Ook slapend is dolfijn slim

Dolfijnen kunnen vijf dagen en nachten lang waakzaam blijven, zonder dat hun concentratievermogen achteruit gaat. Dat concluderen Amerikaanse en Israëlische onderzoekers die twee dolfijnen met verschillende testjes uit hun slaap hielden (Journal of Experimental Biology, 15 mei). Dolfijnen rusten door afwisselend hun linker en rechter hersenhelft ‘uit te zetten’; dat was al bekend.

De onderzoekers trainden twee tuimelaars op het herkennen van een toon van anderhalve seconde temidden van tonen van een halve seconde. Wanneer een dolfijn op het juiste moment op een knop drukte, kreeg hij een visje toegeworpen. Tot aan het eind van het experiment, na 120 uur, bleven beide dolfijnen prima presteren.

Na acht uur ’s avonds was het tijd voor een ingewikkelder taak: wanneer een rode verticale balk oplichtte moesten de dolfijnen drukken op een knop voor een fluitje; lichtte een horizontale groene balk op, dan moesten ze op de andere knop drukken en klonk er een zoemgeluid. Weer konden ze op een visje rekenen als ze het goed deden. Ook hier zagen de onderzoekers de prestaties niet achteruit gaan. Omdat afwisselend één oog van de dieren bedekt was, toonden de onderzoekers bovendien aan dat de actieve hersenhelft ook informatie verwerkt die aan de andere, ‘slapende’ kant binnenkomt.

Tijdens de experimenten vertoonden de dolfijnen wel tekenen van slaap: ze zwommen soms cirkeltjes en dreven aan het oppervlak. Maar kregen ze een signaal, dan waren ze direct bij de les.

Bij de mens uit zich slaaptekort in veranderde concentraties cortisol, epinefrine en dopamine in het bloed. Bij de dolfijnen bleven die concentraties constant. Ook het fenomeen ‘inhaalslapen’ trad nauwelijks op bij de twee geteste dieren. Na het experiment gingen ze gewoon weer over tot de orde van de dag, en nacht.