Eén man wist Fiat weer op de kaart te zetten

Fiat wil het Amerikaanse Chrysler overnemen.

Fiat wil ook het Duitse Opel overnemen. De ambities van topman Sergio Marchionne reiken ver.

'Neem me mee', roept Fiat op een poster in Wenen. Fiat wil een echt Europees bedrijf worden. (Foto Reuters) A red traffic light shines in front of a giant FIAT advertising poster in Vienna May 5, 2009. "Schnapp mich jetzt!" reads "Grab me now!". REUTERS/Heinz-Peter Bader (AUSTRIA BUSINESS EMPLOYMENT TRANSPORT) REUTERS

Italië is trots op Fiat, natuurlijk. De Italianen ‘gaan Chrysler redden’. De Amerikaanse president Obama zwaait het bedrijf lof toe. En als de Duitsers hun vooroordelen overwinnen, kan Fiat samen met Opel een nieuw soort Europees bedrijf worden, dat met Chrysler erbij opgeteld de tweede autoproducent ter wereld zou zijn.

Maar groter dan de trots is de verbazing. „Nog geen vier jaar geleden werd gezegd dat Fiat rijp was voor de sloop, dat het moest worden ontmanteld”, zegt econoom Mario Deaglio. Zijn collega Fabiano Schivardi: „Deze snelle comeback is erg verrassend. Ik denk niet dat iemand daar een paar jaar terug op had durven wedden.”

Hoe dat kan? Deaglio en Schivardi wijzen eensgezind naar Sergio Marchionne. Dit is, als het lukt, de verdienste van één man. Een buitenstaander: hij komt niet uit de auto-industrie en is maar een halve Italiaan, want hij emigreerde naar Canada toen hij 14 was en kwam pas terug naar Europa toen hij 41 was. Bovendien werkte hij daarna de eerste jaren in Zwitserland, waar hij twee bedrijven met succes heeft gesaneerd.

Marchionne werd in juni 2004 de baas bij Fiat en heeft daar in recordtijd orde op zaken gesteld. Niet door fabrieken te sluiten en arbeiders te ontslaan, maar door alle topmanagers die alleen maar naar de baas keken en zelf niets deden, naar huis te sturen. Hij is een pokeraar, een keiharde onderhandelaar, iemand ook die veel van zijn mensen vergt en vaak in het weekeinde vergadert. Maar ook iemand die royaal de ruimte geeft aan talent, van binnen en buiten. Hij werkt systematisch en doet zaken in een trui, als om te laten zien dat de stereotype beelden van Italianen niet kloppen.

Marchionne geeft, in de woorden van de linkse krant La Repubblica, „het kleine Italië, met zijn eigenaardigheden, zijn rigiditeit en zijn achterstanden” opnieuw prestige – ook wel terecht na alle politieke en financiële steun van eerdere jaren, voegt de krant eraan toe.

„Marchionne heeft laten zien dat hij beter dan anderen in staat is om de uitzonderlijke en waarschijnlijk eenmalige kansen die de financiële crisis biedt, te herkennen en te benutten”, zegt Deaglio, hoogleraar internationale economie in Turijn, de thuisbasis van Fiat.

Met opportunisme heeft dit niets te maken. Marchionne was al maanden aan het onderhandelen met General Motors over overname van de Europese activiteiten, Opel voorop. „Wat je hier in actie ziet is niet het improvisatietalent waarop Italianen zich zo graag beroepen”, zegt Schivardi, hoogleraar politieke economie in Cagliari. „Het is eerder andersom. Marchionne heeft een helder, duidelijk, goed plan.”

Kort samengevat: er is in de wereld plaats voor vijf à zes autoproducenten, en wie daar bij wil horen moet ongeveer zes miljoen auto’s per jaar produceren. Tel Fiat, Chrysler en Opel bij elkaar op, en je komt aardig in de buurt. Als het lukt staat Fiat met Volkswagen op de tweede plaats, achter Toyota.

Is dit allemaal een slimme truc van Marchionne om te profiteren van Amerikaanse en Duitse staatssteun, wil hij een controlerend belang nemen in een bedrijf zonder er een cent voor neer te leggen? Flauwekul, zegt Schivardi. „Zowel Chrysler als Opel verkeert in een buitengewoon moeilijke situatie. De meesten wagen zich daar niet aan. Als het echt om een free lunch zou gaan, zouden andere autobedrijven in de rij staan om daar ook van te profiteren. Dat er niemand anders is gekomen voor Opel en Chrysler zegt genoeg. Marchionne verbaast nu vriend en vijand simpelweg omdat hij een plan klaar had liggen.”

Hobbels zijn er genoeg. President Obama opende royaal zijn armen voor Fiat en was vol lof voor de „geavanceerde” schone Italiaanse technologie en het „indrukwekkend” effectieve management.

In Berlijn heeft Fiat het moeilijker. Duitsers vinden de Italiaanse politiek in het algemeen en het gedrag van premier Berlusconi in het bijzonder maar niets, schreef historicus Gian Enrico Rusconi. Maar ze worden verrast door de dynamiek in sommige economische sectoren. „Ze vinden het moeilijk om de juiste grens te vinden tussen de twee Italiës.” Daarom moet Marchionne zijn partners in Berlijn er niet alleen van overtuigen dat hij geen fabrieken wil sluiten, maar vooral dat de Italianen geen financieel avonturiers en onbetrouwbare opportunisten zijn.

Deaglio en Schivardi zijn het erover eens dat een eventuele Fiat/Opel-groep nieuw kapitaal nodig zal hebben om zijn ambities waar te maken. De aandeelhouders van Fiat kunnen dat niet alleen opbrengen. En daarom impliceren de plannen van Marchionne ook een historische breuk in de structuur van de Fiatgroep.

Fiat is sinds zijn oprichting ruim een eeuw geleden gedomineerd door de familie Agnelli. Via een getrapte constructie hebben de Agnelli’s nog steeds de controle, maar dat verdwijnt als Fiat gaat samenwerken met Opel. Binnen de Fiatgroep is Fiat-Auto goed voor ongeveer de helft van de omzet. In het Opelplan zou Fiat-Auto worden afgesplitst van Fiat om samen met Opel een nieuw, Europees bedrijf te vormen.

De familie Agnelli lijkt bereid om de controle over Fiat-Auto op te geven. Het gaat om de toekomst van het bedrijf, zegt John Elkann, de 33-jarige vice-president van Fiat en kleinzoon van Gianni Agnelli. „Beter een kleiner belang in een Fiat dat groter is maar sterker.’’

Kan Fiat dat allemaal aan? Het bedrijf heeft 6,6 miljard schuld, maar Schivardi wijst erop dat het bedrijf geen hulp heeft hoeven vragen van de overheid. Het profiteert wel van het algemene stimuleringsplan om oudere auto’s te vervangen door nieuwe.

Bovendien heeft Marchionne laten zien dat hij een cultuuromslag tot stand kan brengen. Fiat brengt nu veel sneller nieuwe modellen op de markt dan vroeger, en doet ook veel meer aan marketing. Apple, dat is het referentiepunt geworden. Marchionne zei graag, verwijzend naar de herstylede Fiat 500 die in veel Europese landen goed wordt verkocht: „Ik zie de Cinquecento graag als onze iPod.”

Met deze staat van dienst verdient Marchionne op z’n minst het voordeel van de twijfel voor zijn plannen, vinden Schivardi en Deaglio. Fiat is in hun ogen niet defensief, maar duidelijk toekomstgericht bezig.

„Als straks de markt voor auto’s herstelt, krijg je de enorme uitdaging om te kijken of je een soort wereldauto kunt ontwerpen”, zegt Deaglio. „Een auto die veel schoner is, met allerlei intelligente technieken die de veiligheid vergroten en bijvoorbeeld ook helpen files te voorkomen en te vermijden.”

Schivardi kijkt meer naar de politieke economie. „Fiat probeert met dit plan de navelstreng met Italië door te snijden. Ze willen een echt Europees bedrijf worden. Een akkoord met Opel kan de aanzet geven tot een meer geïntegreerde Europese industrie. Het gaat daarom niet alleen om Fiat of Opel. Het gaat hierbij ook om de toekomst van Europa.”