Van het ene tentenkamp naar het andere

Door geweld tussen Tamil Tijgers en het leger zijn al 190.000 burgers naar het zuiden van Sri Lanka gevlucht.

Ze hebben geen idee hoe lang ze daar zullen blijven.

Naar schatting zitten er nog 60.000 burgers vast in het rebellengebied. Volgens de Tamil Tijgers zitten ze in tenten als deze. (Foto AFP)
Gevluchte Tamilburgers worden opgevangen in tentenkampen van onder meer de UNHCR . (Foto AP) In this undated photograph provided by United Nations High Commissioner for Refugees (UNHCR), displaced Sri Lankan ethnic Tamils are seen waiting in their tents at a transit camp in Vavuniya, Sri Lanka. (AP Photo/UNCHCR, HO)
AP

Het Sri Lankese leger heeft de nog overgebleven strijders van de Tamil Tijgers ingesloten op de smalle landtong bij Mullaittivu, in het verre noordoosten van het land. Voor de kust patrouilleren marineschepen. Velupillai Prabhakaran, de leider van de Tamil Tijgers, hoeft niet meer te dromen over ontsnappen, zegt de ene legercommandant. Het leger is in staat om het nog resterende verzet binnen „enkele uren” in de pan te hakken, maar het doet voorzichtig aan om de levens van onschuldige burgers te sparen, zegt de andere commandant.

Al meer dan een week houden berichten als deze, over het definitieve einde van Prabhakaran en zijn Tamil Tijgers, Sri Lanka in zijn greep. Maar de oude vrouw die op de grond zit onder een stukje zeildoek op een schoolplein in het kustplaatsje Pulmoddai, heeft geen aandacht voor de dagelijkse nieuwsontwikkelingen. Ze is vooral bezig om te overleven.

Ze is ongeveer 75 jaar, zegt ze, en te midden van honderden andere vluchtelingen op het schoolplein is ze helemaal alleen. Haar kinderen hebben ook weten te ontsnappen uit het oorlogsgebied in het noorden van het land, maar ze zijn terecht gekomen in scholen in de buurt van Vavuniya. Dat ligt ook in het noorden van Sri Lanka, maar dan in het midden van het land. „Ik hoop ze weer terug te zien, maar ik heb geen idee wanneer dat kan”, zegt ze.

De oude vrouw en de in totaal bijna zevenduizend vluchtelingen die zijn ondergebracht in drie, improvisorisch tot opvangkampen ingerichte scholen in Pulmoddai komen allemaal uit het noorden. Sommigen zijn al bijna anderhalve maand geleden over land gekomen, anderen zijn pas de afgelopen weken per schip geëvacueerd uit de streek bij Mullaittuvi en over zee naar Pulmoddai gebracht, ruim veertig kilometer zuidelijker. De afgelopen dagen zijn er weinig nieuwe vluchtelingen bij gekomen, maar de situatie kan opeens weer veranderen, zegt een regeringsfunctionaris. „Het is allemaal zeer onvoorspelbaar.”

De afgelopen maanden zijn naar schatting 190.000 mensen naar het zuiden gevlucht. Het leeuwendeel van hen wordt opgevangen in de buurt van Cheddikulam, ten zuidwesten van Vavuniya. Toen vorige maand plotseling een grote vluchtelingenstroom op gang kwam, leverde dat enorme problemen op. Er was gebrek aan voedsel, water en sanitaire voorzieningen. Volgens hulpverleners in Colombo is de situatie inmiddels enigszins verbeterd.

Het is niet gemakkelijk een betrouwbaar beeld te krijgen. Journalisten hebben geen toegang tot het strijdgebied bij Mullaittivu. Hoeveel burgers daar nog vastzitten, is volstrekt onbekend. Een ruwe schatting: 60.000. De VN schatten dat er er afgelopen tijd zesduizend burgers zijn omgekomen, naast duizenden regeringssoldaten en rebellen.

Net als buitenlandse journalisten wordt ook veel hulpverleners de toegang geweigerd tot de opvangkampen voor vluchtelingen. Buitenlandse hulpverleners worden gewantrouwd omdat zij in het verleden hand- en spandiensten zouden hebben verleend aan de Tamil Tijgers. En voor journalisten geldt als argument dat ze de hulpverlening alleen maar hinderen.

En er is nóg een argument om pottenkijkers te weren. Naast de oude vrouw op de grond op het schoolplein in Pulmoddai staat een meisje van 16, 17 jaar, te midden van een menigte nieuwsgierig toekijkende kinderen. Ze glimlacht vriendelijk, maar anders dan de meeste vrouwen is haar haar kort geknipt. Zij behoorde tot de Tamil Tijgers, weet een soldaat. Hier zit een twintigtal strijders van de Tamil Tijgers, zegt hij. Zij moeten eerst worden gescreend.

Het mooiste zou zijn als de ex-rebellen hun strijdlust voorgoed zouden laten varen en een vak zouden leren, het liefst in het buitenland want dat is helemaal veilig. Maar dat is niet meer zo eenvoudig. Door de economische crisis is de Zuid-Koreaanse regering teruggekomen op zijn belofte een groot aantal voormalige strijders in haar land aan een baan te helpen, zegt een topambtenaar van de Oostelijke Provincie in de stad Trincomalee. De Oostelijke Provincie werd twee jaar geleden al bevrijd van de Tamil Tijgers. „Er zitten nu zo’n 6.000 ex-strijders thuis. Het is natuurlijk van het grootste belang dat ze een fatsoenlijke baan krijgen en een normaal leven gaan lijden”, zegt de ambtenaar.

De toezichthoudende ambtenaar op het schoolplein in Pulmoddai heeft een schrift voor zich. We hebben hier 772 gezinnen, 1.162 mannen en 1.189 vrouwen, 83 baby’s, 887 kinderen tot 18 jaar en dertien kinderen van wie de ouders worden vermist, somt hij op. Hij somt ook op waar grote behoefte aan is: melkpoeder, zeep, lantaarns en kinderwc’s. En ook verhalenboeken in het Tamil en speelgoed. „Want de kinderen hebben zwaar geleden. Ze moeten zich weer kunnen ontspannen”, zegt hij.

Gelegenheid om te praten met de kinderen en hun ouders is er niet. Aan de muur op de eerste verdieping van het schoolgebouw zijn zeilen van de UNHCR, de vluchtelingenorganisatie van de VN, gespannen die schuin naar beneden aflopen. Dat beschermt een klein beetje tegen de brandende zon. Bij de ingang van het schoolplein staan militairen. Die houden ook de wacht bij het weggetje dat aan de overzijde toegang biedt aan een fabriek die nu, met behulp van het Indiase leger, is ingericht tot een veldhospitaal.

De toezichthoudende ambtenaar op het schoolplein weet nog iets waar grote behoefte aan is: reistassen, 772 stuks, voor elk gezin één. Want, zegt hij, binnen een paar dagen zullen de vluchtelingen vanuit deze school verhuizen naar een groot kamp, even ten noorden van Pulmoddai.

Op een pas geëgaliseerd terrein zijn daar honderden tentjes neergezet, met het opschrift UNHCR. Uiteindelijk zullen daar 20.000 mensen tijdelijk komen te wonen, staat in een ambtelijk rapport. Voor hoe lang? Niemand weet het antwoord. Misschien een maand, misschien drie maanden of nog langer. En in de hoofdstad Colombo weten hulpverleners te melden dat het plan voor de opvang van 20.000 vluchtelingen in Pulmoddai helemaal niet doorgaat. De meeste mensen zullen worden overgebracht naar de kampen bij Cheddikulam, is het laatste nieuws.

„Dat illustreert de chaos en het totale gebrek aan planning van de regering”, zegt een hulpverlener. „Het verandert per uur.”

    • Wim Brummelman