Geen vakman

Golfen gaat ook vervelen. Dat was de reden waarom Marco van Basten vijf jaar geleden zijn rentree maakte in de voetballerij. Hij bezat 25 miljoen euro en kon doen en laten wat hij wilde. Maar als je niet van lezen houdt, en van kunst en drank, en als je geen geboren reiziger of rokkenjager bent – wat blijft er dan over?

Niet veel. Golfen dus. Tennis eventueel, maar hij moest oppassen, want hij had een verpeste enkel – die 25 miljoen had hij niet cadeau gekregen.

Ik kan me nog goed een commentaar van Co Adriaanse herinneren, toen Van Basten opeens bondscoach werd. Als het Van Basten zou lukken, betekende dat de doodsteek voor zijn vak, meende Adriaanse. Dan was het eigenlijk helemaal geen vak. Elke boerenlul die vroeger goed tegen een bal had getrapt, kon kennelijk een succesvolle trainer worden. Cursussen over leiderschap, tactiek en mentale begeleiding waren op slag overbodig geworden.

Daar zat veel in, en ik besloot die woorden dan ook te onthouden. Gisteren kreeg Adriaanse alsnog zijn gelijk op de persconferentie van Van Basten. Op een vraag waarom hij het niet, net als Louis van Gaal bij AZ, na een slecht seizoen nog één keer wilde proberen, zei hij: „Van Gaal kon terugkijken op een lange carrière met veel overwinningen en ervaringen waarop hij kon terugvallen. Ik niet.”

Hij miste ervaring en kunde – hij zei het zelf met zoveel woorden.

Ik verwacht niet dat Van Basten nog terugkomt als coach. Zijn grootste manco lijkt zijn gebrek aan geestelijke wendbaarheid. Als hij iemand een klier vond, liet hij dat merken. Van Bommel? Seedorf? Hij zat niet op ze te wachten, het Nederlands elftal kan ook zonder ze. Kenneth Perez? Te veel praatjes, laat hem lekker naar FC Twente gaan.

Maar zo werkt het allang niet meer in de topvoetballerij, waar de grote talenten schaars zijn. Je moet je vedetten kunnen koesteren, ook als ze lastig zijn. Michels, Van Gaal, Cruijff, Beenhakker en Adriaanse konden dat, maar Van Basten had er moeite mee.

Befaamd is de klacht van Huntelaar dat hij nooit extra onderricht kreeg van Van Basten, zelf nota bene een geweldige spits. Van Basten keek er vreemd van op. Huntelaar moest niet zeuren, zei zijn laconieke oogopslag.

Hij begon ook steeds meer weerzin uit te stralen tegen het overspannen voetbalwereldje. Veel van zijn collega’s genieten ervan. Leo Beenhakker bijvoorbeeld. Dollen met Hugo, Jack en Youri in Studio Voetbal – je kunt er Leo voor wakker maken. Van Basten kwam omdat het van hem verwacht werd. De laatste keer zat hij er buitengewoon ongemakkelijk bij.

Elke vraag, vooral van Hugo Borst, leek hem te irriteren. Moest hij nou voor de zoveelste keer uitleggen dat hij geen ‘ijskonijn’ was? Het werd vernederend.

Als hij na zulk sessies terugreed naar huis, zal hij wel eens aan de Noordwijkse Golfclub hebben gedacht. Steeds vaker misschien. De geur van vers gras, het mooie weer, de klank van de geslaagde tik, de rust, de zachte waarderende stemmen om hem heen – als hij wilde kon hij dat arcadië morgen alweer betreden. Wat lette hem?

Soms zag hij zichzelf onderaan die trap in de Arena. Van boven schreeuwde een idioot naar hem: „Pannekoek!” Een week later schreeuwde heel Nederland het.

Opeens wist hij het zeker. Hij ging.

    • Frits Abrahams