-traditionele sound.” Bij mannen lag dat anders, vervolgde ze. „Zij refereren altijd aan hun platencollectie. In hun liedjes hoor je de liefde voor muziek terug.”

Ik besloot de proef op de som te nemen bij het eerstvolgende concert dat ik bezocht: het tweejaarlijkse festival London Calling in Paradiso, afgelopen zaterdag.

Mannelijke muzikanten waren er in overvloed: de haantjes van The Cinematics, de shoegazers van The Backhanded Compliments, de hooligans van Frankmusik. En inderdaad, ze hadden allemaal hun platenkast omgegooid in de studio.

Zo lonkte de donkere new wave van The Cinematics overduidelijk naar The Editors, die de kunst natuurlijk weer hadden afgekeken van Echo & The Bunnymen, in de jaren tachtig. Die donkere kleur misstond de liedjes van The Cinematics overigens niet, al deed het pathos soms lachwekkend aan, als zanger Scott Rinning snikte over ‘you and me, looking at the same star tonight’, bijvoorbeeld. Op zo’n moment veranderde een goede popsong in onbedoelde kalverromantiek.

Op hun beurt deden de The Backhanded Compliments, met hun muzikale geweldsuitbarstingen gevolgd door plotse stiltes, erg denken aan de grungerock van Nirvana. Opwindend werd het niet; daarvoor zijn Nirvana’s spanningsopbouw en Kurt Cobains destructieve houding al te veel uitgemolken.

Ook human beatboxer en zanger Vincent Frank van Frankmusik maakte geen geheim van zijn inspiratiebronnen. Golden Brown van The Stranglers klonk, nauwelijks herkenbaar gehuld in dikke danceklanken, en Don’t stop the music van Rihanna, die het idee én de sample tenslotte ook weer schaamteloos pikte van Michael Jacksons Wanna be starting something. Zo leek het wel een popquiz in Paradiso, afgelopen zaterdag.

Deden de vrouwen het anders? Soms niet, soms wel. Mette Lindberg van het Deense Asteroids Galaxy Tour bracht goed in het gehoor liggende retropop: beetje soul, beetje funk, en dan deed haar verschijning ook nog eens aan Dusty Springfield en Twiggy denken. En voor wie al deze vingerwijzingen was ontgaan, zong ze Inner City Blues van Marvin Gaye – met een ijzingwekkend hoge, harde, helle stem, dat dan weer wel.

Maar het origineelst waren Michachu & The Shapes. De banjo- en koebelpunk van frontvrouw Mica en toetseniste Raisa leek eigenlijk nergens op – of het moet het geluid van de werkplaats van een autogarage zijn geweest. Mooi was het niet, opvallend en origineel wel.

En dat kon ik van die jongens met hun omgevallen platenkasten niet zeggen.

    • Yaël Vinckx