Het droeve lot van burgers op het Binnenhof

Burgers zouden minstens dertig keer per jaar naar de Tweede Kamer komen om een politiek taboe te slechten. Ze kwamen niet. Wat hield ze tegen?

Ze dachten dat het was gelukt. En ook in deze krant was al verslag gedaan van hun prestatie. Raadsleden Arno Bonte, uit Rotterdam, en David Rietveld, uit Den Haag, hadden ruim 60.000 handtekeningen opgehaald, 20.000 meer dan nodig is om als burger een onderwerp op de agenda van de Tweede Kamer ze krijgen. De raadsleden wilden dat Kamerleden zouden debatteren over een verbod op vuurwerk voor particulieren.

Het werd ook wel tijd. Sinds de invoering van het burgerinitiatief drie jaar geleden, zou het pas de tweede keer zijn dat burgers succesvol gebruik maken van hun recht de Kameragenda te bepalen. Toch ging het weer mis, zo hoorden de initiatiefnemers half april.

Aan de handtekeningen lag het niet, constateerde de Kamercommissie burgerinitiatieven onder voorzitterschap van Johan Remkes (VVD). Probleem was dat het parlement het onderwerp in de afgelopen twee jaar al eens had behandeld. De Kamer had een brief besproken waarin het kabinet zich uitsprak tegen een verbod. Volgens de Kamercommissie geldt dat als een besluit van de Kamer. Vervelend voor de aanvragers, want een van de criteria voor een burgerinitiatief is dat de Kamer in de twee jaar voor indiening geen besluit mag hebben genomen over het onderwerp.

Het burgerinitiatief was bedoeld om politieke taboes te doorbreken. Als blijkt dat politici op het Binnenhof, in hun neiging naar consensusvorming of in ideologische blindheid, over het hoofd zien welke kwesties Nederlanders belangrijk vinden, zou het burgerinitiatief uitkomst bieden.

Als hij genoeg handtekeningen ophaalt mag de burger voor één dag politicus spelen. Vanaf de plaats die normaal gereserveerd is voor het kabinet, verdedigt hij zijn plan in de Tweede Kamer. Daarna stemt de Kamer.

Het burgerinitiatief was een van de lessen, zei toenmalig Kamervoorzitter Frans Weisglas (VVD), uit de opkomst van Pim Fortuyn. Die agendeerde onderwerpen die de politiek lange tijd buiten beschouwing had gelaten. Voordeel van het burgerinitiatief was ook dat er voor invoering geen grondwetswijziging nodig was. Voor de gekozen burgemeester en het referendum, andere strategieën om de kloof burger en politiek te overbruggen, bleek dat een onneembare horde.

Toch ging die invoering niet zonder slag of stoot. De voorstanders moesten zich neerleggen bij maar liefst vijf wijzigingen van het oorspronkelijke plan. Allemaal verzwaringen van de toelatingseisen. Zo werden het aantal vereiste handtekeningen van 15.000 verhoogd tot 40.000. De leeftijdsgrens van de aanvragers ging omhoog, van zestien naar achttien jaar. Net als de periode waarin de Kamer niet over het onderwerp had geoordeeld; van één naar twee jaar. Ook kreeg het burgerinitiatief een proeftijd van twee jaar. De tegenstanders vreesden dat de Kamer een spreekbuis zou worden voor allerhande belangengroeperingen en lobbyisten. Als dat de spuigaten uit zou lopen kon de Kamer er altijd weer vanaf. Geërgerd sprak Kamerlid Wijnand Duyvendak (GroenLinks) over een „parlementaire striptease”.

Gestript of niet, voor- en tegenstanders dachten dat burgers het nieuwe inspraakinstrument minstens dertig keer per jaar zouden gebruiken. In werkelijkheid werd het wat minder. Slechts één initiatief heeft de plenaire zaal van de Kamer gehaald. Onder de naam Stop Fout Vlees, hoopte Milieudefensie dat de Kamer een einde zou maken aan de bio-industrie.

Dat het bij één keer bleef, mag opvallend heten. Kamerleden krijgen zelf de meest uiteenlopende en soms triviale kwesties op de agenda. Zo sprak de Kamer recentelijk over de dood van een dierentuinolifant, het afschieten van negen edelherten op Terschelling en enkele gemeentelijke kwesties, als een relletje bij een lampionnenoptocht in Den Haag.

„Zoals de waard is vertrouwt hij zijn gasten”, zegt Kamerlid Van der Ham (D66), voorstander van het initiatief. „Kamerleden waren bang dat burgers ook met dat soort onderwerpen naar de plenaire zaal zouden stappen. Maar ik zeg: laat duizend bloemen bloeien.”

Dat is niet gelukt. Vooral de regel dat een eerdere behandeling door de Kamer een initiatief onmogelijk maakt, blijkt een hoge drempel. Dat ziet de Kamer zelf ook, zo blijkt uit een evaluatie van afgelopen november. Het begrip ‘onderwerp’ is rekbaar, net als een ‘besluit’. Een „interpretatiekwestie”, noemt Remkes het. Hij legt uit dat ook het initiatief van Milieudefensie al besproken was in de Kamer. Remkes: „Het was duidelijk dat een meerderheid van het parlement er niet voor is, maar kun je dat een ‘beslissing’ noemen?” De commissie gaf Milieudefensie het voordeel van de twijfel, een genoegen dat de raadsleden met hun vuurwerk niet is gegund.

Het burgerinitiatief is een mislukking, vindt ook Kamerlid Jan Schinkelshoek (CDA), bij invoering al tegenstander. Hij heeft geen „een omslachtig” burgerinitiatief nodig om een onderwerp in de Tweede Kamer aan te kaarten. „Een telefoontje of mailtje van een burger is genoeg.”

Voor het CDA zijn volksvertegenwoordigers gekozen om zelf te bepalen wat besproken wordt. Daar zit een gedachte achter die sinds enkele jaren zelden meer wordt uitgesproken. Een taboe, al doet socioloog Anton Zijderveld, tot voor kort prominent lid van het CDA, er niet moeilijk over: „De kloof tussen burger en politiek kan niet groot genoeg zijn.”

Meer over dit onderwerp nrc.nl/burgerinitiatief