Vluchten voor Talibaan én leger

Pakistan is een offensief begonnen tegen de Talibaan in de Swat-vallei. De bevolking is vertwijfeld op de vlucht geslagen.

Een man die de gevechten in de Pakistaanse regio Buner is ontvlucht doet een gebed in het door de UNHCR ingerichte vluchtelingenkamp in Mardan Foto Reuters An internally displaced person, fleeing military operations in Buner, prays at a UNHCR camp (United Nations High Commission for Refugees) in Mardan, about 100 km (60 miles) north west of Pakistan's capital Islamabad, May 6, 2009. Pakistani forces attacked Taliban fighters in the Swat valley with artillery and helicopters on Wednesday after the United States called on the government to show its commitment to fighting militancy. REUTERS/Adrees Latif (PAKISTAN POLITICS CONFLICT SOCIETY RELIGION) REUTERS

Ren voor je leven. Laat alles achter. Dat was de waarschuwing van de lokale bestuurder toen hij dinsdag de evacuatie gelastte van Mingora, de belangrijkste stad in de Pakistaanse Swat-vallei. Maar nog voor de inwoners konden ontkomen, regende het mortieren en raketten, vertelt Sajjad Ali, een winkelier uit Mingora. „Het is openlijk oorlog. Er zijn veel onschuldige mensen omgekomen. Ik zag de lijken van een familie van negen mensen tussen de restanten van hun huis.”

Sajjad Ali (27) kwam diezelfde avond met zijn ouders en drie broers aan in Prao, een dorp net buiten de regio Malakand waar Swat deel van uitmaakt. Ze vonden onderdak bij familie, zoals de meesten van de tienduizenden ontheemden. „Dit komt niet als een verrassing”, vertelde hij gisteren in het Jalala-vluchtelingenkamp, waar hij zijn familie komt laten registreren. „We leven al jaren in angst.” Sajjads zinnen zijn kort, uit zijn ogen spreken angst en verdriet. Hij wil zijn verhaal graag vertellen, maar het gaat met horten en stoten.

Over het leven onder de Talibaan zegt hij: „We bleven zoveel mogelijk uit hun buurt. Ze woonden in de bergen en patrouilleerden in de vallei. Via hun radiozender preekten ze hoe we moesten leven en riepen ze tegenstanders op om zich bij hen aan te geven. Als je naam genoemd werd, dan ging je, zonder twijfel. Of anders brachten anderen je wel op.”

Vele mannen die weigerden hun baard te laten groeien, mensen die naar muziek luisterden of op een andere manier weerstand boden tegen de Talibaan, werden de afgelopen jaren doodgeschoten of opgehangen, of ze werden onthoofd aangetroffen.

De regering van de North-West Frontier Province wilde hieraan een einde maken toen zij in februari een akkoord sloot met de fundamentalistische Sufi Mohammad: de regering zou toestaan dat de shari’a (het islamitisch recht) werd ingevoerd in de regio, en de sufi zou de Talibaan ervan overtuigen dat zij het geweld moesten staken. Na twee jaar van militaire strijd, die het leger een aantal genante nederlagen had opgeleverd, moest nu verzoening een kans krijgen.

Vervolg Pakistan: pagina 4

Pakistan voelt zich slachtoffer politiek VS

In het Westen werd met verbijstering gereageerd toen bijna het voltallige parlement én president Zardari vorige maand instemden met de overeenkomst. Hoe kon een regering zwichten voor de Talibaan? Pakistan voelde zich onbegrepen. De regering zei juist twee vliegen in een klap te slaan: tegemoet komen aan de wens van de bevolking in Swat, en een vreedzame beëindiging van de Talibaan-terreur.

Een maand later is duidelijk dat dat een verkeerde inschatting was. De Talibaan namen delen van het aangrenzende Buner in en weigerden te ontwapenen. In plaats daarvan bezetten zij de afgelopen dagen overheidsgebouwen en smaragdmijnen in Swat. Aangemoedigd door de Verenigde Staten – en juist op de dag dat Zardari met de Amerikaanse president Obama en de Afghaanse president Karzai concrete afspraken over terreurbestrijding moest maken – begon het leger gisteren een grote aanval op de Talibaan in Swat. Tot dusver zouden zeker zestig strijders gedood zijn. Lokale media melden veertig burgerslachtoffers. De lokale overheid houdt rekening met een half miljoen ontheemden in de komende dagen.

Het ingrijpen in Swat leverde Zardari gisteren in Washington lof op van minister van Buitenlandse Zaken Clinton. En het leger kan zo aantonen dat het geen slappe knieën heeft in de strijd tegen het moslimextremisme. Maar de Talibaan winnen ook, waarschuwen analisten: dat ook de regering het akkoord schendt levert de Talibaan hoe dan ook propagandapunten op.

Inwoners van Swat en omgeving verguizen de Talibaan om hun terreur, maar zien hen ook als leveranciers van diensten waarin de overheid tekortschiet: orde en gerechtigheid. Rechtszaken kunnen jaren slepen en verlopen vaak volgens het recht van de sterkste. De Talibaan beloven snelle processen.

„Natuurlijk zijn we bang voor de Talibaan, dat is een overbodige vraag”, zegt Rukhsana Bibi, de vrouw van een dagloner, in het Jalala-kamp. Ze is net met haar man en zes kinderen in een vrachtwagen vol dorpsgenoten aangekomen uit Buner. „Maar we werden pas echt bang toen het leger kwam. Toen begon het schieten. De Talibaan zeiden dat ze de bevolking zouden beschermen.” Het gezin heeft dagen vastgezeten in huis terwijl de mortieren overvlogen. Nu wachten ze tot ze een tent en rantsoenen krijgen toegewezen. „We willen graag dat er shari’a komt. Gewoon, omdat we moslims zijn.”

Ook hogeropgeleide Pakistanen in de North-West Frontier Province zien wel wat in de shari’a. „We volgen Gods onderwijs, zoals dat is opgeschreven in de Koran en de hadith, waarom zouden we dan tegen de shari’a zijn?”, zegt journalist Amjad Khan in de persclub van Mardan, een stad ten zuiden van het Jalala-kamp. „We zijn alleen tegen de shari’a van de Talibaan, die zegt dat vrouwen geen onderwijs mogen volgen.” Een hand afhakken voor diefstal vindt hij, mits er een getuige is, een terechte straf. „We lijden zwaarder onder wat de Amerikanen doen in Guantánamo Bay en hun raketaanvallen op onze tribale gebieden dan onder de Talibaan”, zegt hij met een geheven vinger.

„Veel Pakistanen zijn maar wat blij dat de Amerikanen zware klappen krijgen in Afghanistan”, denkt Rasul Bakhsh Rais, hoogleraar politicologie, een dag eerder in zijn werkkamer in Lahore. Hij is een van de meer genuanceerde commentatoren in Pakistan, maar ook hij heeft genoeg van de westerse kritiek dat Pakistan te weinig doet om terroristen te bestrijden. Hij is het zat om te horen dat het leger zich op de verkeerde vijand richt en troepen zou moeten verplaatsen van de bestandslijn in Kashmir naar de tribale grensregio met Afghanistan. Het grootste deel van het Pakistaanse leger ligt langs de grens met India, waarmee het drie keer tot een oorlog kwam. „Als er niet zoveel Indiase militairen in Kashmir gelegerd zouden zijn, zouden wij ook geen reden hebben om daar te blijven”, zegt hij droogjes.

Bakhsh heeft ook genoeg van de Amerikaanse vrees dat de Pakistaanse kernwapens in handen van extremisten vallen. „Iedereen praat maar alsof onze kernwapens felgekleurde stukken speelgoed zijn, die voor het grijpen liggen en in de rugzakken van extremisten verdwijnen!” Waarom blijven de Amerikanen hun zorgen dan herhalen? Dat is „een uitgekiende strategie om Pakistan af te schilderen als een instabiele, onverantwoordelijke staat die met zijn eigen bevolking in conflict is. Zo willen de Amerikanen toegang tot de grensgebieden krijgen om daar zelf op terroristen te jagen.”

Pakistan is juist een slachtoffer van de oorlog, vindt Bakhsh. „De Amerikanen hebben jammerlijk gefaald in Afghanistan, en sinds de val van de Talibaan zeven kostbare jaren verloren. En nu vragen ze zich af waarom de Pashtun-bevolking in Pakistan en Afghanistan tegen ze in opstand komt. De oplossing van het Talibaanprobleem ligt in Afghanistan. Ondertussen houden Pakistanen hun hart vast.”

Foto’s inwoners Swat-vallei op de vlucht: nrc.nl/foto

    • Hanneke Chin-A-Fo