De Yangtze kleurde rood

Dat Japan 200.000 Chinese burgers in 1937 liet afslachten, is lang verzwegen. Er verschijnen nu steeds meer boeken over, zoals het dagboek van ‘Nankings Schindler’.

John Rabe, derde van links in Nanking, 1938 Foto AP FILE-- German businessman John Rabe, third from left, stands with other Westerners in Nanjing, China, in 1938. Rabe, a Nazi loyalist, was an unlikely rescuer of thousands of Chinese during the infamous massacre in Nanking, now known as Nanjing, in 1937. "He didn't think he was a hero," his granddaughter, Ursula Rheinhardt, said Thursday, Dec. 12, 1996. Rabe rescued thousands of Chinese during Japan's deadly two-month rampage and recorded the terror in his diary, now being made public. From left, are: Ernest Forster, W. Plumer Mills, Rabe, Lewis Smythe, unidentified, and George Fitch. (AP Photo/Yale Divinity School Library, Special Collections,File) Associated Press

John Rabe: De goede nazi van Nanking. Hoe één man tweehonderdduizend Chinezen redde. Vert. uit het Duits door W. Hansen. De Bezige Bij, 384 blz. €22,90. Verschijnt op 14 mei.

Nanjing 1937 – een liefdesgeschiedenis. Op een Chinese lezer heeft die titel van de roman van Ye Zhaoyan uit 2003 een zelfde uitwerking als stond er Auschwitz, 1942 – romantische idylle. Liefdesgeschiedenissen zijn wel het laatste waarmee men in China het jaar 1937 associeert. Het Japanse leger viel toen vanuit Mantsjoekwo het Chinese grondgebied binnen. Peking en Tianjin vielen onmiddellijk, Shanghai na drie maanden bitter verzet. Met het drievoudige bevel van de Japanse legertop als leidraad – Iedereen doden! Alles platbranden! Alles plunderen! – rukten de keizerlijke troepen op richting de toenmalige Chinese hoofdstad Nanking. De stad werd ingenomen op 13 december 1937. Het drama dat zich toen voltrok wordt omschreven als ‘de Slachtpartij van Nanjing’ of ‘de Verkrachting van Nanjing’: de Japanners brachten die winter zo’n 200.000 ongewapende Chinezen om.

Westerlingen weten weinig van deze geschiedenis. Iris Chang, de Amerikaanse journaliste die in 1997 het eerste Engelstalige non-fictieboek over ‘De Slachtpartij’ schreef, vond dat stuitend. Volgens haar zou Nanjing wereldwijd dezelfde tragische bijklank moeten hebben als Hiroshima of Treblinka. Dat dit niet zo was, weet Chang aan een doofpotoperatie. Ze veroordeelde de Japanse omgang met hun oorlogsmisdaden krachtig. Te krachtig – suggereert The Making of the Rape of Nanking een studie van de Japanner Takashi Yoshida uit 2006. Precies sterk genoeg – roept Der gute Deutsche von Nanking, een ooggetuigeverslag dat in 1997 in het Duits werd gepubliceerd. Op 14 mei verschijnt de Nederlandse vertaling onder de titel De goede Nazi van Nanking.

Om de waarde van deze publicaties te beoordelen, beginnen we bij de twee oudere titels. Stel dat je in 2003 nietsvermoedend begon aan Ye Zhaoyans roman Nanjing 1937. Dan las je een geslaagd liefdesverhaal met op de achtergrond wat oorlogsdreiging. Op 1 januari 1937 is de rokkenjager en professor Ding Wenyu te gast op de bruiloft van legersecretaresse Ren Yuyuan. Tijdens het feest vat hij een ongeneeslijke en ongepaste verliefdheid op voor de bruid. Aanvankelijk is Wenyu slechts ‘die oude gek’ die Yuyuan dagelijks een brief schrijft. Maar terwijl het Japanse leger zich als een colonne zijderupsen een spoor vreet naar Nanjing, baant Ding Wenyu zich een weg naar Yuyuans hart. Tegen de tijd dat Yuyuan voor zijn amoureuze offensief bezwijkt, staat de vijand voor de poorten van Nanjing.

Ye Zhaoyans roman eindigt op 12 december 1937. Je hoeft niet te weten dat de volgende dag een orgie van geweld losbarstte, die zes weken zou duren en de Yangtze bloedrood kleurde. Ook zonder dat besef werkt Ye’s roman. Natuurlijk leest een Chinees het boek anders. Voorkennis van ‘De Verkrachting van Nanjing’ werpt een slagschaduw over alle pruimenbloesems en plezierbootjes die Ye Zhaoyang beschrijft.

Changs studie The Rape of Nanking werd eind jaren negentig een bestseller en vestigde internationale aandacht op Japans oorlogsmisdaden. Chang claimde dat het bloedbad in Nanjing dezelfde symboolstatus verdient als de Holocaust, omwille van de openheid (in Tokio werd de val van Nanjing gevierd), de grondigheid (zeker 200.000 Chinezen kwamen om, ongeveer 80.000 vrouwen werden verkracht) en de wreedheid waarmee de Japanse soldaten te werk gingen. Om die bewering te staven, beschreef ze massa-executies, groepsverkrachtingen en sadistische spelletjes. De Japanners stuurden honden af op tot de schouders ingegraven slachtoffers. Ze dwongen vaders tot incest en staken vrouwen levend in brand. Sommige soldaten reten met hun bajonet de buik van hoogzwangere vrouwen open om de foetus eruit te zien vallen.

Chang probeerde de Japanse wandaden steeds historisch in context te plaatsen. Ze had oog voor de algemene hersenspoeling van Japanse rekruten onder Hirohito’s militaire dictatuur én voor hun zedenverloedering tijdens de opmars naar Nanjing. Chang benadrukt dat er ook aan Chinese zijde verantwoordelijken zijn voor het hoge aantal burgerslachtoffers. Toen Tsjang Kai Sjek zijn regering eind oktober 1937 uit de hoofdstad weghaalde, richtte hij een onbeschrijflijke chaos aan. Met de terugtrekking van zijn leger op 12 december, tekende hij indirect het vonnis van wie achterbleef.

Naast schokkende feiten en gedeeltelijke verklaringen, belichtte Iris Chang ook één eenzaam lichtpuntje. Tijdens de Japanse bezetting van Nanjing richtten een vijftiental westerlingen een Internationale Veiligheidszone op om Chinese vrouwen, kinderen en krijgsgevangenen te beschermen. De heroïsche inzet van de comitéleden redde duizenden levens. Chang vergeleek John Rabe, de Duitse voorzitter van de Zone, met niemand minder dan Oskar Schindler. Ze citeerde daarbij uit Rabes dagboek, dat ze had opgespoord via zijn kleindochter.

The Rape of Nanking werd na publicatie onmiddellijk geroemd en verguisd. Academici ontdekten een kleine 170 fouten, sommige zo onschuldig als een verkeerd gespelde Japanse naam, andere ernstiger, zoals tegenstrijdige getuigenverklaringen. Iris Chang ging al tijdens haar interviewsessies met overlevenden gebukt onder stress en gewichtsverlies. Ze bleek niet opgewassen tegen de controverse rond haar boek en pleegde in 2004 zelfmoord.

Hoe waardevol Changs studie ook is, enige kritiek is gegrond. De uitdrukkelijke typering van Nanjing als ‘een Holocaust’ is twijfelachtig en ook het beeld van de geschiedschrijving over het thema kon genuanceerder. ‘Wie een Holocaust vergeet, moordt een tweede keer,’ zei de Joodse Nobelprijswinnaar Elie Wiesel. Met dat motto in haar achterhoofd haalt Chang scherp uit naar de doofpotoperatie rond de Slachtpartij van Nanjing. Haar stelling was dat de Amerikanen een Aziatische bondgenoot nodig hadden in de Koude Oorlog. Daarom controleerden ze na 1952 niet langer hoe Japan zijn oorlogsschuld verwerkte. Klasse A oorlogsmisdadigers keerden geruisloos terug op hoge posten, keizer Hirohito behield zijn smetteloze blazoen en Japanse schoolkinderen leerden over Hiroshima, maar nauwelijks over Nanjing. Japan koestert nog steeds een zelfbeeld als slachtoffer van de Tweede Wereldoorlog, en veegt zijn daderrol gemakshalve onder de mat.

Die voorstelling klopt, maar is onvolledig. Dat leert Takashi Yoshida’s studie The Making of the Rape of Nanking uit 2006. Al sinds de jaren vijftig gaan er in Japan stemmen op die de nationale geschiedschrijving aanklagen. Yoshida beweert niet dat het naoorlogse Japan een diepe catharsis doormaakte of definitief klaar is met zijn verleden. Zijn boek verrast niet zozeer in de passages over de Japanse historiografie over Nanjing, als wel in die over de Chinese. Vandaag geldt de Slachtpartij in de Volksrepubliek als het ultieme symbool van de Japanse oorlogsagressie. Dat is een relatief recent fenomeen.

Na de capitulatie van Japan in 1945, culmineerde in China de machtsstrijd tussen de nationalisten van Tsjang Kai-Sjek en de communisten van Mao Zedong. Toen Mao in 1949 aan de macht kwam, streefde hij naar een goede relatie met Japan. Hij schreef de slachtpartij van Nanjing op het gezamenlijke conto van zijn verslagen tegenstander Tsjang Kai-Sjek en de Amerikanen, die er met hun Internationale Veiligheidszone ‘een handige slachtkuil’ zouden hebben gecreëerd.

Die verdraaiing van de feiten bleef gangbaar tot de komst van Deng Xiaoping. Hij liet in 1985 in Nanjing een Gedenkhal en Museum oprichten voor ‘de 300.000 slachtoffers van de Japanse Agressor’. Gedenkplechtigheden, tv-documentaires en de film Don’t Cry, Nanking (1995) deden de rest. Pas de laatste twee decennia werd ‘Nanjing, 1937’ een krachtig nationaal begrip, geknipt voor provocerende boektitels.

Een boek als The Making of the Rape of Nanking laat een dubbelzinnig gevoel na. Natuurlijk is het fascinerend om te zien hoe verschillende landen en opeenvolgende generaties één historische gebeurtenis manipuleren en hertalen. Tegelijkertijd loopt er iets fout wanneer het onderzoek naar een geschiedschrijvingsproces belangrijker wordt dan dat naar de geschiedenis zelf. Yoshida analyseert een ‘war of words’ terwijl er in Nanjing minstens 200.000 mensen van vlees en bloed werden gepijnigd, vernederd en vermoord. Dat is een voorzichtige schatting. Het officiële Chinese slachtoffercijfer ligt de helft hoger.

Aan het andere einde van het spectrum, liggen de dagboeken van John Rabe (1882 -1950). Dit zijn aantekeningen van iemand die de hel van Nanjing meemaakte en bestreed. In 1937 werkte Rabe al zo’n dertig jaar voor Siemens in China. Terwijl iedereen met geld of macht Nanjing ontvluchtte, besloot hij te blijven. De 55-jarige Rabe voelde zich moreel verplicht om zijn Chinese werknemers te beschermen. Tussen december 1937 en februari 1938 deed hij meer dan dat door samen met een handvol Europeanen en Amerikaanse missionarissen de Veiligheidszone voor ongewapende Chinese vluchtelingen op te richten. Vaak respecteerde het Japanse leger de ‘internationale’ grenzen niet: ook binnen de Zone werden meisjes verkracht en verminkt of mannen weggevoerd naar executieterreinen aan de Yangtze. Betere bescherming was er echter niet. Het is hallucinerend om te lezen hoe Rabe rondrijdt en de orde handhaaft, met alleen zijn bulderstem en hakenkruisarmband als machtsmiddel.

Rond de jaarwisseling ’37-’38 huisden in Rabes woning alleen al 602 mensen op vijfhonderd vierkante meter. In de hele Internationale Veiligheidszone zat een kwart miljoen Chinezen samengepakt. Rabe en zijn comité stonden in voor de veiligheid, bevoorrading en verzorging van die massa. Op 25 november 1937 noteerde hij: ‘Ik zou willen, bij God, dat Hitler ons helpt!’. Maar zijn hulpkreet per telegram aan de Führer bleef onbeantwoord. Na een etentje met Japanse diplomaten klinkt het: ‘Ik zei dingen die nogal indruisen tegen mijn geweten, maar het leek me nuttig voor onze zaak.’ De ene dag ziet Rabe een Japanse soldaat plassen in de halve kom rijstsoep van een Chinees gezin van zes. Een andere dag stuurt hij wijn naar de Japanse ambassade. Wie anders kan hem helpen met het intomen van hun losgeslagen leger?

Rabes dagboek is zeer menselijk en concreet. Hij maakt zich afwisselend zorgen om een stapel van 30.000 onbegraven lijken, om zijn eigen diabetes en het welzijn van z’n vrouw in Shanghai. Bij vlagen is hij onverwacht puntig: ‘Van alle kanten komen dezelfde berichten binnen over verkrachtingen, moord en verminking. Soms lijkt het of de hele criminele populatie van Japan hier rondloopt in uniform.’ John Rabe had een groot hart, sterke zenuwen en een nuchtere, vrij goede pen. Zijn aantekeningen uit Nanjing horen bij de belangwekkendste egodocumenten van de 20ste eeuw.

De Nederlandse uitgever van de vertaling koos voor de titel ‘De Goede Nazi van Nanking.’ In de Duitse en Engelse versie heeft men het over een ‘goede Duitser’. Was John Rabe een overtuigde nationaal-socialist? Aan het begin van zijn dagboek wel. Rabe werd in 1934 lid van de NSDAP in Nanjing, maar zijn liefde voor Hitler bekoelde bij zijn terugkeer in Berlijn. De Gestapo pakte Rabe op voor ondervraging en verbood hem lezingen te geven over zijn Chinese ervaringen. Verbolgen overwoog Rabe zijn partijkaart terug te sturen, maar deed dat uiteindelijk niet. Tijdens de Russische inname van Berlijn, betaalde hij daarvoor de tol – zoals blijkt uit zijn laatste dagboeknotities. Als voormalig partijlid verloor Rabe zijn baan en bijna was hij verhongerd.

De man die in Nanjing werd uitgewuifd als ‘de Levende Boeddha’, verdient een betere titel dan ‘de Goede Nazi’. John Rabes gepubliceerde dagboek telt twee delen. Het Chinese deel loopt van 21 september 1937 tot 15 april 1938 en bevat naast persoonlijke notities ook brieffragmenten, telegramteksten en inventarislijstjes die hij het opnemen waard vond. Samen geven zij een levendig beeld van de moeizame oprichting, verdediging en opheffing - op 8 februari 1938 – van Nanjings Internationale Veiligheidszone. Het tweede deel speelt in Berlijn en loopt van 24 april 1945 tot 7 juni 1946. Rabe beschrijft hier met toenemende moedeloosheid de ontberingen die hij doorstaat bij de val van het Derde Rijk.

De Goede Nazi van Nanking is een dubbel monument. Enerzijds brengt het oorlogsmisdaden tegen de Chinese bevolking in herinnering met meer kracht en directheid dan academische studies ooit zullen hebben. Anderzijds schenkt het de uitzonderlijke John Rabe postuum toch een forum. Rabe wilde getuigen over wat hij in Nanjing had meegemaakt, maar nadat de Gestapo hem monddood had gemaakt, vergaarden zijn dagboeken een halve eeuw stof op de familiezolder. Rabe krijgt nu eindelijk ook bij ons een stem.

Iris Chang: The Rape of Nanking: The Forgotten Holocaust of World War II, Penguin, 304 blz. € 12,-Takashi Yoshida: The Making of the Rape of Nanking. Oxford University Press, 278 blz. € 22,-Ye Zhaoyan: Nanjing. Een liefdesgeschiedenis, Ambo, 368 blz. Niet meer leverbaar.De verfilming van het dagboek is vanaf september in de Nederlandse theaters te zien. (www.johnrabe.de)

    • Barbara de Munnynck