En daar stond ik bij, op vijf centimeter afstand

Het is een raar idee dat kinderen die nu opgroeien, waarschijnlijk nooit meer de desillusie van de één-leuk-liedje-cd zullen kennen. Zo’n cd die je vol goede moed hebt gekocht omdat je er op de radio een leuk liedje van hebt gehoord, en die als je hem thuis beluistert, verder vol lelijke ballades blijkt te staan.

Er zijn weinig cd’s die ik van begin tot eind wil luisteren. Van de afgelopen tijd zijn het de cd van Amy Winehouse, van Mika, van de Traveling Wilburys (die cd is al heel oud, en de mannetjes die erop zingen, zijn ook heel oud, maar ik kwam er laat achter dat hij bestond) en nu Roll With You, de cd van Eli Paperboy Reed.

Eli Paperboy Reed is een blanke jongen met een papperig kindergezichtje uit Boston. Als je hem niet ziet en alleen hoort zingen, denk je dat hij de volle achterneef van James Brown is. Of van Otis Redding. Of een andere soulvader. Want Eli kan grommen en gillen en schreeuwen als de beste. Hij kan ook heel goed vanuit een staande positie in de split vallen, twintig keer achter elkaar.

Ik was door de cd al zo’n grote fan van Eli geworden dat ik ervan uitging dat zijn concert, dat ik woensdagavond bezocht, een uitverkochte, hysterische bende zou zijn, met bosjes flauwvallende tienermeisjes.

Maar toen ik aankwam bij Doornroosje in Nijmegen, waar Eli optrad, trof ik daar ongeveer tweehonderd mensen. Gemoedelijke, linkse types (in Nijmegen is de dreadlock nog heel groot, zag ik), bezig met het rollen van joints. Een sympathiek publiek, maar te klein voor een ster als Eli, vond ik.

Eli trok zich er niets van aan dat hij in zo’n kleine zaal moest spelen. En zijn enorme band, met saxofoons en trompetten en tamboerijnen, ook niet. Eli gilde, schreeuwde, zong in zijn eentje een gospellied, viel in de split, haalde capriolen met zijn microfoon uit, brak de snaar van zijn favoriete gitaar, slingerde een mondharmonica het publiek in en riep aan het eind van het concert nog snel tien Mexicanen met sambaballen op het podium om het nummer ‘Boom Boom’ te spelen.

En daar stond ik bij, op vijf centimeter afstand, want dat kon in het rustige Doornroosje. Ik was blij dat ik het meemaakte, want over twee jaar is Eli wereldberoemd. Als dat niet gebeurt, is er geen gerechtigheid in de wereld.