De Libris-jury had moeten aftreden

In de literaire jury’s waarvan ik deel uitmaakte, werd tijdens de vergadering waar de laatste selectie plaatsvond van titels die meedongen naar een prijs, nauwkeurig nagegaan of er omissies waren. Ik herinner me een bijeenkomst van de jury van de Gouden Uil non-fictieprijs in Antwerpen onder leiding van de eminente Ludo Simons. Hij stalde alle kansrijke boeken uit en vroeg wat er ontbrak. Jan Blokker en ik misten deel één van Harry Pricks Lodewijk van Deyssel-biografie dat we met plezier hadden gelezen. Om er achter te komen waarom het niet was ingestuurd, belden we Querido-redacteur Anthony Mertens uit bed. Vergeten in te zenden. Kan gebeuren, maar Prick kwam alsnog op de shortlist. Bij de AKO-prijs is het voorgekomen dat uitgevers een uur voordat de inzending sloot met boeken voor de deur stonden waar we als jury achteraan hadden gebeld.

Maar de jury die maandag de Libris literatuurprijs uitreikt, is een stelletje harteloze luiwammesen. Verbijsterend is bijvoorbeeld dat Christiaan Weijts met zijn lovend besproken roman Via Cappello 23 niet heeft kunnen meedingen. Ook nadat bekend was geworden dat een aantal van de beste romans van 2008 niet door de uitgevers was ingezonden, is die jury met de armen over elkaar blijven zitten.

Potentiële kanshebbers op de prijs van 50.000 euro zijn niet alleen in eerste instantie over het hoofd gezien, de jury heeft de omissie ook niet willen herstellen. Alsof niet op haar de verantwoordelijkheid zou rusten om het beste boek te kiezen. Alsof het om formaliteiten gaat, in plaats van betrokkenheid bij werk waar kunstenaars hun hart en ziel in hebben gelegd.

De prijs die maandag wordt uitgereikt, is hierdoor zwaar gedevalueerd. De jury had wegens grove nalatigheid moeten worden afgezet. En de gedupeerde schrijvers moeten volgend jaar alsnog met hun gepasseerde boeken kunnen meedingen.