In eigen land naar de 'glamping'

Van staatssecretaris Heemskerk moet het, maar vakantie in Nederland is geen evident succes. „Je kan de zon niet aanzetten.” Wat wel kan: luxere bungalows, mooie boomhutten.

Kamperen onder de fruitbomen bij boer Willem van den Berg in Meerkerk. De boerencamping gedijt door rust, ruimte en karigheid. (Foto Merlin Daleman) Nederland, Meerkerk, 24-04-09 Camperen bij de Boer. SVR De Victorie. © Foto Merlin Daleman campings kamperen boerderijen caravans kippen bloesem lente symboliek Daleman, Merlin

De vakantieparken van CenterParcs, die kennen Willy en Lidie Heidkamp uit Oldenzaal nu wel. We hebben ze allemaal gehad”, zegt Willy (69), gepensioneerd machinebankwerker. „Altijd hetzelfde.” Dit jaar hebben ze wat anders geboekt. Met kinderen en kleinkinderen naar een tienpersoons familieboerderij „in luxe Drentse sferen”. Locatie: het Hof van Saksen, een resort nabij Assen.

Van het beauty & wellness centre hebben Willy en Lidie geen gebruik gemaakt. En ze hebben niet gedineerd in Cour du Nord (één Michelinster). „Het verblijf kost al heel wat”, zegt Lidie. „Bijna 890 euro voor een week, inclusief 20 procent vroegboekkorting. Daarvoor kun je ook vijftien dagen geheel verzorgd naar Spanje.”

In maart riep staatssecretaris Frank Heemskerk (Economische Zaken, PvdA) Nederlanders op in eigen land op vakantie te gaan. Protectionistisch of niet; binnenlandse vakanties zijn goed voor de economie. Heemskerks oproep lijkt beantwoord. Dit jaar gaan ongeveer 100.000 Nederlanders meer in eigen land op vakantie dan vorig jaar, aldus toerismeonderzoeksbureau NBTC-NIPO.

Dit komt de binnenlandse recreatiebranche goed uit. Haar markt kalft al jaren af, volgens NBTC-NIPO-directeur Kees van der Most. De laatste vijf daalde het aantal vakanties in Nederland met een half miljoen, naar 17,5 miljoen in 2008. Van der Most schrijft dat toe aan goedkope vliegreizen naar het Middellandse Zeegebied.

De bungalowsector (40 procent van de markt) noemt Van der Most nog „stabiel” tot „licht in de plus.” Bijna de helft van de Nederlanders verbleef de afgelopen 2,5 jaar in een bungalowpark. Maar kamperen (30 procent) is „een pijnpunt”, zegt Van der Most. Het aantal kampeervakanties daalde in vijf jaar van 3,2 naar 2,6 miljoen.

Het imago van ‘lekker weg in eigen land’ kan beter. „Bungalows associëren mensen met meer van hetzelfde en tabaksgeur”, zegt Joep Thönissen, directeur van de vereniging van recreatieondernemers Recron. „En kamperen is afzien, denken veel mensen. Met een toiletrol over de camping lopen, gedoe met douchemuntjes en winkelen in dure zaakjes met een klein assortiment.”

Dan is er het weer. Thönissen: „Ik zeg altijd: je kunt de zon niet aanzetten. Nederland heeft een structurele achterstand op Italië, Turkije en de costa’s. Je moet met iets extra’s komen.” Meer luxe bijvoorbeeld. In de top-10 van gewenste bungalowvoorzieningen staan een magnetron, vaatwasser, dvd-speler, internetaansluiting, bubbelbad en sauna, volgens onderzoeksbureau NRIT.

Meer variatie, dat is het tweede credo voor de bungalowsector. Als voorbeeld heeft Recron vijf ‘inspiratieparken’ aangewezen, met elk een eigen gezicht. Zo biedt Elly Oostdijk Recreatie in het Zeeuwse Koudekerke luxe arrangementen met brandingsurfen, paardrijden of skydiven.

Om kamperen te promoten hield de ANWB met partijen uit de branche vorige maand een ‘Kampeer-10-daagse’. Acteur-comedian Greg Shapiro van Boom Chicago, onder meer Obama-imitator, was ingehuurd als ambassadeur met de slogan: Yes we Camp! In het kampeermanifest van de promotietour werd de aandacht gevestigd op luxe kamperen, of ‘glamping’. Geen gevestigde term, blijkt uit navraag bij ANWB-marketeer Floor Kluizenaar. „Wat we wilden benadrukken, is dat kamperen geïnnoveerd is. Heb je geen zin in een tentje, dan huur je gewoon een leuk appartementje of een mooie boomhut.”

Geheel tegen de trend in, is er ook een sector die juist gedijt door rust en soberheid. „Kamperen bij de boer. Krek dat is ’t”, luidt de slogan van de Stichting Vrije Recreatie (SVR) in het Zuid-Hollandse Meerkerk. Oprichter, oud-wethouder en boer Willem van den Berg (68) heeft net zijn handen vol met een kratje vlees van een van zijn limousinkoeien. „Leo kan wel een rondleiding geven”, zegt Van den Berg. „ Ik zeg altijd: mijn gasten, dat zijn mijn ambassadeurs.”

Tussen de peren- en appelbomen en in het weiland staan enkele tientallen caravans. „Hier staan vooral bezadigde, oudere mensen”, zegt Leo van de Werken (71), gepensioneerd sauna-exploitant, uit Sliedrecht. „We doen veel jeu de boules.” Voor kinderen zijn er een wip en een trampoline. Wie durft, mag een ritje maken op pony Roos of merrie Dombala.

Bij de SVR zijn 1.200 Nederlandse boerencampings aangesloten, zo’n 150.000 huishoudens zijn donateur. Volgens de stichting groeide het aantal overnachtingen de laatste drie jaar van 4,4 miljoen naar 5,3 miljoen. Een overnachting voor twee mensen kost op een SVR-camping 10 à 12 euro, voor elke persoon extra wordt 2,50 euro gerekend.

„We dachten dat het een niche was, maar een substantiële groep kampeert bij de boer”, zegt Recron-directeur Thönissen. In het verleden hebben zijn vereniging en Van den Berg wel geruzied over het „voorzieningenniveau”, zegt hij. „Wij dachten dat de formule niet voldoende inspeelde op de wensen van de consument. Maar boerencampings zijn meer dan welkom sinds enige tijd.”

Dat is wel eens anders geweest, zegt Van den Berg. Toen hij in 1970 naar eigen zeggen als eerste boer in Nederland een camping inrichtte, stonden de burgemeester en de politie op zijn erf. „Terwijl de vogels hier onder de luifel van je voortent broeden. Bij de boer vind je als kampeerder nog rust, ruimte en betaalbaarheid.”

Hoe heet die camping van Van den Berg eigenlijk?

„Wat dacht je? De Victorie.”