Fraude in Kosovo met Europese subsidies

Europarlementariërs maken zich grote zorgen over de besteding van EU-geld aan hulpprogramma’s van de Verenigde Naties. In Kosovo is gebleken dat de controle op dergelijke programma’s tekort schiet. Dat schrijft de begrotingscontrolecommissie van het Europees Parlement in een brief aan José Manuel Barroso, de voorzitter van de Europese Commissie. „De huidige situatie is onacceptabel”, zegt Europarlementariër Jan Mulder (VVD), die lid is van de commissie.

Bij een bezoek aan Kosovo met enkele collega’s hoorde Mulder vorig jaar verhalen over fraude bij de besteding van hulpgelden. Ze vroegen daarop aan de VN en de EU om onderzoek te doen. „Uit het onderzoek van de VN is gebleken dat er inderdaad fraude is gepleegd bij een aantal projecten”, zegt Mulder. Het onderzoek van de EU is nog niet afgerond.

In 2007 kon het verbindingskantoor van de EU in Pristina niet duidelijk maken waar 400 miljoen van de bijna 2,5 miljard euro Europese subsidies aan was uitgegeven.

De fraude in Kosovo is onder meer gepleegd door medewerkers van de luchthaven van Pristina en van een elektriciteitsmaatschappij. Die vroegen bijvoorbeeld steekpenningen in ruil voor opdrachten. Volgens Mulder gaat het om „miljoenen” in Kosovo. Verder gaat het hem vooral om het principe dat de EU geld geeft via de VN en daar vervolgens geen goede controle op heeft. „Omdat de EU geen lidstaat is van de VN mogen we niet zo maar in de boeken kijken van projecten.” In het uiterste geval wil Mulder de besteding van EU-geld via de VN stopzetten.

Kosovo-deskundige en Europarlementariër Joost Lagendijk (GroenLinks) denkt ook dat er fouten zijn gemaakt bij de besteding van EU-geld in Kosovo. „Maar stopzetten gaat me te ver. Je moet zorgen dat je niet meer samenwerkt met organisaties die niet te vertrouwen zijn.” Dat is makkelijker geworden omdat de EU sinds dit jaar zelf verantwoordelijk is geworden voor de besteding van hulpgelden, zegt Lagendijk.