'Geweld roept een vraag op, altijd'

Aernout Mik maakt films die losgezongen zijn van plaats en tijd, maar elke keer weer het nieuws lijken te vangen, of zelfs te voorspellen, zoals de kredietcrisis of een moord op een school.

Deze week opent een retrospectief van zijn werk in het MoMA in New York.

Still uit de installatie 'Schoolyard' (2009) van Aernout Mik

De beelden kennen we maar al te goed. Mannen met stropdassen die met verbijsterde blik naar hun beeldschermen staren. Verslagen, uitgeput zijn ze neergezegen op de beursvloer. Dat die vloer bezaaid is met papier, lijkt ze niet te deren. Een enkeling krabbelt wat in zijn notitieblokje. Maar de meesten zitten daar maar, met hun bezwete hoofden, te wachten op wat komen gaat. Aangeslagen, in shock.

Dit is, weten we, hoe een kredietcrisis eruit ziet.

Sinds deze week worden de beelden dagelijks getoond in de entreehal van het Museum of Modern Art (MoMA) in New York. Ze maken deel uit van de eerste Amerikaanse overzichtstentoonstelling van de Nederlandse kunstenaar Aernout Mik (1962). Vele duizenden bezoekers zullen de komende weken zijn video Middlemen bekijken. En allemaal zullen ze direct de link leggen met het drama dat zich vorig jaar een paar kilometer zuidelijker afspeelde, op Wall Street.

Toch is dat, gek genoeg, niet waar de film over gaat. „Ik heb Middlemen al in 2001 gemaakt”, vertelt Aernout Mik in zijn zonnige atelier op het Amsterdamse KNSM-eiland. „De beelden zijn twee maanden voor 11 september gefilmd. Op het moment dat de film voor het eerst tentoongesteld werd, had de aanslag op het World Trade Center net plaatsgevonden. Daardoor kreeg het werk zijn betekenis. Sindsdien zijn er alweer verschillende andere crisissen geweest, en nu dus weer. Zo wint mijn film steeds opnieuw aan actualiteit.”

Crisis is van alle tijden, wil Mik maar zeggen. En dat geldt voor meer onderwerpen waar de kunstenaar zich de afgelopen jaren over heeft gebogen: oorlog, immigratieproblematiek, vluchtelingenopvang, terrorismebestrijding. Mik schetst in zijn video-installaties werelden die we maar al te goed kennen van journaalbeelden en krantenfoto’s. In die werelden lopen acteurs rond die zich gedragen zoals soldaten, marechaussees of hulpverleners zich zouden kunnen gedragen.

Als kijker herkennen we de situatie – een vluchteling die met rubberen handschoentjes gefouilleerd wordt, een soldaat die een groep gevangenen onder schot houdt, een beurshandelaar die zijn vermogen ziet verdampen. Maar wát er precies gaande is, en wáár de scène zich precies afspeelt, wordt nooit helemaal duidelijk.

Miks nieuwste werk ‘Schoolyard’,

speciaal gemaakt voor de tentoonstelling in het MoMA, is gefilmd op een schoolplein, ergens in Nederland. De leeftijd en samenstelling van de leerlingen doen vermoeden dat het om een ROC of vmbo-achtige opleiding gaat. Veel hoofddoekjes en honkbalpetjes. Blijkbaar is het schoolgebouw geëvacueerd, want de scholieren hebben zich samen met de leraren en de bewakers verzameld op het schoolplein. Er vormen zich groepjes. Sommigen jongeren worden speels baldadig en beginnen te vechten. Later lijkt iedereen zich onder te dompelen in rouw. Als een auto met een open dak voorbijrijdt, proberen een paar jongens erin te klimmen. Een paar tellen later is de rust alweer wedergekeerd.

Juist in Amerika, waar de laatste jaren diverse schietpartijen op scholen plaatsvonden, zullen bezoekers bij het zien van Schoolyard direct de link leggen naar de drama’s op Columbine High School en Virginia Tech. Toch was er ook in dit geval niet één duidelijke nieuwsaanleiding die aan het kunstwerk vooraf ging. „Mijn werken gaan nooit om een specifieke gebeurtenis”, zegt Mik. „Ik verzamel beeldmateriaal, foto’s die me interesseren. Die draag ik soms jaren met me mee voordat ik er iets mee kan. Op een gegeven moment valt zo’n thema op zijn plek. Schoolyard heeft dus meer een algemene nieuwsaanleiding. Tendensen die zichtbaar worden. Beelden die vaak voorkomen en die je herkent. Daardoor heb je het gevoel dat je naar actuele beelden kijkt, ondanks dat je niet kunt benoemen wat die actualiteit precies is. Dat geldt voor bijna al mijn werken: ze krijgen de kans niet om letterlijk te worden. Ze worden nooit concreet. Er is alleen een vermoeden van een gebeurtenis.”

Het gaat in Schoolyard dus niet zozeer over een school, als wel over basale thema’s – over hoe groepen zich gedragen, hoe mensen macht over elkaar uitoefenen, of hoe geweld opeens kan escaleren. Het gedrag van de leerlingen verschilt eigenlijk niet zo veel van dat van demonstranten bij een G8-top of van stenengooiers in de Gaza-strook. Mik: „Het zijn collectieve beelden van opstand en rouw. Ik probeer beelden te scheppen die je bijna archetypisch zou kunnen noemen. Zo worden mijn kunstwerken een soort voertuigen die door de tijd kunnen reizen en steeds opnieuw kunnen worden ingevuld met actuele gebeurtenissen.”

Zijn installaties vangen de tijdsgeest, schrijft MoMA-directeur Glenn D. Lowry in de catalogus die bij Miks tentoonstelling verschijnt. „Ze verkondigen niets, maar impliceren van alles.”

Het mooie is dat de beelden blijkbaar zo universeel zijn dat iedere toeschouwer er, afhankelijk van zijn achtergrond, iets anders in ziet. Scapegoats, de film die Mik in 2006 opnam in een sporthal-achtige omgeving, zal bij veel Amerikanen herinneringen oproepen aan de orkaan Katrina en de chaotische manier waarop slachtoffers werden opgevangen in de Super Dome van New Orleans. Terwijl Europeanen misschien eerder zullen denken aan de vluchtelingenkampen in het voormalige Joegoslavië of, meer recentelijk, de aardbeving in Italië.

Twintig jaar is Aernout Mik nu

werkzaam als beeldend kunstenaar – een carrière die tot nu toe buitengewoon voorspoedig verloopt. Tweemaal al vertegenwoordigde hij Nederland op de Biënnale van Venetië, in 1997 en 2007. Zijn solotentoonstelling Primal Gestures, Minor Roles, waarvoor hij in 2000 het tijdelijke onderkomen van het Van Abbemuseum tot videodoolhof transformeerde, staat bij velen nog op het netvlies. En zijn video Raw Footage (2006), waarin Mik voor het eerst werkte met bestaand beeldmateriaal van persbureaus, maakte de afgelopen jaren een succesvolle toernee langs tentoonstellingsplekken in Londen, Utrecht, Ljubljana, Edinburgh en Hannover.

In die twee decennia heeft Miks werk zich ontwikkeld van kleine, surrealistische filmpjes over wereldvreemde types tot grootschalige, haast epische producties over wereldproblemen. Figureerden er in zijn vroege werken vaak slechts een handvol vrienden, nu werkt Mik met soms wel honderden acteurs die hij inhuurt via professionele castingbureaus. De decors zijn veranderd van intieme keukens of huiskamers in sporthallen en snelwegen. En met die ontwikkeling van binnen naar buiten, van privé naar publiek, van individuen naar massa’s, werd Miks blik steeds geëngageerder.

In interviews heeft Mik meermalen gezegd dat het feit dat hij vader is geworden zijn kijk op de wereld sterk heeft veranderd. „Simpel gezegd: het gaat opeens minder om jezelf en meer om anderen.” Maar ook de verschuivingen in het publieke klimaat in Nederland en de rest van de westerse samenleving maakten dat zijn werken een steeds maatschappelijker invalshoek kregen.

Mik: „Eind jaren negentig is die maatschappelijke spanning steeds sterker in mijn werk naar voren gekomen. Ik denk dat dat zeker te maken heeft met het feit dat die spanning in onze westerse samenleving ook steeds meer aan de oppervlakte is gekomen.”

Het werk dat Mik twee jaar geleden op de Biennale van Venetië liet zien, Training Ground, ziet hij als een „kookpunt in de crisis”. In Training Ground is te zien hoe agenten, gekleed in Duitse uniformen, geleerd wordt om gevangenen onder controle te houden. De gearresteerden, veelal Afrikanen en Aziaten, worden als beesten gedwongen op hun buik op de grond te gaan liggen. Maar naarmate de training vordert, verandert de rolverdeling. Verschillende mensen raken in een soort trance. Agenten beginnen te sympathiseren met de onderdrukten en gaan naast hen op de grond zitten. Een van de gevangenen bedreigt vervolgens een lotgenoot. En opeens is niet meer duidelijk wie nu slachtoffer is en wie dader.

Het gaat hem om die overgangsgebieden, zegt Mik. Om die momenten waarin uitersten opeens in elkaar overgaan. Om die luttele seconden waarin, zoals in Schoolyard, spel plotseling kan omslaan in geweld. „Dat fascineert me, hoe het een het ander in zich bergt en voortbrengt. Geweld hoort bij de mens. Maar waarom ontstaat het? Geweld roept een vraag op, altijd. Het is iets wat ik via mijn werk probeer te begrijpen: wat gebeurt daar?”

De overgang van feit naar fictie, van echt naar onecht, is ook zo’n omslagpunt waarin Mik geïnteresseerd is. De werelden die hij in zijn films creëert zijn overduidelijk nep. Het zijn zorgvuldig gekozen decors waarin de acteurs zich gedragen volgens de aanwijzingen van Mik. Maar soms, zoals in de film Osmosis and Excess (2005) die de kunstenaar opnam in de Mexicaanse grensplaats Tijuana, lopen echte en onechte rollen door elkaar heen. De apothekers die in dat werk op de stoep voor hun zaak paraderen, zijn echte apothekers. Maar de modderstroom die vervolgens de glimmend witte tegelvloer bedekt, is weer geënsceneerd. Het is alsof Mik in zijn kunstwerken verschillende niveaus van de werkelijkheid laat zien. Zijn films zijn geen documentaires, maar helemaal fictief zijn ze ook weer niet.

De acteurs weten nooit precies wat er van hen verwacht wordt. Echt gerepeteerd wordt er niet. Mik: „De films worden heel precies voorbereid, niet met scripts maar wel met aantekeningen en schetsen. Maar wanneer er wat gaat gebeuren weet ik nooit precies. Op de set wordt pas gekeken welke kant het uitgaat. Zo’n grote groep mensen is een soort organisme dat vanzelf een eigen verhaal ontwikkelt. Er worden onderlinge dialogen aangegaan. Veel gebeurt spontaan. Ik doe scènes ook nooit over, maar ik herhaal wel bepaalde handelingen – dat is heel iets anders. Daardoor ontstaan er tijdens het filmen bepaalde cyclische patronen, die steeds weer net verschillend zijn.”

En het gekke is: hoe kunstmatig de beelden ook mogen zijn, toch heb je het gevoel dat ze echt zijn, geloofwaardig. In Middlemen wordt een van de beurshandelaren zelfs gespeeld door een pop. De computers staan uit, er wordt geen transactie gesloten. Maar als kijker twijfel je niet aan de echtheid van de beelden. „Zo zie je maar hoe je als kijker met beelden omgaat”, lacht Mik. „Je kan alles wijsgemaakt worden.”

Is zijn werk in die zin op te vatten als een vorm van mediakritiek? „Jazeker”, antwoordt Mik. „Ik zie mijn werk als een correctie op de media. Een aanvulling. Mijn werk nodigt uit om na te denken over hoe al die beelden in je hoofd binnenkomen. Het is namelijk onmogelijk om die grote hoeveelheden nieuwsbeelden allemaal een plek te geven. Al die verschillende brandhaarden in de wereld vermengen zich in je hoofd tot één merkwaardig landschap. Het probleem van nieuws is dat het te gelokaliseerd is. Het is ergens, maar tegelijk ook nergens. Je weet op een gegeven moment niet meer precies waar wat heeft plaatsgevonden. De gebeurtenissen worden ongrijpbaar.” Zelf kijkt Mik daarom al jaren geen televisie meer. „Ik kan er niet naar kijken. Het is me te indringend.”

Als ik aan het eind

van ons gesprek vraag hoe het staat met zijn toekomstplannen, valt Aernout Mik even stil. „Ik heb flarden van werken liggen waar ik mee bezig ben en die ik wel zou willen produceren”, zegt hij dan. „Maar wanneer en hoe is even de vraag.” Hij vertelt dat het steeds moeilijker is geworden om zijn werken gefinancierd te krijgen. Ook de begroting van Schoolyard kwam pas op het laatste nippertje rond. „Het MoMA heeft de helft van de productiekosten betaald. De andere helft zou door mijn Duitse galerie betaald worden. Maar vlak voordat we zouden gaan opnemen was er even totale paniek omdat mijn galerie haar helft niet meer kon opbrengen. Toen hebben we ad hoc subsidies moeten aanvragen. Godzijdank is het Fonds BKVB bijgesprongen.”

Dus de kredietcrisis slaat ook bij hem toe? „Totaal”, beaamt Mik. „Ik heb geen idee wanneer ik weer een nieuw werk zal kunnen maken. Tot nu toe bestond de financiering van mijn werk uit een combinatie van een investering van mijzelf, van de galeries waarmee ik werk en de kunstinstelling waar ik exposeer. En als de begroting dan niet rondkwam, vroeg ik er extra subsidie bij aan. Maar nu vechten galeries om te overleven. Veel buitenlandse musea zijn afhankelijk van sponsorgeld en dat is heel acuut en heel drastisch naar beneden gegaan. Bij mij slaat het probleem extra hard toe omdat mijn werken ontzettend duur zijn om te maken. Ook voor de kredietcrisis kwam de financiering elke keer weer met veel moeite tot stand. En als er dan ergens een kink in de kabel komt, wordt het helemaal onmogelijk.”

Het is een bizar moment in zijn carrière, geeft Mik toe. Hij exposeert in het MoMA, het belangrijkste kunstmuseum ter wereld. Een tentoonstelling die hij ziet als een „apotheose” van alles wat hij tot nu toe heeft gedaan. Tegelijkertijd is de toekomst ongewisser dan hij ooit geweest is.

Aernout Mik. T/m 27 juli in het MoMA, 11 West 53 Street, New York. Wo t/m ma 10u30-17u30, vr 10u30-20u. Inl: www.moma.org. Twee nieuwe werken van Mik zijn te zien bij The Project Gallery, 37 West 57th Street, New York. Inl: www.elproyecto.com