Europa worstelt met vrijheid op het internet

Het Europees Parlement stemde gisteren gedeeltelijk in met Commissievoorstellen voor het internet. Providers kunnen in het vervolg hun concurrenten weren.

Onrust op het web. Ook op de blogs van NRC Handelsblad en nrc.next verschijnen de berichten. Iemand schrijft dat de Europese Unie onder de „misleidende naam van telecomwetgeving” probeert een einde te maken aan de illegale verspreiding van muziek, films en software. Volgens een ander laat Brussel zich „gebruiken als loopjongen van de zakkenvullers [creatieve industrie, red.] die het web via een achterdeur naar hun hand proberen te zetten.”

Oorzaak van de onrust is het gerucht dat de Europese Commissie, met steun van het Europees Parlement, een einde wil maken aan de zogeheten netneutraliteit. Deze neutraliteit houdt in dat internetproviders alle informatie, ongeacht de inhoud, doorgeven via hun kabels. Internetters zijn bang voor twee dingen. Ten eerste dat providers bepaalde diensten van hun netwerk mogen gaan weren. Internet wordt dan een soort televisiekanaal, waarbij de provider bepaalt wat je wel en niet kunt zien. Ten tweede dat internetproviders gebruikers van downloadprogramma’s gaan afsluiten.

De eerste angst blijkt terecht, de tweede vooralsnog niet. Pogingen van een aantal lidstaten onder aanvoering van Frankrijk om gebruikers af te laten sluiten, zijn gestrand. Al langere tijd werkt de Franse regering aan de zogeheten wet Three Strikes Out: een voorstel om de verbinding van internetters die illegaal downloaden na drie keer af te sluiten. Zonder tussenkomst van de rechter. Gisteren maakte het Europees Parlement opnieuw ondubbelzinnig duidelijk niet te zijn gediend van het Franse wetsvoorstel.

In september 2008 stemde het Europees Parlement voor het eerst over het nieuwe Europese telecompakket. De Commissie wilde oorspronkelijk uitsluitend maatregelen nemen over de infrastructuur, maar enkele Franse Europarlementariërs probeerden via dit pakket hardere maatregelen tegen downloaders mogelijk te maken. Sindsdien is de discussie over netneutraliteit het belangrijkste twistpunt.

Afgelopen najaar bracht het parlement in grote meerderheid enkele wijzigingen in het telecompakket aan. „Omdat er een paar amendementen in zijn geslopen die de rechten van de consument bedreigen”, liet Europarlementariër Kathalijne Buitenweg (GroenLinks) destijds weten. Buitenweg doelde op de poging om de Three Strikes Out-wet in het pakket op te nemen. In plaats van deze omstreden wet diende het parlement amendement 138 in. Met dit artikel hoopte het parlement de vrije toegang tot het internet onderdeel te maken van de fundamentele rechten van de Europese burger: tegen de zin van de ministerraad.

Als amendement 138 definitief in het telecompakket zou worden opgenomen, is dat het einde van het Franse wetsvoorstel. En daarom weigerde Frankrijk in de Europese ministerraad tot nu toe akkoord te gaan met het amendement. Instemming van de ministerraad is nodig om het telecompakket aan te nemen.

Na lang onderhandelen stemde de ministerraad vorige week in met een typisch Europees compromis. Amendement 138 zou worden vervangen door een ander artikel waarin het niet langer duidelijk is of er een gerechtelijke uitspraak nodig is om downloaders af te sluiten: het compromisvoorstel sprak van een „onafhankelijk wettelijk tribunaal”.

Parijs noemde het akkoord een Franse overwinning. Voorbarig, zo bleek gisteren. Enigszins onverwacht verkoos het parlement amendement 138 toch boven het compromis, dat daarmee van de baan is.

Vermoedelijk zal dit leiden tot een nieuwe ronde. Het is nu aan de ministerraad om het parlementsbesluit al dan niet te accepteren. Blijft Frankrijk zich verzetten, dan is het aan het nieuwe parlement om tot een oplossing te komen. Daarmee zou het recht op vrije toegang tot het web wel eens inzet van de Europese verkiezingen kunnen worden.

Het Europees Parlement stemde gisteren wel in met een ander omstreden voorstel. Volgens deze maatregel mogen lidstaten zelf gaan bepalen of ze netdiscriminatie toestaan. Dit betekent dat internetproviders niet verplicht zijn om alle beschikbare diensten aan hun abonnees door te geven. Bijvoorbeeld, een internetaanbieder die ook telefoniediensten aanbiedt, kan concurrerende gratis online spraakdiensten blokkeren. Of grote zoekmachines kunnen deals sluiten met internetproviders om concurrenten niet langer door te geven.

Volgens internetters zet Europa met dit voorstel de deur open voor „een soort Sovjet-internet” van gevestigde bedrijven. Grote spelers op het web, die zelf ooit op een zolderkamer zijn begonnen, kunnen zo worden verleid startende webondernemers al bij voorbaat te blokkeren.

De Europese Commissie wijst deze kritiek middels een woordvoerder van de hand. „De vrije markt zal ervoor zorgen dat er altijd providers zijn die het volledige web aanbieden.”

Bezorgde internetters zijn er niet gerust op, die hadden liever gezien dat Brussel iedere inbreuk op de netneutraliteit verbiedt.