Het beste ziekenhuis

Wat hebben oliebollen, scholen, haringen en ziekenhuizen met elkaar gemeen? Zij komen periodiek voor op lijstjes van ‘de beste’ en ‘de slechtste’. Op een toptien of een andere top zoveel. Dagbladen, tijdschriften of websites laten regelmatig kwalitatieve onderzoeken verrichten en presenteren de resultaten met het nodige aplomb. Voortaan weet de consument wat de lekkerste haring is. Of naar welk ziekenhuis je het beste kunt gaan. Maar is dat echt zo?

De MarktOnderzoekAssociatie (MOA), een branchevereniging, heeft haar twijfels. Sterker: het onderzoek dat weekblad Elsevier sinds 1996 laat verrichten naar de kwaliteit van ziekenhuizen, deugt volgens de MOA methodologisch niet. „De rapportage [..] is niet valide” en „de ranking is arbitrair”.

De organisatie meent dat de zeven ‘weegfactoren’ in het onderzoek subjectief zijn. Daar is wat voor te zeggen. Neem het ziekenhuis Sionsberg in Dokkum. Dat was in 2007 „het beste ziekenhuis van Nederland”, schreef Elsevier destijds, zonder een spoor van twijfel. Eén jaar later was Sionsberg niet meer terug te vinden bij de beste tien. Wat was er toch gebeurd? Voornamelijk dit: op de weegfactor ‘faciliteit, onderzoek en opleiding’ scoorde het ziekenhuis in 2007 de kwalificatie ‘gemiddeld’ maar in 2008 ‘slecht’, en op het punt van ‘personeel en organisatie’ ging het in één jaar van ‘uitstekend’ naar ‘gemiddeld’.

Dit laat zien dat de beoordelingen kunnen afhangen van het humeur van de medewerkers, en vooral dat ze niet meer dan een momentopname zijn. Media die er verregaande conclusies aan verbinden, handelen onverantwoord.

De onderzoeker die Elsevier inhuurt, Lagendijk, heeft er zelf voor gezorgd dat de betrouwbaarheid van de resultaten nog meer in het geding is gekomen. In een brief dit jaar aan de ziekenhuizen heeft hij adviezen gegeven hoe ze een lage waardering kunnen voorkomen. En hij bood ze later het verslag van zijn bevindingen te koop aan: voor 4.250 tot 6.250 euro. Het vergt dus niet eens methodologisch inzicht om te concluderen dat dergelijk onderzoek, waarbij de onderzoeker zich tevens als adviseur opwerpt, te diskwalificeren valt.

Dat is jammer. Want ziekenhuizen verdienen het om gecontroleerd te worden; er zijn tenslotte genoeg medische missers die tegelijk met de patiënt werden begraven. Ziekenhuizen blijken soms aan het onderzoek mee te doen uit angst dat ze bij weigering laag op de ranglijst zullen komen. Toch is het te prefereren dat ze zich beperken tot deelname aan onderzoek, bijvoorbeeld van de Inspectie voor de Gezondheidszorg, dat wetenschappelijk verantwoord is en dus serieus te nemen. Openbaarheid is dan wel een vereiste.

Als het gaat om oliebollen of haringen zijn consumententests nog met een knipoog te bekijken, al kunnen de gevolgen voor individuele ondernemers ook dan ingrijpend zijn. Maar onderzoeken die de kwaliteit van scholen en ziekenhuizen onder de loep nemen, mogen niet aan twijfel onderhevig zijn. Als ze dat wel zijn, kan de patiënt, de ouder of de consument ze maar beter niet serieus nemen.