Meer dan een voetgangerspont

Detail uit 'De veerboot naar Antwerpen' van Jacob Jordaens

Tentoonstelling Jordaens; the making of a masterpiece. Bonnefantenmuseum, Maastricht T/m 14/6. Cat. (Uitg. Statens Museum for Kunst): 120 blz., prijs € 22,95 Inl: www.bonnefanten.nl of 043-3290 190***

De veerboot naar Antwerpen is al sinds de zeventiende eeuw de bijnaam van een groot, bijna drie meter hoog, schilderij van de Antwerpse barokschilder Jacob Jordaens (1593-1678). Het toont een wankele, diep liggende schuit, volgepakt met een twintigtal passagiers, die naast hun bagage ook nog een koe en een paard aan boord hebben gebracht. Een halfnaakte bootsman hijst het zeil terwijl zijn even schaars geklede maat de boot met een stok afduwt.

Op het eerste gezicht lijkt het werk niet meer dan een uitbeelding van een alledaagse voetgangerspont. Maar een figuur rechtsonder in het schilderij geeft de voorstelling een bijbels tintje. Hij haalt, terwijl de omstanders belangstellend toekijken, een grote vis op. Dit verwijst naar het verhaal van de cijnspenning, zoals de evangelist Mattheüs (17:24-26) het beschrijft. De apostel Petrus wierp, op aanwijzing van Christus, op het meer bij Kapernaüm zijn hengel uit. In de bek van de eerste vis die hij ving, vond hij het zilverstuk dat aan tempelbelasting moest worden betaald. Jordaens’ indrukwekkende schilderij vormt, als bruikleen van het Statens Museum for Kunst in Kopenhagen, het centrale punt van een expositie in het Bonnefantenmuseum die het complexe ontstaan van het werk illustreert.

De mannen in het groepje rondom Petrus en de twee varensgasten zijn stuk voor stuk gespierde, monumentale figuren, die met veel aandacht voor licht-donkereffecten in een solide compositie zijn geplaatst tegen een dramatische wolkenlucht. Meer naar links wordt de atmosfeer lichter, en zijn de passagiers relatief kleiner weergegeven, gedetailleerder en zonder duidelijke relatie tot elkaar. Nader onderzoek wijst dan ook uit dat het schilderij, dat uit liefst acht afzonderlijke stukken doek is samengesteld, in etappes tot stand is gekomen.

De tentoonstelling en de bijbehorende publicatie laten zien hoe Jordaens, in 1616-1623 de eerste fase van het werk moet hebben voltooid. In de jaren daarna breidde hij het aan de linkerzijde nog uit met een stuk van meer dan een meter breed. Voor de merkwaardige assemblage van figuren en koppen in dat gedeelte worden in Maastricht enkele getekende en geschilderde studies getoond. Een ervan is een tekening die Jordaens omstreeks 1620 maakte van Abraham Grapheus, secretaris van het Antwerpse schildersgilde. Zijn ascetische trekken zijn terug te vinden in die van een van de grijsaards in het doek uit Kopenhagen.

Onder de vijfentwintig werken van Jordaens in de tentoonstelling, is een kleinere variant (119 cm hoog) van de Veerboot. Dat schilderij heeft het Bonnefantenmuseum in langdurig bruikleen van het Rijksmuseum. In grote lijnen komen de composities overeen, op grond waarvan het kleinere werk lange tijd werd beschouwd als een atelier-kopie. Maar nauwkeurig stilistisch en materiaaltechnisch onderzoek wijst uit dat beide werken tegelijkertijd moeten zijn begonnen. Pas decennia later zal Jordaens de kleine variant hebben afgemaakt. Hier laat de schilder zich van een nogal brave kant zien. Torens en steigers op de veilige wal in de achtergrond duiden erop dat de reis nog maar net is begonnen. En, hoewel de lucht dreigt, is er vooralsnog geen risico van kapseizen. Daarmee is de sfeer die het schilderij ademt aanmerkelijk vertrouwenwekkender dan die van zijn grote broer.

    • Bram de Klerck