Negermevrouw

Als je duizend keer hetzelfde nieuws achter elkaar ziet, zoals vorige week donderdag tijdens de verslaggeving over Koninginnedag, dan ga je minutieus letten op hóe alles wordt gezegd.

Een verslaggever die je normaal alleen op de radio hoort, was nu ineens te gast bij het Journaal. Hij zag er natuurlijk radicaal anders uit dan we allemaal hadden gedacht. Jeroen Overbeek, de nieuwslezer van dienst, had zich de radioverslaggever duidelijk ook anders voorgesteld, hij keek aangeslagen.

De radioverslaggever was van dichtbij bij het drama aanwezig geweest. Wat hij zei, zal ongetwijfeld iets te maken hebben gehad met de shock waarin hij verkeerde. Er was geen autocue, en hij probeerde zo eerlijk en beeldend mogelijk te vertellen wat hij in Apeldoorn had gezien. Midden in zijn relaas kwam ineens het volgende voorbij: „Daar, op de grond, lag een keurige negermevrouw…”

Dat is zo’n uitdrukking waarvan je zeker weet dat je hem verkeerd verstaan hebt. Maar dat nieuwsbulletin werd dus hele middag herhaald, en daar kwam de keurige negermevrouw weer voorbij, en nog eens, en nog eens.

‘Keurige negermevrouw’, hoeveel aannames zitten daar in? Waarom moet dat ‘keurig’ erbij gezegd worden? Zou een negermevrouw, zonder bijvoeglijk naamwoord, niet keurig zijn? En dat negermevrouw zelf… dat kan toch ook totaal niet? In de discussies die volgden op dit fragment kreeg ik van verschillende mensen te horen dat ‘neger’ wel kan, maar niet als het gebruikt wordt door een witte verslaggever. ‘Negermevrouw’ werd in ieder geval algemeen verschrikkelijk gevonden.

De vraag drong zich op: zou iedereen in de positie van de radioverslaggever zich een ‘keurige negermevrouw’ kunnen laten ontvallen? Vanwege de schrik, en de stress van het journaal waar je ineens iets coherents moet vertellen?

Of zegt het feit dat je het op een ongecensureerd moment ineens over een keurige negermevrouw hebt, dan toch iets over hoe je denkt over, tja, hoe zal ik het zeggen, zwarte mensen? Ik kwam er niet goed uit.

    • Paulien Cornelisse