Arabieren ongerust over Iran-beleid van VS

Veel Arabische landen zijn erg bezorgd over de bedoelingen van Iran. Zij zijn des te ongeruster over het Amerikaanse diplomatieke offensief richting Teheran.

Wikipedia is een Iraanse agent, want de internet-encyclopedie noemt verscheidene middeleeuwse islamitische geleerden Perzisch, terwijl ze van Arabische afkomst zijn. De Egyptische blogster Egyptian Chronicles signaleerde deze beschuldiging vorige week in een ingezonden brief op een prominente plaats in de staatskrant Al-Ahram. Egyptian Chronicles twijfelt er niet aan dat de publicatie onderdeel is van de media-oorlog van de Egyptische regering tegen Iran.

In Al-Ahram en andere Egyptische overheidsbladen zijn de laatste weken voortdurend boze en bange beschuldigingen te lezen tegen Iran en tegen wat Egypte en veel andere Arabische landen zien als zijn vooruitgeschoven posten in de Arabische wereld: Hezbollah in Libanon en Hamas in de Gazastrook. Directeur Abdel-Moneim Said zelf van het Al-Ahram Centrum voor Strategische Studies legde vorige week een rechtstreeks verband tussen de ontdekking van een Hezbollah-netwerk in Egypte en een door Iran gesteunde, grote, gewelddadige revolutionaire beweging om een heleboel Arabische landen te ondermijnen.

Het is niet toevallig dat de woordenoorlog van Egypte en ook andere Arabische landen tegen Iran hoog is opgelaaid sinds de afgelopen weken duidelijk werd dat het Washington menens is met zijn voornemen Teheran met een diplomatiek offensief te paaien. De regering van president Obama probeert in gesprek te raken met het Iraanse bewind om Teheran te bewegen tot een vergelijk over zijn omstreden nucleaire programma. Veel sunnitische Arabische landen zijn als de dood voor het shi’itische Iran, dat ze verdenken van de levensgevaarlijke combinatie van regionale machtsambities en een streven naar een atoombom. En misschien, denken ze, worden zijzelf uiteindelijk ook nog eens door Washington als bondgenoot voor Iran ingeruild. Fungeerde de toenmalige sjah van Iran niet als Washingtons politieagent in de Golf?

„Irans gedrag in de regio is negatief in veel aspecten en draagt niet bij tot de bevordering van veiligheid, stabiliteit en vrede”, vertolkte de Egyptische minister van Buitenlandse Zaken, Ahmed Aboul Gheit, deze week in Kairo het Arabische onbehagen tegenover Washingtons Iran-adviseur, Dennis Ross. „We hopen dat een dialoog [..] niet ten koste van ons zal gaan”, verklaarden dinsdag de zes landen van de Samenwerkingsraad voor de Golf (GCC, Saoedi-Arabië, Oman, Koeweit, Bahrein, de Verenigde Arabische Emiraten en Qatar).

Minister van Defensie Robert Gates spande zich deze week tijdens bezoeken aan Egypte en Saoedi-Arabië in de Arabische ongerustheid te sussen. Op een persconferentie in Kairo onderstreepte hij dat het Washington niet alleen te doen is om stopzetting van het Iraanse nucleaire programma, maar ook om beëindiging van zijn „destabilisatiepogingen” in de regio. En hij verzekerde dat „we onze vrienden op de hoogte zullen houden van wat gaande is, zodat niemand zal worden verrast”. Ten slotte wees hij speculaties over een Grand bargain – Iran verrijkt geen uranium meer in ruil voor een Israëlische terugtrekking uit bezet gebied en de vorming van een Palestijnse staat – van de hand.

De nieuwe Israëlische regering van premier Netanyahu ziet in de gedeelde angst voor een Iraans gevaar juist een kans Arabische landen aan haar zijde te krijgen, zonder dat eerst bezet Arabisch gebied moet worden ingeleverd, zoals het collectieve Arabische vredesaanbod van 2002 voorschrijft. Met Egypte en Jordanië heeft Israël al diplomatieke relaties, maar Saoedi-Arabië, zo belangrijk door zijn oliegeld en religieuze gezag, zou de hoofdprijs zijn. Dan zou er geen reden meer zijn voor vrede met de Palestijnen.

Netanyahu bezoekt maandag Egypte op zijn eerste buitenlandse reis sinds hij 31 maart aantrad, nog voor hij naar Washington reist voor een gesprek met president Obama. Het bezoek, zo citeert de geestverwante Jerusalem Post Israëlische regeringsfunctionarissen, moet het belang onderstrepen dat hij hecht aan betrekkingen met Kairo en andere gematigde landen in de Arabische wereld.

Maar zijn deze Arabische landen zo bang voor Iran dat ze daartoe bereid zijn? De Jordaanse koning Abdullah II, die in 2004 als eerste Arabische leider publiekelijk waarschuwde voor een pro-Iraans machtsblok, „een shi’itische halve maan”, in de Arabische regio, sprak woensdag in dit verband van een mogelijke, nieuwe „gecombineerde benadering” om het Arabisch-Israëlische conflict op te lossen. Het idee is, zei Abdullah in Berlijn na een bezoek aan Obama en aan Saoedi-Arabië, niet alleen „Israëliërs en Palestijnen aan de onderhandelingstafel te krijgen, maar ook Libanezen, Syriërs en andere Arabische landen”.

De in Londen uitkomende Arabische krant Al-Quds al-Arabi meldde tegelijk dat de „gematigde” Arabische landen op verzoek van president Obama in gesprek zijn om het oude Arabische vredesaanbod te „verhelderen en versterken”. De krant schreef dat zij daarmee ingaan op „bepaalde Amerikaanse en Israëlische bedenkingen” over het huidige voorstel. Volgens Al-Quds al-Arabi wordt met name het recht op terugkeer van Palestijnse vluchtelingen, dat Israël ten enenmale afwijst, geherformuleerd. Ook zou de geamendeerde tekst spreken van een gedemilitariseerde Palestijnse staat en van internationalisering van de religieuze heilige plaatsen in de Oude stad van Jeruzalem. Het is nog niet wat Israël wil, maar het zou wel een stap in die richting zijn.

Syrië heeft al meegedeeld geen enkele noodzaak te zien voor zo’n aanpassing van het Arabische vredesinitiatief, maar Damascus maakt dan ook deel uit van het pro-Iran-kamp. Maar ook de Palestijnse president Abbas, toch een gezworen vijand van Hamas en diens bondgenoot Iran, onderstreepte deze week volgens het Palestijnse persbureau Ma’an dat het oude plan gezond is en dat er helemaal geen nieuw document komt.

Ook het Egyptische ministerie van Buitenlandse Zaken sprak het bericht uit Al-Quds al-Arabi tegen. „Wat Egypte betreft bestaat dit idee niet en wordt het niet overwogen”, zei woordvoerder Hossam Zaki tegen The Jerusalem Post. Zaki deelde daarnaast mee dat het Israëlische nucleaire vermogen een groter gevaar is voor de regio dan het Iraanse.

Het geeft weer eens aan dat in het Midden-Oosten de vijand van je vijand niet noodzakelijkerwijs je vriend is.

    • Carolien Roelants