Banken in de steun

De Europese Centrale Bank (ECB) zal voor zestig miljard obligaties van banken opkopen en volgt daarmee, zij het voorzichtiger, het voorbeeld dat de Amerikaanse Federal Reserve en de Bank of England eerder gaven. In de Verenigde Staten moeten tien eerder door de overheid gesteunde banken samen voor bijna 75 miljard dollar aantrekken om hun overlevingskansen te vergroten, zo bleek uit een stresstest. Als ze dat niet lukt, springt de Amerikaanse overheid opnieuw bij. En in Nederland verscheen opnieuw een rapport over het beloningsbeleid bij financiële instellingen.

Betere bewijzen dat banken geen ‘normale’ bedrijven zijn, waarvoor dus ook niet de ‘normale’ wetten van de vrije markt ongeclausuleerd van toepassing kunnen zijn, zijn moeilijk denkbaar. Zolang overheden of daarvan afgeleide instituties de helpende hand moeten bieden aan banken, is het noodzakelijk dat het beleid van de financiële instellingen kritisch wordt bezien. En zijn maatregelen gepast die ook duurzaam voorkomen dat, als gevolg van financieel wanbeleid bij banken, de economie als geheel in het rood komt.

Dus horen ook strengere regels voor het beloningsbeleid daarbij. Vooral omdat de huidige „variabele beloningsregelingen” (lees: bonussen) „prikkels kunnen geven voor het aangaan van ongewenste en soms onverantwoorde risico’s [..] en kunnen aanzetten tot handelen in strijd met de belangen van de onderneming en van de klant”. Deze woorden zijn te lezen in het rapport Principes voor beheerst beloningsbeleid dat De Nederlandsche Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM) deze week uitbrachten.

Deze instellingen hebben van overheidswege de taak gekregen om namens de samenleving toe te zien op de bedrijfsvoering (DNB) en de dienstverlening (AFM). Hun taak is dus gewichtig. En met de principes die ze nu voor het beloningssysteem hebben geformuleerd, is niets mis. Zij komen erop neer dat financiële instellingen geen ongewenste en onverantwoorde risico’s mogen nemen en het belang van de klanten niet mag worden veronachtzaamd. Het zou vanzelf moeten spreken, maar het recente verleden heeft uitgewezen dat dit niet het geval is.

Eerder kwam in opdracht van de gezamenlijke banken een adviescommissie met aanbevelingen voor het beloningsbeleid. Dat waren vrome voornemens. Nu zijn er prachtige principes bijgekomen. Op naar de praktijk dus. Maar aan sanctiemaatregelen hebben DNB en AFM slechts in het vooruitzicht gesteld dan dat zij zonodig extra onderzoek zullen doen en hun toezicht zullen versterken. En dan?

Zij verwijzen naar de Wet op het financieel toezicht, waarin „een duidelijke verankering van beheerst beloningsbeleid” moet worden opgenomen. Als minister Bos (Financiën, PvdA) daar toch al mee bezig is, kan hij meteen helderheid scheppen over verplichtingen waaraan financiële instellingen zich horen te houden op straffe van stevige sancties. Liefst doet hij dit samen met zijn buitenlandse collega’s. Er zit weinig anders op. Als zij het niet doen, wie dan wel?