Coachen is een vak apart

Een geniale voetballer is per definitie geen geniale coach.

Van Basten kon voetballen als de beste, maar hoe je dat overbrengt op spelers, dat is iets heel anders.

Toen Johan Cruijff medio jaren negentig nog in zijn voetbalbroekje op het veld stond was hij de beste coach. Dan kon hij voordoen hoe je, met welke snelheid en in welke richting de bal moest plaatsen.

Zo balde hij met Romario, Hristo Stoitsjkov, Ronald Koeman, Txiki Beguiristain en Pep Guardiola op het trainingsveld in Athene aan de vooravond van de (met 4-0 verloren) Europa-Cupfinale van 1994 tegen AC Milan. Cruijff was de slimste in het rondootje, de sterren van Barcelona om hem heen genoten van hem, ze lachten en begrepen hem.

Daarna, toen hij niet meer in voetbaltenue spelers coachte of van advies diende, werd Cruijff minder geloofwaardig. Zijn uitgebreide woordenschat werd niet meer begrepen. Hoewel hem een gebrek aan visie niet kan worden ontzegd, werd coachen voor Cruijff een probleem. Genialiteit biedt minder bedeelden onoplosbare puzzels. Niemand kan het genie doorzien. Een schitterend brein is niet te volgen.

Coachen is een vak. Coachen kun je leren, maar coachen is vooral een kwestie van luisteren, kijken, communiceren en voelen. Alles weten is niet alles. Een geniale speler, van volleybal tot golf en van ijshockey tot voetbal, is nog geen geniale coach. Marco van Basten – een voetballer met geniale eigenschappen – begrijpt het nu, na vier jaar bondscoach van Oranje en nog geen jaar clubcoach van Ajax te zijn geweest.

Maar begrijpen de mensen die hem als coach aanstellen het wel? Nee, die mensen gaan er in hun naïviteit vanuit dat een geniale speler ook een geniale coach kan zijn. Terwijl tal van voorbeelden voorhanden zijn waarin het tegendeel is bewezen.

Guus Hiddink, Alex Ferguson, Arsène Wenger, Pep Guardiola, Fabio Capello, Marcello Lippi, Aimé Jacquet, Jürgen Klinsmann, Foppe de Haan, Dick Advocaat, Martin Jol, Co Adriaanse, Louis van Gaal, Bert van Marwijk en Steve McClaren. Het waren en zijn succesvolle trainers, maar als voetballers niet zo geniaal als Cruijff, Pelé, Diego Maradona, Zinedine Zidane en Van Basten. Uitzonderingen zijn er zeker: Cruijff en Franz Beckenbauer. Hoewel beiden, sinds ze niet meer coachen, vooral onduidelijke taal spreken.

Neem nu het Oranje dat in 1988 het Nederlandse volk de Europese titel schonk. Van doelman Hans van Breukelen tot Arnold Mühren, wie is er nu een goede coach geworden, in de geest van Rinus Michels? Ruud Gullit was als speler een gevoelsmens en bleef dat als coach. Te weinig manager, te weinig realisme. Frank Rijkaard valt onder dezelfde categorie. Hij werd bij Barcelona (waarmee hij twee landstitels en één Europese titel won) nog gered door zijn assistent Henk ten Cate, die wel stervoetballers steunde. Totdat Ten Cate wegging om Ajax te helpen en Rijkaard wanhopig achterliet. Rijkaard begreep sterren als Ronaldinho wel, maar hij kon niet met hun gedrag omgaan. Filosoof, maar geen pedagoog.

Ronald Koeman was als speler een coach in het veld, maar als echte coach had hij problemen. Hij is nu werkloos. Jan Wouters is en blijft een assistent. Gerald Vanenburg, Adri van Tiggelen, Berry van Aerle, wie? Neem het elftal dat de finale van het WK van 1974 haalde met ‘totaalvoetbal’. Jan Jongbloed, Wim Suurbier, Ruud Krol, Wim Rijsbergen, Wim Jansen, René en Willy van de Kerkhof, John Rep, Johan Neeskens, Rob Rensenbrink. Arie Haan, geen van die spelers heeft naam gemaakt als coach. En Cruijff, totdat hij zijn voetbalschoenen uittrok. Willem van Hanegem? Een gevoelsmens die spelers aanvoelt, maar als coach niet de top heeft bereikt. Te veel liefhebber, te weinig eruditie.

Van al die spelers was Michels de coach. Was Michels een geweldige voetballer? Nee. Een beperkte middenvoor van Ajax. Hij was pedagoog, sportleraar aan een school voor blinden. Guus Hiddink was sportleraar op een school voor moeilijk opvoedbare kinderen. Louis van Gaal was gymleraar, net als Co Adriaanse. Leo Beenhakker genoot zijn opleiding aan het CIOS, voor sportleraar, net als Foppe de Haan, de zenmaster van alle coaches, een pedagoog, maar als voetballer niets.

Nederlandse topclubs schenken hun vertrouwen in voormalige topvoetballers. Waarom? Wat hebben zij bewezen als? Te weinig. Ze hebben het coachen niet in de vingers. Van Basten kon voetballen en kan golfen als de beste, maar hoe je dat doet en hoe je dat overbrengt op spelers, dat is iets heel anders.