Corruptie: manier van leven

Journaliste Michela Wrong vertelt het verhaal van een Keniase corruptiebestrijder.

Ze legt zo de betonrot bloot die veel Afrikaanse staten teistert.

Een vrouw die juist bezig was met de was, smeekt een politieagent niet te slaan tijdens rellen in een sloppenwijk in Nairobi. (Foto AP)
** FILE ** In this Jan. 17, 2008 file picture a woman who were washing her laundry when police fired tear gas begs a policeman not to beat her during riots in the Mathare slum in Nairobi. Kenya's government-appointed human rights body on Tuesday Feb. 24, 2009 released a video of a policeman who was later killed describing how he witnessed police execute 58 suspects instead of arresting them. The Kenya National Commission on Human Rights demanded the resignation of the country's police chief, Mohammed Hussein Ali, to allow an investigation to take place. (AP Photo/Karel Prinsloo)
Associated Press

Corruptie komt in veel landen voor, maar de schaal en het politieke niveau waarop het zich in Kenia afspeelt, slaan bijna alles. Een onuitroeibare kaste van gewetenloze graaiers, bereid om zichzelf te verrijken ten koste van zijn verarmde achterban – dat wrange beeld blijft hangen na lezing van It’s our turn to eat: the story of a Kenyan whistleblower, een even gedegen als ontluisterend boek van Michela Wrong.

Wrong, voormalig journaliste van de Financial Times in Oost-Afrika, laat zien hoe ongeremde zelfverrijking op het hoogste niveau de legitimiteit van politiek en democratie in Kenia aanvreet. Ook vertelt haar boek iets over Afrika in brede zin. In diverse landen baadt een coterie van corrupte bestuurders in weelde terwijl de bevolking in armoe wegzinkt. Daarnaast legt Wrong haarscherp bloot hoe westerse donoren soms omgaan met onthullingen die hen om politiek-diplomatieke redenen niet uitkomen.

Wrong hangt haar verhaal op aan John Githongo, die in 2002 werd benoemd tot ‘anticorruptie-tsaar’ in Kenia. President Mwai Kibaki beloofde bij zijn aantreden in 2002 dat ‘corruptie niet langer een manier van leven zal zijn in Kenia’ en ruimde een plek in voor Githongo in zijn presidentieel kantoor. De corruptiebestrijder legde in de eerste jaren van Kibaki een van de grootste schandalen in Kenia bloot: ministers bleken betrokken bij de verduistering van 750 miljoen dollar via een deal met het bedrijf Anglo Leasing. Niet alleen toonde Kibaki zich doof voor Githongo’s bevindingen; de president bleek aan het roer te staan van de corrupte kliek. De post van anticorruptie-tsaar was een façade. Githongo werd belasterd en met de dood bedreigd. In 2005 ontvluchtte hij Kenia.

De onthulling van het Anglo Leasing-schandaal leidde in Kenia tot grote publieke woede. Kibaki zag zich gedwongen drie ministers te ontslaan. Maar achttien maanden later herbenoemde hij twee van de drie ministers. Vandaag de dag circuleren tal van nieuwe verhalen over corruptie binnen de regering. Kibaki is nog altijd president.

Het sterkst zijn de hoofdstukken waarin Wrong de endemische corruptie en vriendjespolitiek plaatst binnen de historische context en het tribalisme. Corruptie en zelfverrijking worden gevoed door de overtuiging onder tribale elites dat zij, eenmaal aan de macht, het recht genieten om uit de ruif van staatsinkomsten en machtsprivileges te ‘eten’. De tribale opdeling van de bevolking is in Kenia mede het product van kolonialisme. Zo ontstonden de Kalenjins, de stam van oud-president Moi, toen de Britten besloten om diverse Nandi-sprekende, nomadische groepen samen te voegen. Na de onafhankelijkheid in 1963 greep Jomo Kenyatta zijn positie als president aan om zijn eigen Kikuyu-achterban te voorzien van grond en privileges – ten koste van het principe van natievorming. Na Kenyatta was het de beurt aan de Kalenjins van Moi om te ‘eten’. Na Moi weer opnieuw de Kikuyu’s, ditmaal onder Kibaki.

Waar het instrumentaliseren van tribalisme door gecorrumpeerde elites in het uiterste geval toe kan leiden, bleek vorig jaar, toen na de omstreden verkiezingen in Kenia zeker 1.300 mensen omkwamen.

Wrong laat ook zien hoe de internationale gemeenschap naliet om consequenties te verbinden aan het Anglo Leasing-schandaal – en corruptie dus in feite beloonde. Directeur Makhtar Diop van de Keniaanse afdeling van de Wereldbank huurde zijn royale huis rechtstreeks van president Kibaki – op zich al opmerkelijk – en bleef dat doen toen ‘Anglo Leasing’ aan het licht kwam. Alleen de Britse hoge commissaris in Kenia, Edward Clay, gispte de Keniaanse regering publiekelijk. Clay werd daarop ondermijnd door Londen, dat in Kenia een diplomatieke bondgenoot in Afrika heeft. Nederland staakte als enige land de hulp aan Kenia. De conclusie van Wrong is even logisch als deprimerend: ‘Als donoren zelfs geen voorbeeld stellen na Anglo Leasing in Kenia, valt moeilijk in te zien wanneer ze dat wel zouden doen.’

Bekijk de website van de auteur: www.michelawrong.com

Michela Wrong: It’s our turn to eat. The story of an Kenian Whistleblower. Harpercollins, 400 blz. €16,-