Het is dringen rond de geldruif

De journaliste Michela Wrong vertelt het verhaal van een Keniase corruptiebestrijder. Ze legt zo de betonrot bloot die veel Afrikaanse staten teistert.

Villagers head home from a school in Chirumanzu district, 250 kms from the Zimbabwean capital Harare, on January 15, 2009 after receiving food rations from the non-governmental organisation, Oxfam. Many families in rural Zimbabwe are resorting to cutting down on their meals as the country battles food shortages. The stalemate over disputed elections in 2008 has only fueled the economic and humanitarian crisis that has impoverished the country, leaving nearly half the population dependent on food aid as a cholera epidemic sweeps the country.AFP PHOTO / Desmond Kwande AFP

Michela Wrong:It's our turn to eat. The story of an Kenian Whistleblower. Harpercollins, 400 blz. €16,-

Corruptie komt in veel landen voor, maar de schaal en het politieke niveau waarop het zich in Kenia afspeelt, slaan bijna alles. Een onuitroeibare kaste van gewetenloze graaiers, bereid om zichzelf te verrijken ten koste van zijn verarmde achterban – dat wrange beeld blijft hangen na lezing van It’s our turn to eat: the story of a Kenyan whistleblower, een even gedegen als ontluisterend boek van Michela Wrong.

Wrong, voormalig journaliste van de Financial Times in Oost-Afrika, laat zien hoe ongeremde zelfverrijking op het hoogste niveau de legitimiteit van politiek en democratie in Kenia aanvreet. Ook vertelt haar boek iets over Afrika in brede zin. In diverse landen – denk aan olierijk Nigeria – baadt een coterie van corrupte bestuurders in weelde terwijl de bevolking in armoe wegzinkt. Wrong legt bovendien haarscherp bloot hoe halfhartig westerse donoren soms omgaan met onthullingen die hun om politiek-diplomatieke redenen niet uitkomen – zoals het geval was met de corruptie in Kenia.

Wrong hangt haar verhaal op aan John Githongo, die in 2002 werd benoemd tot ‘anticorruptie-tsaar’ in Kenia. Githongo, het product van ouders van verschillende godsdiensten en loyaliteiten en zeldzaam gedreven en integer, stortte zich vol overgave op zijn werk, overtuigd als hij was van de steun van ’s lands machtigste man. President Mwai Kibaki beloofde bij zijn aantreden in 2002 dat ‘corruptie niet langer een manier van leven zal zijn in Kenia’, een verwijzing naar de corruptie onder scheidend president Daniel arap Moi. Kibaki ruimde nota bene plek in voor Githongo in zijn presidentieel kantoor.

En ja, de corruptiebestrijder legde in de eerste jaren van Kibaki een van de grootste schandalen in Kenia bloot: ministers bleken betrokken bij de verduistering van 750 miljoen dollar via een deal met het bedrijf Anglo Leasing. Niet alleen toonde Kibaki zich doof voor Githongo’s bevindingen; de president bleek zelfs aan het roer te staan van de corrupte kliek. De post van anticorruptie-tsaar was een façade. De gedesillusioneerde Githongo werd belasterd en met de dood bedreigd. In 2005 ontvluchtte hij Kenia en koos domicilie in Londen – bij Michela Wrong.

De onthulling van het Anglo Leasing- schandaal leidde in Kenia tot grote publieke woede. Kibaki zag zich gedwongen drie ministers te ontslaan, een ongekende situatie. Maar achttien maanden later herbenoemde Kibaki twee van de drie ministers. Vandaag de dag circuleren tal van nieuwe verhalen over corruptie binnen de regering. Kibaki is nog altijd president.

Het sterkst zijn de hoofdstukken waarin Wrong de endemische corruptie en vriendjespolitiek neerzet in de context van geschiedenis en tribalisme. Corruptie en zelfverrijking worden gevoed door de diepgewortelde overtuiging onder tribale elites dat zij, eenmaal aan de macht, het recht genieten om uit de ruif van staatsinkomsten en machtsprivileges te ‘eten’. In landen met beperkte middelen kunnen verse machthebbers snel vallen voor het sentiment van pak-wat-er-te-pakken-valt. Vandaar de frase ‘It’s our turn to eat’.

De tribale opdeling van de bevolking is in Kenia, zoals in meer Afrikaanse landen, mede het product van kolonialisme. Zo ontstonden de Kalenjins, de stam van oud-president Moi, toen de Britten besloten om diverse Nandi-sprekende, nomadische groepen samen te voegen. Na de onafhankelijkheid in 1963 greep Jomo Kenyatta zijn positie als president aan om zijn eigen Kikuyu-achterban te voorzien van grond en privileges – ten koste van het principe van natievorming. Na Kenyatta was het de beurt aan de Kalenjins van Moi om te ‘eten’. Na Moi weer opnieuw de Kikuyu’s, ditmaal onder Kibaki.

Waar het instrumentaliseren van tribalisme door gecorrumpeerde elites in het uiterste geval toe kan leiden, bleek vorig jaar, toen na de omstreden verkiezingen in Kenia zeker 1.300 mensen omkwamen bij botsingen tussen aan de ene kant Kikuyu’s en aan de andere kant Luo’s en Kalenjins, die door hun leiders opgehitst waren met de boodschap dat het hun beurt was om te ‘eten’. Er werd een coalitie gevormd met politici van meerdere stammen, maar de ministers zorgen nu vooral goed voor zichzelf, ten koste van hun kiezers.

Wrong laat ook zien hoe de internationale gemeenschap naliet om consequenties te verbinden aan het Anglo Leasing-schandaal – en corruptie dus in feite beloonde. Directeur Makhtar Diop van de Keniaanse afdeling van de Wereldbank huurde zijn royale huis rechtstreeks van president Kibaki – op zich al opmerkelijk – en bleef dat doen toen ‘Anglo Leasing’ aan het licht kwam. Alleen de Britse hoge commissaris in Kenia, Edward Clay, gispte de Keniaanse regering publiekelijk. Clay werd daarop ondermijnd door Londen, dat in Kenia een diplomatieke bondgenoot in Afrika heeft. Nederland staakte als enige land de hulp aan Kenia. De conclusie van Wrong is even logisch als deprimerend: ‘Als donoren zelfs geen voorbeeld stellen na Anglo Leasing in Kenia, valt moeilijk in te zien wanneer ze dat wel zouden doen.’

    • Mark Schenkel