Een wolf in schaapskleren

Maarten Doorman en Fredie Beckmans bezoeken graven van denkers, zoals dat van Thomas Hobbes in Groot-Brittannië.

Reverend Bell bij graf Thomas Hobbes 1588-1679, Ault Hucknall Foto Beckmans Beckmans, Fredie

Er staat een 3.000 jaar oude venijnboom voor de Saksische kerk in Ault Hucknall, het kleinste dorp van Engeland dat, ooit, in de Middeleeuwen, werd weggevaagd door de pest. Over het kerkhof met scheefgezakte kruizen drijven flarden mist in het vallende duister. In het blok licht van de openstaande deur wacht de in het zwart geklede reverend Tony Bell om ons zijn kerk te laten zien.

Maar wij komen slechts voor het graf van Thomas Hobbes, de illusieloze denker die het debat in de politieke filosofie voor eeuwen zou bepalen. Bij zijn geboorte naderde de Spaanse Armada het Britse vasteland. Volgens Hobbes schonk zijn moeder daarom het leven aan een tweeling: aan hemzelf en aan de Angst. Dezelfde vrees voor geweld verdreef hem later tijdens de burgeroorlog naar het buitenland en ligt ook ten grondslag aan zijn denken.

De mens is de mens immers een wolf: homo homini lupus, aldus Hobbes. Het maatschappelijk leven is een oorlog van allen tegen allen, een strijd op leven en dood. Om die reden is een sterke staat nodig, geleid door een absoluut heerser die met ijzeren hand regeert. Alleen zo’n monster, bij Hobbes Leviathan geheten, kan orde, rust en veiligheid garanderen.

Ondertussen toont de predikant ons met zijn enorme zaklantaarn twee koppen van de heidense Green Man, uitgesneden in de steunbalken van het dak. Nee, hij zit niet met zulke tekenen van bijgeloof in de kerk, zegt hij. Zijn probleem is eerder, hoe hij 11.000 pond vindt om de kapel te restaureren waarin Hobbes begraven ligt. En blijkens het kerkeblaadje The Messenger, voor 30 pence aangeschaft, tobt hij ook over mensen die op een begrafenis de overledene prijzen door te zeggen dat de dode niemand kwaad heeft gedaan. Als dat alles is, schampert hij. Voor Hobbes is dat echter juist het maximaal haalbare bij de wolven die we zijn.

„Ik ga op mijn laatste reis”, zei de filosoof toen hij stierf, „een grote sprong in het duister.” Volgens de toen geldende wetten werd hij in een wollen kleed begraven.

Misschien was het een stimuleringsmaatregel voor de lokale wolindustrie, oppert de reverend Bell nog aan zijn graf. Maar een vreemde gedachte is het: in het duister onder onze voeten ligt een wolf in schaapskleren.

Maarten Doorman

    • Maarten Doorman