Een elektriciteitscentrale die grenzen overschrijdt

Energieproducent SPE wil een krachtcentrale bouwen in het Belgische Visé. Grensgemeente Eijsden verzet zich, hoewel het bestuur weinig hoop heeft.

Zelfs in het tekentafelstadium was een 125 meter hoge koeltoren al afschrikwekkend genoeg om de inwoners van Eijsden massaal te mobiliseren tegen de komst van een elektriciteitscentrale bij Visé, net over de grens met België. Zo’n immens bouwwerk zou het Maasdal tussen Luik en Maastricht danig van aanzien laten veranderen.

De koeltoren komt er niet meer. „De SPE luisterde...en begreep”, zegt de SPE, qua grootte de tweede speler op de Belgische energiemarkt, over zichzelf. De aangepaste centrale is er een „met respect voor het milieu, het landschap, en de economische en toeristische activiteiten in de regio”.

„Het idee bij SPE en de Belgische autoriteiten was dat de centrale nu kon doorgaan”, zegt Wiely Philippens, voorzitter van het Comité Centrale Nee. De leden van de Eijsdense actiegroep zijn bang voor de waardevermindering van hun woningen, maar, zeggen ze, ook oprecht bezorgd over de geluidsoverlast, de luchtverontreiniging en de aantasting van het landschap.

De nu voorziene centrale moet verrijzen op een perceel dat is ingeklemd tussen de snelweg Maastricht-Luik en de Maas, op een paar honderd meter van de grens en zo’n 2,5 kilometer van de dorpskern van Eijsden. Twee hallen van zeventig bij zeventig meter met een hoogte van 33 meter krijgen gezelschap van twee 55 meter hoge schoorstenen. De stoom- en gascentrale die er in wordt gehuisvest, levert op twee manieren elektriciteit: de verbrandingsgassen van aardgas drijven een eerste dynamo aan, de stoom die daarbij vrijkomt een tweede. Samen moet het goed zijn voor een vermogen van negenhonderd megawatt.

Wat het Comité Centrale Nee steekt, is dat de Belgen hun eigen plan trekken – ondanks alle mooie woorden die in de streek vallen over euregionale samenwerking. „De Nederlandse kant wordt nauwelijks bij de procedure betrokken”, vindt Jaap Voeten van het comité. „In Eijsden werd niet aangekondigd wat de plannen van SPE waren en dat er bezwaar gemaakt kon worden, in Oupeye, dat meer dan twee keer zo ver van de centrale ligt, gebeurde dat wel.”

Volgens Voeten is dat in strijd met de sinds 1997 werkende Espoo-conventie. Die bepaalt dat landen elkaar informeren over projecten met een grote milieu-impact en de inspraakprocedure toegankelijk maken voor hun buurlanden.

Het Comité Centrale Nee klaagde bij de in Genève gevestigde Economische commissie voor Europa van de Verenigde Naties, UNECE, die toeziet op de handhaving van Espoo. VN-medewerkers komen binnenkort naar Visé en Eijsden om te kijken of er volgens de richtlijnen van de conventie gehandeld is.

De bezwaren van de actiegroep liggen bovendien bij de rechter in Namen, die er naar verwachting deze zomer nog uitspraak over doet. De gemeenteraad van Eijsden heeft burgemeester en wethouders opgedragen zich ook te verzetten tegen de aangepaste centrale, wegens de fijnstofproblematiek. Met alle bedrijvigheid die al aan Waalse kant te vinden is, het als een tunnel werkende Maasdal en zuidwest als dominante windrichting is er sprake van een aanslag op de gezondheid, vindt de Eijsdense volksvertegenwoordiging.

Het gemeentebestuur doet wat opgedragen is, maar heeft niet de diepe overtuiging dat het de zaak kan tegenhouden, zegt gemeentesecretaris Jo Steinbusch. „Het fijnstofprobleem wordt in België niet gezien en het is nog maar de vraag of de rechter daar ons als belanghebbende wil erkennen.”

Bij dossiers als deze merkt Eijsden hoe lastig het bestaan als grensgemeente kan zijn. „Bij Maastrichtse plannen om aan de gemeentegrens een wietboulevard te beginnen, worden wij conform wetgeving geïnformeerd en betrokken. Bij een landsgrens is daar niets voor geregeld. Het komt aan op de persoonlijke contacten. Toevallig zijn die met Visé goed.”

Behalve van een landsgrens is ook sprake van een taal- en cultuurgrens. Steinbusch: „We hebben wel ambtenaren die het Frans redelijk beheersen, maar in een vraagstuk als dat van de elektriciteitscentrale luistert het taalgebruik met het oog op de juridische consequenties erg nauw. Dan moet je al externe deskundigen inhuren. De omgang met elkaar en de wijze van besluitvorming is in Wallonië ook heel anders. Wij zijn gewend om aan de hand van een agenda te vergaderen, feiten en meningen te wisselen en dan tot besluitvorming te komen. Daar is men effectiever voor en na de vergadering dan aan de vergadertafel zelf.”

Ook de Eijsdense actiegroep is op cultuurverschillen gestuit. De banden met het georganiseerde verzet in Visé zijn goed, maar de aanpak wil nog wel eens verschillen.

Voeten: „Zij zijn meer gericht op de actie, de confrontatie. Wij zitten meer op de inhoud en zijn wat meer van het polderen.”

Als de tegenstanders bij de Belgische rechter en elders geen gehoor vinden, gaan komend najaar de schoppen de grond in aan de oevers van de Maas. De elektriciteitscentrale gaat in dat geval in 2012 draaien.

    • Paul van der Steen