Een dictatuur met olie

We winden ons altijd op over het dictatoriale regime in Wit-Rusland.

Azerbajdzjan is net zo erg, maar vanwege de olie knijpt de EU graag een oogje dicht.

Vandaag tekent de Europese Unie het zogenaamde ‘Oostelijk Partnerschap’ met zes oosterburen. In de aanloop hiernaartoe is er veel aandacht voor het gebrek aan mensenrechten in Wit-Rusland. Vreemd genoeg wordt de minstens zo slechte situatie in Azerbajdzjan vrijwel volledig verzwegen.

Van de drie zuidelijke Kaukasische republieken is Azerbajdzjan waarschijnlijk het minst bekend in Europa. Baku, de hoofdstad, stond aan de basis van de negentiende-eeuwse petrochemische industrie en trok ondernemers uit de hele wereld aan.

De bezoeker aan Baku zal nog steeds Europa herkennen, zowel in architectuur als in de levensstijl van de bevolking. Ook op politiek niveau heeft Azerbajdzjan zich meermaals van een westerse snit voorzien. De kortstondige Azerbajdzjaanse Democratische Republiek (1918-1920) was het eerste islamitische land dat vrouwen stemrecht toekende. Aan het eind van de jaren tachtig was de Azerbajdzjaanse onafhankelijkheidsbeweging een van de krachtigste binnen de Sovjet-Unie.

Helaas is er weinig meer terug te vinden van de democratie die Azerbajdzjan beloofde te worden. De huidige dictator, Ilham Alijev, heeft het regime van zijn vader voortgezet. De oppositie werd door intimidatie, omkoping en opsluiting gemarginaliseerd. Terwijl de Amerikaanse ngo Freedom House Azerbajdzjan tot 2003 nog aanmerkte als een ‘deels vrij’ land, is het sindsdien geplaatst bij de ‘niet-vrije’ landen en staat het in de lijst van totalitaire staten, samen met Wit-Rusland.

Maar westerse regeringen sluiten hiervoor hun ogen. Wit-Rusland wordt de ‘laatste dictatuur van Europa’ genoemd, terwijl het regime van Alijev net zo dictatoriaal is als dat van Loekasjenko. Tijdens de schaarse momenten dat westerse vertegenwoordigers eerlijk spreken over deze discrepantie wordt duidelijk dat geopolitieke overwegingen hierin prioriteit hebben.

De geografische positie van Azerbajdzjan tussen Rusland en Iran is voor de NAVO zeer aantrekkelijk, en op het gebied van olie en gas zou Azerbajdzjan een alternatief voor Rusland kunnen vormen. Kritiek op de regering zou schadelijk zijn voor Europese belangen. Dat deze opportunistische motieven een karikatuur maken van het Europese mensenrechtenbeleid, mag duidelijk zijn. Maar daarnaast heeft deze opstelling ook nare repercussies.

Het huidige regime biedt geen alternatief voor het Russische energiemonopolie in Europa. De banden tussen de Russische en Azerbajdzjaanse elites zijn nog net zo hecht als vroeger. De kraan van de befaamde Nabucco-pijplijn wordt na één telefoontje van het Kremlin gesloten. Daarnaast raakt de oppositie verbitterd over het gebrek aan westerse steun, zeker na de verkiezingsfraude in 2003. In een omgeving waarin veel jongeren ontevreden zijn, en waar de buurman Iran heet, loert het gevaar van islamitische radicalisering.

Azerbajdzjan had altijd de potentie een pluriforme democratie te worden. Het is tijd dat het Westen zijn steun voor het regime in Baku intrekt.

Bart Woord woont in Baku. Hij is issecretaris-generaal van de Internationale Federatie van Liberale Jongeren.