Bedenk eens een boodschap

Er komen heel wat lijsttrekkersdebatten aan voor de EU-verkiezingen op 4 juni.

Debattrainers Lars Duursma en Viktor Vlam geven de lijsttrekkers advies.

KIPPEN IN DE STRIJD VOOR KIEZERS EUROPEES PARLEMENT:DEN HAAG:07MEI2009- Om meer kiezers naar de verkiezingen voor het Europees Parlement te krijgen (4 juni aanstaande) zijn ludieke reclameborden geplaatst zoals hier bij Den Haag Centraal Station, waar het thema ligt op de keuze van (meer) regels of niet. De 2e (rauwe) kip verschilt van nummer 1, in de hoeveelheid informatie over (o.a.) wat er voor stoffen in de kip zitten (consumenteninformatie). Foto: Frank van Rossum. FOTOS ALLEEN VOOR NRC, STAATSCOURANT, REF DAG EN NED DAGBLAD. ROSSUM, FRANK VAN

Gisteravond was er weer een Europees lijsttrekkersdebat op televisie, bij Pauw & Witteman op Nederland 1. De komende weken zullen er diverse volgen. Veel van deze debatten draaien uit op een herhaling van zetten, zonder dat het de twijfelende kiezer duidelijk wordt waar de verschillende partijen nu precies voor staan. Vaak laten lijsttrekkers hun inbreng volledig domineren door de vragen van de debatleider. Hun eigen verhaal komt zelden of nooit uit de verf.

Wat is de oorzaak en wat is eraan te doen? Europa is groot en ingewikkeld. De debatleiders zijn ambitieus, en proberen doorgaans om in ruim een uur tijd een half dozijn lijsttrekkers te bevragen over alles wat maar enigszins met Europa te maken heeft. Tijdens het eerste publieke lijsttrekkersdebat in Brussel bijvoorbeeld stonden niet minder dan zes fundamentele vraagstukken centraal, waarop de kandidaten in amper een minuut hun visie moesten geven. Aardig als entertainment, maar de kiezer is alles een kwartier later alweer vergeten. Een zinloos debat dus.

Hoe kun je je als lijsttrekker tegen zulke omstandigheden wapenen? Hoe zorg je ervoor dat je, ondanks de beperkte spreektijd en lastige vragen, toch aan de kiezer weet duidelijk te maken waar jouw partij voor staat? Dat doe je door al je antwoorden binnen één overkoepelend thema te plaatsen, en elke gelegenheid aan te grijpen om deze kernboodschap opnieuw onder de aandacht te brengen. Zo kan CDA-lijsttrekker Wim van de Camp bij elk punt in het debat aangeven dat hij werkt aan zekerheid, de campagneslogan van de partij. Want alles wat niet minstens driemaal wordt herhaald, is de kiezer al snel vergeten. En waarom zou hij eigenlijk de moeite nemen om te gaan stemmen, als niemand hem het belang van zijn stem duidelijk kan maken?

Cruciaal is ook dat de lijsttrekkers de juiste gevoelens weten op te wekken bij de doelgroep, bijvoorbeeld door begrip te tonen voor de zorgen van de kiezer. Van de Camp gaf tijdens het debat in Brussel maar liefst zes redenen voor de steun van het CDA aan het Europees landbouwbeleid, maar toonde geen enkel begrip voor mensen die zich afvragen waarom er überhaupt zoveel geld aan landbouw wordt uitgegeven. Op dit punt handelde PvdA-lijsttrekker Thijs Berman slimmer: hij benadrukte eerst het belang van landbouw, om vervolgens uit te leggen dat het systeem volgens hem onrechtvaardig en inefficiënt is. Zelfs al ben je het als kiezer niet met hem eens, dan voel je je tóch begrepen.

Om diezelfde reden is het onverstandig van GroenLinks-prominenten Kathalijne Buitenweg en Joost Lagendijk om momenteel met veel kabaal te beweren dat zoiets als ‘het Nederlands belang’ in het Europees Parlement niet bestaat. Ze lopen zo het risico dat ze vele kiezers van zich vervreemden die het wellicht op veel punten met hen eens zijn, maar toch vinden dat er wel degelijk een Nederlands belang bestaat en zich daarom liever door iemand anders laten vertegenwoordigen.

Gevoelens wek je op door abstracte Europese issues te vertalen naar zo concreet mogelijke voorbeelden. Als je het wilt hebben over het belang van Europese anti-discriminatiewetgeving, vertel dan een aangrijpend verhaal over een homoseksuele huurder in Warschau die stelselmatig wordt gepest, gediscrimineerd en bedreigd. En nu heeft zijn huurbaas ook nog eens de huur opgezegd nadat hij erachter kwam dat zijn huurder homoseksueel is. Met zulke verhalen zorg je ervoor dat kiezers iets voelen bij je standpunten. Dat is belangrijk, omdat – zo heeft de neurowetenschap aangetoond – we vaak op gevoel beslissen en die keuze later pas rechtvaardigen met rationele argumenten.

Om gevoelens op te wekken zouden Europese lijsttrekkers zich tenslotte veel minder moeten richten op wat Amerikanen inside-baseball noemen: zaken die voor een politicus van groot belang zijn, maar voor de kiezer triviaal. De modale kiezer wil helemaal niet weten bij welke Europese fractie een partij aansluiting zou moeten zoeken of volgens welke procedure bepaalde wetgeving tot stand is gekomen. Dat soort discussies leidt enkel tot verwarring en onbegrip.

Als de slager aan iedere klant zou vertellen hoe hij zijn worsten maakt, zou hij er waarschijnlijk weinig verkopen. In plaats daarvan benadrukt hij wat de klant aan die worsten heeft. Daar kan menige Europees lijsttrekker nog iets van leren.