Het verhaal van Kasmavithe

Tussen Trincomalee en Pulmoddai, in het noordoosten van Sri Lanka, werken Chinese ingenieurs aan de aanleg van een nieuwe kustweg. Spanje financiert de bouw van bruggen over een tweetal lagunes waar nu nog roestige veerboten auto’s en passagiers overzetten.

Economische wederopbouw is volgens de Sri-Lankese regering de sleutel voor toekomstige harmonie tussen de voormalige LTTE-gebieden (Tamil Tijgers) en de rest van het land. Maar H.P. Kasmavithe, een 40-jarige moeder van vijf kinderen uit een Sinhalees dorpje in het zuiden van het district Trincomalee, weet dat de vrede niet zomaar wordt gewonnen.

Op 27 maart, nog geen anderhalve maand geleden, werd ze weduwe. Haar man werd, samen met vijf dorpsgenoten, doodgeschoten toen hij ’s avonds de rijstvelden bewaakte om te voorkomen dat die zouden worden vernield door olifanten. De daders: een groep van 20 tot 25 Tamil Tijgers. Zij bonden hun slachtoffers de handen op de rug, deden hun maskers af en schoten hen door het hoofd. Twee dorpsgenoten overleefden het, ze liggen nog in het ziekenhuis met een verbrijzeld gezicht.

De moordpartij is des te navranter omdat de Oostelijke Provincie, waartoe het dorpje behoort, in de zomer van 2007 werd ‘bevrijd’ van de Tamil Tijgers. De aanslag bevestigt de vrees van waarnemers dat de nederlaag van de Tamil Tijgers niet het einde van alle terreur hoeft te betekenen.

„Ik ben woedend”, zegt H.P. Kasmavithe. „Maar als boeddhist mag ik niemand dood wensen”, antwoordt ze op de vraag wat er met Prabhakaran, de leider van de Tamil Tijgers, moet gebeuren. Ze zegt niet te weten waarom de Tamil Tijgers haar man en de dorpsgenoten hadden uitgekozen. Als het was om angst te zaaien in een gebied waar Sinhalezen en Tamils naast elkaar wonen, dan zijn ze in hun opzet geslaagd. „Elke ochtend ben ik weer blij als de zon opgaat. Zo gauw de zon ondergaat, sluipt er angst in dit dorp”.