'Dutch Journeys'

Een serie als ‘English Journeys’ roept uiteraard de vraag op hoe een Nederlandse versie eruit zou zien. Een goed fundament zou worden gevormd door oude reisverslagen zoals Balthasar Bekkers Beschrijving van de reise door De Vereenigde Neederlanden, Engeland en Vrankrijk. Bekker vertrekt op 4 juli 1683 vanuit Amsterdam ‘met de nachtschuit’ richting Gouda, maar zoals de titel aangeeft, speelt het grootste deel van de reis zich in het buitenland af. Meer stof biedt Evert Maaskamp met zijn Reis door Holland, een vierdelig verslag van de reizen die hij tussen 1807-1815 door Nederland maakte. Toepasselijke passages zijn te vinden in de brieven die zijn ervaringen in Friesland, Drente en Overijssel beschrijven, en waarin Maaskamp zich ontpopt als een boekhouder met een levendige interesse voor klederdrachten; maar ook de hazelworm op de Drentse hei ontgaat hem niet.

Zonder Jacob van Lennep is zo’n serie ondenkbaar. Het dagboek van de voetreis door Nederland die hij in 1823 met Dirk van Hogendorp maakte, is in 2000 heruitgegeven in een hertaling van Marita Mathijsen. Van Lennep schrijft wat losser dan Maaskamp en geeft zijn ogen goed de kost. (‘De dochter van de herbergier was een van de aantrekkelijkste vrouwen die ik ooit gezien heb.’) Tussen 1882 en 1890 publiceerde J. Craandijk zijn achtdelige reisverslag Wandelingen door Nederland. Veel aandacht voor kastelen, oude zeden en gewoonten en natuurschoon; op de Veluwe ziet hij ‘wonderschoone heidevelden’ en ‘schilderachtige zandsporen’.

Een andere geschikte kandidaat is ‘Varen en rijden’ uit de Camera Obscura van Hildebrand, over trekschuit en diligence, samen met bijvoorbeeld ‘Teun de Jager’ of ‘Een onaangenaam mens in de Haarlemmerhout’. De Verkade-albums van Jac. P. Thijsse vormen een rijke bron (Het Naardermeer, De Vecht, Texel), maar er valt ook te denken aan fragmenten uit het zeer leesbare Uit ons krijtland uit 1911 van Thijsses vriend Eli Heimans, een monografie over een stuk natuur ‘van een uur lang en breed’ in Zuid-Limburg.

Streekgerechten, van Groningse fieterknuten tot Zeeuws profetenbrood, worden ontleend aan Plaatselijke en gewestelijke specialiteiten uit Nederland van Anton van Oirschot. Volksverhalen vol onrustbarende verschijnselen zijn te vinden in Onze volksverhalen van Tj.W.R. de Haan; klassiekers als ‘Ellert en Brammert’ en ‘Het vrouwtje van Stavoren’, maar ook vertellingen als ‘De witte wievenkuil’ en ‘Blaauw Gerrit’, over een plaaggeest die op de Veluwe actief was.

Uit de publicaties van het Meertens Instituut kiezen we 101 Bedevaartsplaatsen in Nederland en Onder de groene linde, een goed gedocumenteerde verzameling mondeling overgeleverde liederen, van ‘Wat lijdt soms een braaf hart op aarde’ tot ‘Schoolmeester, schoolmeester, waarom sla je mijn zoon?’ Ook moet er natuurlijk een bloemlezing worden opgenomen met poëzie over het Nederlandse landschap, van het onvermijdelijke ‘Herinnering aan Holland’ (Marsman) tot aan de ‘Crysanten, roeiers’ (Hans Faverey).

Verder valt er te denken aan een selectie uit de aantekeningen uit Geheim Dagboek van Hans Warren over het Zeeuwse landschap en een keuze uit de Kronkels die Simon Carmiggelt schreef over zijn vakanties in het Gelderse De Steeg. Ook onmisbaar: het Natuurdagboek waarin Nescio zijn persoonlijke epifanieën vastlegde. ‘Fantastisch helder, alles ruim en ver, bijbelsch.’ Ander geschikt materiaal: wandelboeken als Wandelingen, Nederland in vier seizoenen van John Jansen van Galen en Ik wandel dus ik besta van Joyce Roodnat, maar ook een boek als Stillers omgang, waarin Louis Stiller in een grote boog om Amsterdam heen wandelt, langs rafelranden, boerderijen en natuurgebieden.

En laten we het sardonisch-chagrijnige proza van Bob den Uyl niet vergeten. Praktische tips voor de ideale fietstocht kunnen worden ontleend aan Wat fietst daar? Reisverhalen die zich tot Nederland beperken zijn onder meer te vinden in ‘Een gouden tijd’ en ‘Verhelderende kronieken’, beide uit Vreemde verschijnselen. Tot slot: een Nederlandse versie van ‘English Journeys’ kan niet zonder een ruime keuze uit de columns van Martin Bril over cafetaria’s, rotondes en provinciale wegen. Misschien is dat ook wel een goede titel voor deze imaginaire serie: ‘Provinciale wegen’. (Rob van Essen)

    • Rob van Essen