Deeltijd-WW moet Alutech door de recessie helpen

Metaalbedrijf Alutech in Katwijk zag de omzet instorten door de recessie. Het bedrijf voert volgende week als een van de eerste deeltijd-WW in voor al het personeel.

Een werknemer van Alutech in Katwijk last een brandstoftank voor en vrachtwagen in elkaar. Foto NRC Handelsblad, Rien Zilvold katwijk metaalverwerkingsbedrijf alutech foto rien zilvold Zilvold, Rien

„Normaal gesproken loop je hier niet zo rustig rond”, zegt materialenplanner Hans Brinksma, terwijl hij in de fabriekshal langs de productielijn loopt waar aluminium platen worden bewerkt tot brandstoftanks voor vrachtwagens. „Dan struikel je over de heftrucks die af en aan rijden.” Die heftrucks staan nu werkloos langs de kant, op een enkel exemplaar na dat lege pallets verplaatst.

Bij metaalbedrijf Alutech in Katwijk, dat brandstoftanks levert aan fabrikanten als DAF en Volvo zijn de gevolgen van de kredietcrisis groot. De vraag naar tanks stortte eind 2008 in, waardoor Alutech de omzet met 70 procent zag instorten. Voor de uitbarsting van de economische crisis rolden bij het bedrijf vele duizenden brandstoftanks per week van de band. Deze week krap duizend.

Kortom, voor de medewerkers is niet genoeg werk meer. Maar dat kan snel veranderen als de economie weer opveert. Typisch een bedrijf waarvoor regelingen als werktijdverkorting en de nieuwe regeling voor deeltijd-WW zijn bedoeld.

Toen Alutech in april de werktijdverkorting wilde omzetten in deeltijd-WW, liepen personeel en directie al snel op tegen het het experimentele karakter van de regeling. Op de werkvloer waren de directeur, de ondernemingsraad en de onderhandelaars van de vakcentrales FNV en CNV het snel eens. Alutech zou voor alle 160 personeelsleden deeltijd-WW aanvragen – inclusief de directeur – om daarmee de crisis te lijf te gaan. Directeur Jurjen Duintjer: „We slikken met z’n allen.”

Maar zo eenvoudig was het niet. Nog voor de inkt onder het akkoord droog was, werden de onderhandelaars teruggefloten door de hoofdbesturen van hun vakcentrales, omdat Alutech het loon van de werknemers niet wilde aanvullen tot 100 procent. Het salaris is bij deeltijd-WW 15 procent lager, omdat de WW-uitkering bestaat uit 70 procent van het laatst verdiende salaris. „Vakbonden frustreren uitvoering deeltijd-WW met dure eisen”, liet de voorzitter van de vereniging voor metaalwerkgevers meteen weten. Voor deeltijd-WW was instemming van de vakbeweging vereist, dat is onderdeel van de regeling.

Zo verwierf Alutech in één klap nationale bekendheid: het eerste bedrijf waar de onderhandelingen over deeltijd-WW mislukten. Minister Piet Hein Donner (Sociale Zaken, CDA) was met de vakbeweging en de werkgevers in een sociaal akkoord overeengekomen dat het unieke instrument van deeltijd-WW zou worden ingezet om de dreigend hoge werkloosheid op te vangen en vakkrachten te behouden.

„Onbegrijpelijk”, noemde Duintjer de eisen van de bonden. Hij schakelde onmiddellijk de pers in en kon ’s avonds in het Journaal zijn verhaal doen. „Voor mij is het volstrekt helder”, licht hij toe. „Of deeltijd-WW of volledige WW. Als ik niet kan gaan besparen op loonkosten, moet ik reorganiseren en meer dan de helft van de mensen ontslaan.” Met het vastgelopen overleg dreigde het experiment met de deeltijd-WW te mislukken nog voordat het was begonnen.

Om de impasse te doorbreken staken werkgevers en bonden meteen de koppen bij elkaar op centraal niveau in hun overlegorgaan, de Stichting van de Arbeid. Nog geen 24 uur later kwamen ze met nadere uitleg van de regeling: loonaanvulling is geen voorwaarde voor het verlenen van deeltijd-WW, maar werkgevers mogen dit niet bij voorbaat afwijzen.

Een dag later trok minister Donner, die de sociale partners met de regeling juist tegemoet was gekomen, zelf naar Katwijk om poolshoogte te nemen. „Ineens waren we een testcase voor heel Nederland”, zegt Leo Christ, voorzitter van de ondernemingsraad. Na een afkoelingsperiode werd deze week alsnog een akkoord bereikt: wel deeltijd-WW, geen aanvulling van het loon. Maandag gaat de regeling in. Directeur Duintjer hoopt dat 15 maanden genoeg zijn om uit het dal te komen.

„Van alle kwaden is dit het minst erge”, zegt onderhandelaar Dolf Polders van CNV Bedrijvenbond. Gisterochtend stemden de ruim veertig vakbondsleden bij het bedrijf in met het akkoord. Ook Peter Vink, robotoperator. Hij werkt meestal aan de andere kant van de fabriek, maar staat vandaag bij de ‘speciaaltjes’, de afdeling waar stalen platen met de hand worden bewerkt. „Peter is multi-inzetbaar”, lacht collega Christ. „Deze afdeling heeft nog het meest werk.”

Vink stemde voor invoering van deeltijd-WW bij gebrek aan beter. „We hebben niet echt veel keus”, zegt hij schouderophalend. „Maar leuk is anders.” Het kost hem veel geld, vertelt hij. „De ploegentoeslag valt weg en daar komt straks nog 15 procent bij als gevolg van de deeltijd-WW. Als het tegenzit ga ik er 400 euro per maand op achteruit.” Christ snapt de gemengde gevoelens van Vink wel. „De meeste jongens bij ons zijn kostwinner. Als een deel van het inkomen wegvalt, hebben ze een probleem.” Zelf vindt Christ de situatie ook moeilijk. „We hebben iets moois opgebouwd. Nu lijkt het of iemand het luik onder je voeten vandaan haalt.”

Drie van de vier productielijnen staan stil. Ze lopen nog maar enkele uren per dag. De omzet is teruggevallen tot onder de 20 miljoen euro. Ruim 100 van de 130 werknemers vallen sinds december onder de regeling voor werktijdverkorting. In de fabriek is maar één ploeg aan het werk in plaats van de gebruikelijke drie. Vijftig uitzendkrachten zijn al vertrokken.

De hal waar de tanks liggen opgeslagen voor transport staat voor een groot deel leeg. „DAF is deze week gesloten, dus wij mogen niet leveren”, zegt directeur Duintjer. „Kijk”, zegt hij terwijl hij de plastic klapdeuren achterin de fabriek opent en wijst naar het parkeerterrein. „We zijn gewend aan rijen vrachtwagens die allemaal klaar stonden om de tanks op te halen. Nu staan er twee. Twéé!”

Elders in de hal kijkt Hans Brinksma kritisch naar de lasnaden van een gloednieuwe brandstoftank. Hij werkt nog zeven dagen en gaat dan met vervroegd pensioen. Hij is 62. Een raar moment om te vertrekken, vindt hij. „Het voelt toch een beetje alsof ik een zinkend schip verlaat.” In de bijna 30 jaar dat Brinksma voor er werkt, maakte hij slechts een keer iets vergelijkbaars mee. „In 1992 stortte de markt ook in. Maar toen reageerde het management veel te laat en te laks, waardoor we van 120 man terug moesten naar 80.” Dat zal nu anders zijn, hoopt hij. „Duintjer zit erbovenop.”